Dag 96-100 (30 nov-4 dec): Wolven, grijpgrage apen, lekke band no. 1, en Sinterklaas in Kenia!

Na een koude nacht (lang leve de slaapzak!) stap ik ongeveer half 7 (dag 96) uit de auto die zowel binnen als buiten helemaal beslagen is. De lucht is hier en daar nog helemaal helder en voor het eerst zie ik de beboste bergen op de achtergrond. Er komt langzaam maar zeker beweging in de tentjes en uiteindelijk tel ik 2 blanke onderzoekers en 3 Ethiopische onderzoekers en/of begeleiders. De 2 blanken zijn wel heel erg klassiek: een Duitse professor met wit krullend haar en een witte baard en een aantrekkelijke studente. Je waant je in een film.

Gezien de kou is de eerste prioriteit (na het toiletbezoek, dat onbeschrijfelijk smerig was) thee zetten. Brood heb ik niet, dus eet ik crackers. Rond half 8 maak ik de ramen provisorisch droog, laad mijn spullen in en rij weg. Ik moet vrijwel precies dezelfde weg terug nemen als gisteren en eergisteren, maar dan in 1 dag. Ik kan wel doorrijden over deze weg, want die gaat naar het zuiden, maar waarschijnlijk duurt die rit nog langer dan als ik weer terug rijd, want 500 km over modderige zandweggetjes rijden schiet niet erg op.

M’n kanarie moet weer alle zeilen bij zetten om het Sanetti plateau weer te beklimmen, maar her is nog mooier dan gisteren om hier te rijden, want de bewolking is een stuk minder dicht, dus ik kan verder kijken. Zo nu en dan steekt er een wolkje over: een ontzettend grappig gezicht! Bovenaan gekomen stop ik even bij een uitkijkpunt die ik gisteren over het hoofd gezien heb, maar er is niets te zien dan een dik pak wolken dat langzaamaan het plateau op klimt.

Op het plateau stop ik weer geregeld om de omgeving af te turen voor een Ethiopische wolf. In het ochtendlicht en met andere bewolking, gezien vanuit de tegengestelde richting, is het opnieuw schitterend om hier te rijden. Je ziet alles op een andere manier. Het wolfspotten lukt aanvankelijk nog niet erg, maar dan, niet ver voor de uitgang van het park, zie ik een mooie roofvogel op een rotsblok gaan zitten en een stukje ernaast zie ik een bruin vlekje tussen de rotsen door bewegen. Mijn hart slaat een keer over: het zal toch niet waar zijn? Ja hoor! Een blik door mijn verrekijker bevestigt het: een Ethiopische wolf! Hij is te snel uit beeld om er een foto van te maken, maar nu ik weet dat hij in de buurt zit blijf ik een tijdje geduldig wachten. Als ik er van overtuigd ben dat hij over een rotspartij heen gelopen is, rijd ik een klein stukje door en sta direct oog in oog met maar liefst 2 exemplaren! Eentje is ver weg en verdwijnt al snel uit beeld, maar de ander staat pal voor mijn neus, op nog geen 20 meter afstand! Snel pak ik mijn camera en leg het schattige, vosachtige dier vast in foto en film, terwijl hij een hol uitgraaft op zoek naar een lekker hapje. Hij steekt kalmpjes de weg over en trekt zich niets van mij aan. Aan de overkant volg ik hem nog een tijdje, tot hij uit het zicht verdwijnt. Yes! Dat is toch maar weer gelukt!

Met een brede grijns op mijn smoel rijd ik weer door. Bij het checkpoint moet ik eerst 4 bejaarde legertrucks langs laten die volgeladen zijn met militairen. Ze zwaaien allemaal vriendelijk, ondanks dat ze de hele rit de vette roetwolken van hun voorganger moeten inademen. Daarna laat ik opnieuw mijn entreebewijs zien, maar de man zegt dat er een probleem is – het zal eens niet zo zijn. Hij vraagt me voor hoeveel dagen deze permissie geldig is. Een retorische vraag, want het staat er immers op. Hij zinspeelt er op dat dit dag 3 is sinds ik het entreebewijs gekocht heb en ik slechts voor 2 dagen betaald heb, dus herinner ik hem er fijntjes aan dat de permissie geldt per 24 uur en dat mijn 48 uur pas over een paar uur voorbij zijn. Ineens mag ik doorrijden…

Na het hoofdkwartier van het park, bij Dinsho, rijd ik opnieuw door een uitloper van het Bale Mountains NP, te weten de Gaysay Grasslands. Hier heb ik op de heenweg al hertachtigen over zien steken en bavianen ontmoet, maar er niet echt de tijd voor genomen. Nu neem ik me voor dat wel te doen en al gauw spot ik in de verte groepjes hertachtigen (Nyala’s? Ik weet het niet), steekt er een familie wrattenzwijnen over en sta ik even later tussen een troep bavianen. De weg door Goba, Robe, Dinsho, Dodolla en alle andere plaatsen langs de route, terug naar de hoofdweg naar Kenya verloopt zonder opmerkelijke bijzonderheden. Onderweg geniet ik na van de rust van de Bale Mountains en de wolfjes…

Mijn rit eindigt in Awash (dat nog 2 of 3 namen schijnt te hebben): een opmerkelijk keurige stad, met veel plaveisel, weinig vee, nette straatjes en goed onderhouden gebouwen. Voor een moment voel ik me weer in Europa. De camping waar ik naar op zoek ben ligt aan het langs de stad gepositioneerde meer en heet volgens iOverlander het Old Zewed Hotel heet, maar dat was 3 jaar geleden, Nu heet het ‘Progress International Rezort (sic.) Hotel’. Het is een flink terrein met veel gras, een terras aan het water, muziek uit de speakers, aardige huisjes en een zwembad met water van een bedenkelijke kleur. Overal lopen vervet apen.

Ik mag hier inderdaad kamperen. Dat kost zelfs maar 150 birr per nacht en ik mag overal staan waar ik wil. Ik zoek een leuk plekje uit aan het gras dat grenst aan het water. Zodra ik de auto geparkeerd heb, ga ik er met de camera op uit om de tientallen apen vast te leggen. Dan loop ik naar de waterkant en zie de ene na de andere nieuwe vogelsoort. Fantastisch! Ik zie zelfs nog net hoe 2 dikke slangen het water in vluchten. Wat een bijzondere plek.

De vervet apen zijn schattig en leuk (er zitten ook hele kleintjes bij), maar een nadeel hebben ze ook. Ik heb m’n stoel uitgeklapt en neem plaats om wat appels te eten, maar dat zien de apen ook en komen steeds dichterbij. Zo dichtbij dat ik op moet staan om te voorkomen dat ze m’n appel uit m’n handen pikken. Ik ga bij de achterportieren van de auto staan en leg de appels binnen neer, terwijl ik er staand 1 op eet. Voor ik het door heb springt een aap van onder het linker portier door de auto in, graait een appel mee en rent weg! Direct daarna zie ik 2 apen op het dak van de auto staan. Het gevaar komt dus van alle kanten! Gauw eet ik mijn appels op en gooi de schillen ver weg om ze weg te lokken. Dat helpt, en niet lang nadat ik mijn resterende appels op heb, druipen de apen af. Dit is nog maar het begin, bedenk ik me. In de landen die ik hierna ga bezoeken stikt het van de grijpgrage apen! Dat betekent dat je continue alert moet zijn.

Tot mijn stomme verbazing hoor ik ineens het geluidje van WhatsApp uit mijn broekzak komen. Even daarvoor had ik nog tevergeefs geprobeerd om in elk geval mijn mail op te halen, maar nu werkt niet alleen de mail, maar ook WhatsApp dus! De uren die hier op volgen spendeer ik dus al chattend met het thuisfront; het is de eerste keer in 10 dagen dat ik dat kan doen. Het is heerlijk om eindelijk weer eens met mensen van thuis te kunnen praten! Er is weer een familielid die kampt met ernstige gezondheidsproblemen en dat hakt er natuurlijk wel weer even in. Ik weet dat in elk geval zijn moeder dit waarschijnlijk leest, dus ook via deze weg wens ik hun allen heel veel sterkte toe in deze moeilijke tijd!

Tegen 19 uur loop ik het terrein af en steven af op een Italiaans restaurant dat me van arte aanbevolen is, En terecht, want alles ziet er keurig uit, de bediening is vlekkeloos en het eten subliem! Ik drink mijn eerste, ECHTE verse sinaasappelsap in lange tijd en geniet van heerlijk mals lamsvlees. Als toetje krijg ik desgevraagd een lekkere pannenkoek. Die staat niet op de kaart, maar ze vinden het geen enkel probleem die voor me te maken. Wat een service! Dat komt wel met een prijs, want ik ben 370 birr kwijt. Zoveel ben ik nog niet eerder kwijt geweest voor een maaltijd in dit land, maar laten we eerlijk zijn: 17 euro is nog steeds geen geld voor zo’n heerlijke maaltijd!

In de avond wil ik profiteren van deze opleving van internettoegang (de gehele maaltijd heb ik er al van geprofiteerd om te chatten en te mailen) om een blog te plaatsen, maar uitgerekend mijn eigen website werkt nu niet! Behalve Facebook en WordPress doet bijna alles het ineens weer, maar niet mijn eigen website.

Wanneer ik op dag 97 de deuren van de auto open zie ik geen apen, maar als ik even later terug kom van een toiletbezoek staan er 2 me op te wachten. Ik ruim spullen op, fris me even op en ga dan naar het restaurant om te vragen of ze me wat brood kunnen verkopen. Dat kan, maar alleen een heel brood, en dat moet maar liefst 60 birr kosten! Belachelijk duur, maar het is vers gebakken en ik heb even geen zin in opnieuw crackers voor ontbijt en lunch, dus doe ik het. Valt nog niet mee, want eerst moet ik terug naar de auto om meer geld te halen, als ik terug ben en het geld overhandig, moet er eerst een bonnetje voor mij en een bestelbon voor de keuken gehaald worden, waarna ik eindelijk mijn brood krijg.

Terug bij de auto valt het brood de apen direct op en in mum van tijd zitten er een stuk of 10 op, onder en rond de auto, met hun blik vergrendeld op het brood in mijn hand. Hm, ik voel me best belaagd. Ik pak wat beleg, een bord en een mes, gooi het in de auto, ga er naast zitten en sluit de portieren half. Knappe jongens als ze nu nog bij het brood kunnen. Het lijkt te werken en even later heb ik mijn ontbijt/lunchpakketje klaar, tot grote teleurstelling van de apen, die gefrustreerd over de auto heen rennen en naar binnen turen door de voorruit. Zodra ik ingestapt ben en de portier dicht heb, springen van alle kanten apen op de motorkap, de spiegels en het dak. Allemaal kijken ze me indringend aan, maar als ik de motor start, springen ze onmiddellijk allemaal weg.

Bij het verlaten van de stad zie ik in een paar bomen een grote groep maraboe’s zitten. Tot aan deze stad was de Addis-Nairobi road best aardig en in elk geval vrijwel geheel geasfalteerd, maar ik ben nog niet koud de stad uit of ik word getrakteerd op het ene na het andere ontbrekende stuk asfalt. Werd dat nou nog opgevangen door een fatsoenlijk grindpad of zo, dan is het prima, maar meestal bestaat de weg uit harde, scherpe stenen die vast zitten in heel veel stof, en doet alles schudden en trillen tot je er gek van wordt. Iedere keer als ik weer op een stukje asfalt terecht kom denk ik, heel naïef, dat het vanaf wel weer beter zal gaan, maar nee hoor. Maar liefst 200 km lang is deze trillende rit! Mijn snelheid is zelden boven de 40 km/u dus ik zie de verwachte aankomsttijd dan ook met maar liefst 3 uur oplopen! Dat is een flinke tegenvaller. Ik had begrepen dat deze weg vrijwel geheel uit asfalt zou bestaan, maar dat is dus niet zo. Een aantal keer moet ik door modderplassen, diepe kuilen of andere hindernissen en ik vraag me telkens af hoe de vele bussen dit toch iedere keer doen.

Het landschap veranderd. De aarde wordt steeds meer donkerrood, de begroeiing steeds dikker, de hutjes steeds ronder. Ik waan me steeds meer in de tropen. Niet gek, want daar ben ik immers ook! Aan het einde van deze dag heb ik nog maar 3 breedtegraden te gaan voor ik de evenaar bereik. Ter vergelijking: Nederland ligt rond de 52e breedtegraad. Aan de mensen veranderd niet veel: het zijn er nog steeds veel en overal hoor ik de oejoejoejoe-sirene.

Na 200 km ben ik moe, hongerig (ik kan op deze vreselijke weg niet rijdend eten en stoppen is met al deze bedelende mensen geen optie) en ben het schudden en trillen helemaal zat. Maar dan: asfalt. En niet zo maar asfalt, maar een schitterende weg die niet lijkt te eindigen dit keer! Voor ik het weet zit in aan de 100 km/u en kan dit langere tijd aan blijven houden, afgezien van de levensgevaarlijke snelheidsdrempels die ze zo nu en dan hebben aangebracht. Gelukkig zijn die verderop grotendeels weer weg gefreesd, want ze zijn wel heel erg hoog. Ik had al gehoord van de Vossebergen dat de weg van Yabelo tot Moyale (mijn eindhalte voor vandaag) erg goed was, maar gelukkig start dat goede wegdek dus al een kleine 100 km eerder.

Het landschap veranderd opnieuw, nu ik beduidend lager ben (ca. 1500 m). Het terrein is tamelijk vlak en de begroeiing lager en opener. Ik zie zelfs voor het eerst sinds Mekele weer kamelen. Toch is het bepaald geen woestijn, want hoewel laag, is er overal groen en het regent zo nu en dan. Wat vooral opvalt is dat er steeds minder mensen op en langs de weg zijn. Tussen de stadjes door staan er aanzienlijk minder hutjes en er zijn nu steeds vaker stukken weg waarop geen mens te zien is. Wat een verademing.

Twee keer word ik staande gehouden: 1x bij het verlaten van Yabelo, waarbij ik door mag rijden na het tonen van mijn visum, en 1x bij het inrijden van de grensstad Moyale, waarbij ik door mag rijden na een kort praatje over mijn reisplannen. Moyale ligt aan het einde van mijn ruim 500 km lange rit van vandaag. In het noorden van het stadje vind ik het Koket Borena Hotel, waar ik voor 100 birr mag slapen in mijn auto. Ik mag zelfs op een rustiger plekje dan de parkeerplaats gaan staan, tussen de hutjes voor de gasten. Eén van de hutjes is vernoemd naar Martin Luther King en een andere naar Barack Obama. Het is behoorlijk druk in het hotel. In het restaurant krijg ik voor 170 birr een pittige en lekker hamburger met veel tomaat en ui, en een flesje koud water. Het klimaat is weer even wennen: het is hier rond de 30gr, terwijl ik eergisteren rond de 10gr of lager zat. Tijdens het eten kijk ik naar de tv, waar een Engelstalige nieuwszender op staat. Verbijsterd hoor ik over een vliegtuigcrash, kindermisbruik in het Engelse voetbal en ander nieuws dat de laatste weken geheel langs me heen is gegaan.

Er is een zwak wifi signaal, dus ik ben in staat om wat dingetjes op te zoeken, maar WhatsApp enzo werkt niet. Aan 3G heb ik weer helemaal niets en ik heb spijt dat ik in Aksum zoveel credit gekocht heb. Daar heb ik nu meer dan de helft nog van over. Maar ja, ik wist toen nog niet dat het mobiel internet zo onbetrouwbaar zou zijn in de rest van het land. Via de wifi probeer ik een blog te uploaden, maar net voordat ik op de knop ‘publiceren’ kan drukken, valt het signaal permanent weg. Het is me echt niet gegund!

Toen ik ging slapen wist ik al dat de auto een beetje naar links helde. Gezien de beperkte ruimte bij het hotel nam ik er genoegen mee; ik slaap toch wel. Maar bij het wakker worden (dag 98) merk ik dat ik wel hel erg naar links blijf glijden en zodra ik de auto uitstap zie ik meteen waarom: een lekke band… Mijn eerste (maar zeker niet laatste) deze reis. Shit, dit gaat weer de nodige tijd kosten en ik ben al vrij nerveus voor de grensovergang vandaag; mijn eerste die ik alleen doe. Ik laat er geen gras over groeien en ga aan de slag: krik (hi-lift jack) van het dak af halen, reservewiel van de achterdeur halen, wielmoeren losdraaien (die zitten behoorlijk vast!), auto opkrikken (altijd een beetje eng met zo’n hi-lift), wielmoeren er af halen, wiel er af halen, reservewiel erop leggen, wielmoeren handvast draaien, auto laten zakken (nog veel enger met zo’n hi-lift) en tot slot de wielmoeren met de momentsleutel vastdraaien. Oh, en natuurlijk het defecte wiel aan de achterdeur hangen. Ziezo, dat is gebeurd. Dit is toegegeven de eerste keer in mijn leven dat ik van A tot Z een wiel verwissel met eigen middelen, dus ik ben best trots dat het allemaal vlekkeloos verlopen is.

Daarna vul ik mijn waston met kleren, water en waspoeder, bind hem op het dak, smeer wat boterhammetjes, stap in en rij de poort uit. Dit alles onder grote belangstelling van menig Afrikaan die bij het langslopen buitensporig langzaam blijft lopen of blijft hangen.

Eerst tanken. Dat heeft 2 redenen: brandstof is in Ethiopië veel goedkoper dan in Kenya (meer dan het dubbele!) en ik moet mijn birr’s opmaken. Ik laat dus tanken voor precies 500 birr en vul daarmee meer dan genoeg bij om het te redden tot mijn bestemming voor vandaag: Marsabit. Ik had al gelezen dat er onderweg eigenlijk geen brandstof te krijgen is (tenzij je op hout stookt), dus dat komt mooi uit.

Dan is het tijd voor de bureaucratie. Eerst rij ik naar het immigratiekantoor, dat een beetje verstopt ligt. Gelukkig wijst een man me het kantoor aan. Natuurlijk niet belangeloos: hij wil mijn fixer zijn, maar dat aanbod sla ik af; dat is hier niet nodig. Hoewel: binnen de omheining van het immigratiekantoor word ik naar kantoor 4 gestuurd, maar de persoon aldaar stuurt me buitenom naar de andere kant van de omheining. Gelukkig grijpt de portier in begeleidt me naar andere kantoor 4! Daar sta ik opnieuw mijn foto en vingerafdrukken af, krijg een stempel en er wordt me een goede reis gewenst. Dat was makkelijk. Een paar honderd meter terug naar het noorden bevindt zich het kantoor van de douane. Nog voor ik kan uitstappen word ik weer belaagd door een horde kinderen, maar gelukkig ben ik daar snel van af wanneer ik het kantoor inloop. De vriendelijke portier bied me zijn glaasje thee en zijn broodje aan, wat ik natuurlijk beleefd weiger. Ik mag doorlopen naar een binnenplaats met een stuk of 15 loketten, geen van alle lijken van toepassing of zijn ongelabeld. Desgevraagd word ik naar een loket met de aanduiding ‘security officer’ gestuurd, waar ik blijkbaar inderdaad goed zit. Hij tekent en stempelt mijn carnet, verwerkt het importbewijs voor mijn apparatuur en loopt met mee naar de auto. Hij wil mijn chassisnummer en motornummer zien. Dat eerste is geen probleem. Dat tweede wel, want het motornummer is met het blote oog niet te zien. Nadat ik het hem 4x uitgelegd heb gelooft hij me en informeert naar de apparatuur. Ik laat 2 camera’s zien en wil hem de laptop laten zien, maar als hij de hoeveelheid spullen in mijn auto ziet zakt de moed hem in de schoenen, overhandigt me mijn carnet en gaat er gauw vandoor. Mooi, ook weer geregeld!

De daadwerkelijke grens over gaan is niet zo heel makkelijk, want door de regen van de afgelopen dagen is de weg van aangestampte aarde hier en daar weggespoeld of in modderpoelen veranderd. Daar komt bij dat ze een gigantische, futuristisch ogende grensovergang aan het bouwen zijn, maar zoals wel vaker in Afrika hebben ze weinig tot geen gedachtes laten gaan over hoe het verkeer tijdens de bouwfase door kan blijven rijden, dus hobbel ik me een weg tussen de vrachtwagens en de modderpoelen tot ik het gloednieuwe asfalt van de grenspost bereik. Bij het hek controleert een militair mijn papieren en laat me vlot door.

Even later rijd ik nog een hek door en rij ik weer tussen de huisjes en winkeltjes, maar dan aan de linkerkant van de weg. In Kenia rijdt men immers links. Maar zelfs een kilometer verderop zie ik geen kantoren van immigratie of douane. Ik vraag het aan een militair, die me enigszins verbouwereerd terug verwijst naar de grens. Blijkbaar ben ik er voorbij gereden. Ik vind de kantoren uiteindelijk wanneer ik die tweede poort weer doorrijd. Blijkbaar was ik illegaal het land ingereden en heeft niemand zich daar om bekommert…

Bij de immigratie word ik geholpen door een vriendelijke dame die me 2 formulieren in laat vullen, 100 US dollar laat betalen en vervolgens keurig een visum in mijn paspoort aanbrengt. Aangezien ik een East Africa Tourist Visa heb aangeschaft, legt ze me uit hoe het werkt. Met dit visum kun je 3 maanden lang eindeloos heen en weer door Kenia, Rwanda en Uganda reizen zonder dat je daar verder een visum voor nodig hebt.

Bij de douane moet ik 5 minuutjes wachten voor ik geholpen kan worden, zegt de man in het kantoortje, maar 25 minuten later gebeurt er nog niets. Intussen loopt iedereen zijn deur plat en komt iedereen er weer met een stempel of papiertje uit. Die piepen dus allemaal mooi voor! Tijd voor actie, dus ga ik ook maar het kantoor binnen. Nog 1 minuut, zegt hij… Jaja, dat zal wel. Maar inderdaad, 1 minuut later zit ik een ander kantoortje waar 2 zeer vriendelijke heren zitten. Eentje vult mijn carnet in, en vlot sta ik weer buiten. Maar niet voordat ik bij de heren heb geïnformeerd over de veiligheid op de weg tot Marsabit. Deze regio staat namelijk niet erg positief bekend wat dat betreft, maar volgen de heren is het met de veiligheid prima gesteld op dit moment. Ook vertellen ze me desgevraagd waar ik hier in Moyale een pinautomaat kan vinden. Die zoek ik dan ook direct op zodra ik opnieuw de tweede poort doorrij. Ook dit keer wil niemand mijn documenten controleren. Overigens moet je in Kenia een wegenbelasting betalen, zo weet ik van andere reizigers, maar niemand die mij hier vandaag iets over verteld heeft, dus ik vind het best zo.

Visum, carnet, geld, brandstof? Check, check, check, check; ik kan op weg! De weg naar Marsabit is van uitstekende kwaliteit, dus dat rijd heerlijk. Jammer alleen van de vele snelheidsdrempels die soms ongemarkeerd zijn en daardoor nauwelijks te zien zijn. En het zijn geen kleintjes ook! Als ik er harder dan met 20 km/u overheen ga, dan worden mijn spullen achterin tegen het plafond gelanceerd (als ik ze tenminste niet had vastgezet).

Onderweg zie ik steeds minder mensen. En de mensen die ik na pakweg 100 km nog zie, zijn duidelijk nomaden met hun vee. Overal word ik nagestaard, maar bijna niemand die me iets toeroept. Heerlijk. Er zijn wel aardig wat lifters (overal in Afrika tot dusver), maar gezien de veiligheidsrisico’s van dit gebied rijd ik die gewoon voorbij (waarbij mijn geweten wel opspeelt). Drie keer word ik staande gehouden door politie, maar nadat ze een praatje met me hebben gemaakt mag ik doorrijden. Eén keer moet ik mijn visum laten zien en laten zien dat ik achterin inderdaad een kampeeruitrusting heb.

Na 250 km bereik ik de zeer ruim uit elkaar gelegen stad Marsabit. Aan het begin van de stad word ik opnieuw staande gehouden, maar mag opnieuw na een babbeltje weer doorrijden. De stad is niet helemaal wat ik gehoopt had, maar waarschijnlijk waren mijn verwachtingen ook veel te hoog. Ik kijk uit naar de Westerse supermarkten die in dit land te vinden zijn, maar in dit stadje zie ik weinig verschil met wat ik overal in Ethiopië ben tegengekomen. Het grootste verschil is dat ik ook hier niet vaak toegeroepen word, en als dat toch gebeurt dan is dat met ‘Mzungu!’ (‘blanke!’) i.p.v. ‘Faranji’, zoals in Ethiopië.

Op een paar km buiten de stad bereik in Henry’s Camp, een campsite die bij vele overlanders bekend is en gerund wordt door een Zwitser en zijn Keniaanse vrouw, Rosanna. Henry woont hier al 38 jaar, zo vertelt hij me later.

Terwijl ik het terrein op rijd zie ik 2 blanke mensen met hun motor (enkelvoud) bezig. Ze zijn ook net aangekomen. Aanvankelijk zie ik niemand van de staf om me op te vangen, dus knoop ik met hen een praatje aan. Het zijn Andy (Nieuw Zeeland) en Inge (België). Ze hebben elkaar in Senegal ontmoet en reizen nu alweer geruime tijd samen op zijn motor naar het noorden. Morgen rijden ze naar Moyale, waar ik dus net vandaan kom. Dan komt Rosanna aanwandelen en heet me welkom. Voor 500 shilling (5 euro) per nacht kan ik hier kamperen. Ik kan ook vers brood kopen voor 100 shilling per brood, dus bestel ik meteen voor morgenochtend. Ze waarschuwt me wel dat het weekend is en dat er morgen en overmorgen een groep komt voor een uitje. Ze belooft me echter dat ze voor zonsondergang weer weg zullen zijn. Ik was van plan hier een paar dagen uit te rusten en zet dat desondanks voort.

Ik zet mijn auto op een mooi plekje, maar voor ik de bustent opzet praat ik eerst weer verder met Andy en Inge. Dat duurt uiteindelijk zo’n beetje de rest van de middag. We hebben uiteraard veel waardevolle informatie voor elkaar en zelfs spullen. Ik heb nog 33 euro aan Sudanese ponden en zijn hebben nog 13 euro aan Botswaanse pula’s. Het gat wordt ‘s avonds opgevuld met 20 US dollar. Ook wisselen we ‘s avonds sim kaartjes uit. Ik krijg een Keniaans kaartje met ca. 400 mb credit erop en zij krijgen mijn Ethiopische kaartje met ongeveer dezelfde credit er op. Dat komt prachtig uit zo! Ze raden me overigens met klem af om lifters mee te nemen. Het kan een truc zijn om je te laten stoppen om je dan te overvallen, maar het kan ook zijn dat de lifter bij het zien van al mijn mooie spulletjes in de verleiding komen tot diefstal of erger.

Er komt een dreigende wolkenpak aanzetten dus aan het einde van de middag zetten we onze tenten op. Zij reizen aanzienlijk primitiever dan ik natuurlijk en met 2 personen op 1 motor plus bagage vind ik dat erg knap. Ineens voelt mijn comfortabele auto met bustent, stoel, tafel, zonnepanelen, enz., enz. wel heel erg luxe aan!

Tegen etenstijd bied ik aan voor ons drieën te koken. Ik heb namelijk nog een bloemkool liggen die veel te groot is voor mij alleen en ik heb varkensworstjes en kaassaus. Aangezien ze zelf niet vel bijzonders meer op voorraad hebben nemen ze het aanbid graag aan. Het is voor het eerst in lange tijd dat ik voor anderen kook! En al zeg ik het zelf, het smaakt uitstekend. De worstjes zijn gelukkig een heel stuk lekkerder dan die uit Egypte (zie blog over Karima, Sudan). Heel erg veel is het niet voor 3 personen, dus maakt Inge nog wat soep, waar ik van mee eet, en eten ze zelf nog wat instant noedels.

Zoals gezegd wisselen we ‘s avonds geld, simkaartjes, tips en verhalen uit. Rond een uur of 22 zoeken we onze bedden op.

Er is hier wifi en dankzij het sim kaartje van Andy kan ik zelfs zonder wifi weer onbeperkt internetten; eindelijk weer Facebook, WhatsApp, WordPress blogs van andere overlanders lezen en nog veel meer! Zelfs mijn Google account doet het eindelijk weer. Best prettig na 3,5 getob met een instabiel en half geblokkeerd internet in Ethiopië. Ik weet dan ook eindelijk weer een blog te plaatsen en wat berichtjes af te handelen.

Op dag 99 sta ik weer vroeg naast mijn bed/auto. Ik zoek me verloren naar de douche, maar als ik die eenmaal dankzij aanwijzingen van Rosanna gevonden heb, geniet ik even later van een heerlijke, warme douche. Hierna komt Rosanna het bestelde brood brengen en geniet ik van een prima, ontspannen ontbijtje. Dat is voor het eerst sinds Addis.

Terwijl ik zit te eten worden de voorbereidingen voor het feestje getroffen. Er worden onder meer 2 geiten aangevoerd die voor m’n neus worden geslacht (halal, overigens). Terwijl ik met Andy aan het praten ben ziet hij ineens een eindje verderop een stel bavianen rennen. Waarschijnlijk worden ze achterna gezeten door een hyena. Die zitten hier veel en ‘s nachts is hun roep ook te horen. Best een eng idee, want het hek staat het grootste deel van de dag gewoon open en iedereen loopt hier gewoon rond buiten het hek.

Dan is het tijd om afscheid te nemen van Andy en Inge. Best jammer, want het was erg gezellig en nuttig. Nadat ik ze heb uitgezwaaid ruim ik mijn vaat op en ga aan de slag met mijn lekke band. Op het oog lokaliseer ik 2 potentiële gaatjes en nadat ik er wat lucht ingepompt heb verraad de echte dader zich al snel. Ik pak de reparatiekit erbij en volg de aanwijzingen bijna letterlijk op. Jammer is alleen dat vergeet om de lijm op het juiste moment toe te passen. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom het gaatje na oppompen nog steeds een heel klein beetje sist. Helaas, pindakaas. Ik zal hem door een professional moeten laten repareren.

Daarna maak ik het luchtfilter weer schoon, check het oliepeil, en dergelijke zaken. Ook valt me op dat er een aantal boutjes en schroefjes los zitten, waaronder bij een accu. Die zet ik dus meteen vast. Nadat ik nog wat andere klusjes gedaan heb is het tijd voor de lunch. Intussen heeft zich een interessante ontwikkeling voorgedaan. Ik had al van Andy en Inge begrepen dat Martine en Andrew (Nederlands stel dat ik min of meer ken van Facebook) op weg zijn naar het Turkana meer, dat hier niet heel ver vandaan ligt en wat ik erg graag zou willen zien. Helaas staat de regio niet als erg veilig bekend en is het erg afgelegen met hele slechte wegen en nauwelijks voorzieningen, dus wil ik dit niet in mijn eentje ondernemen. Maar vanmorgen nam Martine (toeval of niet) zelf contact met me op en dient zich het plan aan om elkaar in de buurt van het meer te ontmoeten en samen een stuk te rijden langs het meer. Dat lijkt me geweldig! Het betekent echter wel dat ik na morgen (eigenlijk morgen al, maar ik wil Sinterklaasavond Skypen met het thuisfront) toch echt weer op weg moet en dat ik voordien mijn tanks vol moet hebben, mijn water jerrycans vol moet hebben, boodschappen moet hebben gedaan voor een week, mijn band gerepareerd moet hebben, me moet inlezen op deze regio en de belangrijkste internetzaken geregeld moet hebben. Daar gaat mijn rust! Geen punt, want het is voor een leuk doel, en bij terugkomst kan ik alsnog een paar dagen ontspannen. Ik moet nog wel uitzoeken welke weg ik het beste kan nemen naar het Turkana meer. En een ander belangrijk bezwaar is dat ik het grootste deel van het traject nog steeds alleen moet rijden, maar als het goed is is dat niet het meest moeilijke stuk.

In de middag ben ik dus druk bezig met inlezen, afstemmen en met het filteren van water. Een volle jerrycan kost met zo’n klein handfiltertje wel aardig wat tijd! Tegen het einde van de middag klinken er speeches en applaus bij de inmiddels aardig groot geworden groep dames, waarna iedereen langzaam maar zeker weer vertrekt. Waarschijnlijk heeft men mij bezig gezien met de compressor, want enkele van de dames komen naar me toe en vragen of ik een achterband van hun auto kan oppompen. Geen probleem natuurlijk. De zon heeft flink geschenen vandaag dus de accu’s zijn weer aardig bijgekomen van de compressor-marteling van vanmorgen.

‘s Avonds kook ik een prutje van rijst, een blikje peen/doperwten, ui, tomaat en nasi-sausmix, wat verrassend lekker smaakt. Ook raadpleeg ik Henry over de route naar het Turkana meer en de veiligheidssituatie. Hij verzekert me dat het met de veiligheid wel snor zit; daarover hoef ik me echt geen zorgen te maken, zegt hij. Het grootste risico zit hem in de wegen zelf. Het kleine regenseizoen staat voor de deur en als het flink gaat regenen, dan worden de meeste wegen absoluut onbegaanbaar en kun je in een modderstroom meegesleurd worden. Geen prettig vooruitzicht natuurlijk!

Om 21 uur (19 uur in Frankrijk) probeer ik te Skypen met Patricia (oudste zus), maar dat lukt vrijwel niet. Na ruim een uur klooien bel ik haar met m’n telefoon via Skype, over 3G i.p.v. wifi. Dat werkt als een zonnetje. Zelfs video is geen probleem, maar dat vreet zoveel data dat we dat uit moeten zetten. Ik heb sterke twijfels of ik het wel aandurf om naar het Turkana meer te rijden en weer terug, maar Patricia weet me aardig te overtuigen. Niettemin slaap ik er nog een nachtje over.

Dag 100(!) sta ik vol zenuwen op: ik heb besloten naar het Turkana meer te gaan, maar ik vind het wel vreselijk eng, en ik heb een hoop te doen vandaag. Ik zoek Henry nog even op voor wat aanvullende vragen en tref bij hem een Duitse man die voor een NGO werkt in Ileret, dat vlak onder de Ethiopische grens ligt, aan het Turkana meer. Ook hij verzekert me dat ik me over mijn veiligheid geen zorgen hoef te maken en wijst me op een betere route naar het meer. Die weg betekent weliswaar 90km omrijden, maar hij is niet lang geleden flink geüpgradet i.v.m. de aanleg van een enorm windmolenpark bij Loiyangalani, een klein plaatsje aan het meer, waar ik ook naartoe wil. Alles bij elkaar genomen krijg ik een steeds beter gevoel over mijn beslissing, maar eng blijft het nog steeds.

Nadat ik met enige moeite de auto van de bustent gescheiden heb (valt niet mee in je eentje) en het e.e.a. heb voorbereid, zoals het van het dak halen van de noodbrandstof-jerrycans, rij ik naar het centrum van het stadje (Marsabit dus). Het is weer eventjes wennen om links te rijden! Ik parkeer de auto ergens langs de weg (Andy heeft me er van weten te overtuigen dat dat geen kwaad kan op drukke plaatsen in kleine steden) en loop naar een bank. De beveiliger wijst me de deur naar de ATM’s. Slechts eentje schijnt het te doen, maar de 2 klanten voor me krijgen geen cent. Ook ik krijg geen cent uit het automaat, hoewel het ding wel bedankt voor mijn transactie en mijn pas uitspuugt. Hopelijk is er niets van mijn rekening gehaald! Een andere klant probeert het vervolgens en krijgt het wel voor elkaar, maar pint dan ook slechts 2000 ksh, dus probeer ik ook een kleiner bedrag en zowaar, dat lukt! Ik moet straks erg veel diesel tanken en dat is vrij prijzig hier, dus eigenlijk wil ik meer geld hebben, maar dat komt morgen wel.

Daarna bekijk ik de vele, kleine winkeltjes. Het concept is zeer vergelijkbaar met Egypte, Sudan en Ethiopië, maar hier staat alles in het Engels en in tegenstelling tot in Ethiopië zijn de mensen niet opdringerig. Menigeen zegt vriendelijk gedag, een enkeling vraagt waar ik vandaan kom of iets anders, en de meesten kijken we wel een tijdje aan, maar dat begrijp ik wel: zo’n grote, blanke, blonde vent zie je vast niet vaak lopen hier. Nergens iemand die ‘money’ of ‘you’ roept. Het is vooral ‘Welcome’ en ‘Good morning’, en doorgaans met een brede glimlach. Wat een verademing. Natuurlijk zijn er ook mensen die me aanspreken omdat ze me een dienst willen aanbieden, maar in vergelijking met Ethiopië is dat verwaarloosbaar en al gauw voel ik me erg op mijn gemak hier. Het productenaanbod is wel wat magertjes. Hier zijn nog niet de beroemde Keniaanse supermarkten te vinden en moet ik ouderwets winkeltjes langs voor al mijn boodschappen. Er zijn erg veel winkeltjes, maar het aanbod is overal hetzelfde. De groentewinkeltjes hebben allen rode ui, aardappels (in oude USAID blikken), tomaten, enorme groene kolen (worden letterlijk met vrachtwagens tegelijk aangevoerd), bananen, miezerige sinaasappeltjes en dat is het wel zo’n beetje. Een enkeling verkoopt daarnaast nog wat paprika’s, mango’s en/of ananassen. Daarnaast zijn er veel telecomwinkeltjes en kruideniers met een toonbank.

Bj een telecomwinkeltje koop ik voor 1000 ksh (Keniaanse shilling; 10 euro) aan credit. Het meisje achter het kraampje waar ik paprika’s vind moet enorm giechelen wanneer ze mij als klant krijgt. Ze begrijpt het niet wanneer ik om een halve kilo tomaten vraag, maar een man helpt vertalen, hoewel ze het ook daarna nog nauwelijks lijkt te begrijpen. Als ik ook nog 3 grote rode uien pak krijgt ze de slappe lach en valt zelfs op de grond van het lachen. Het meisje naast haar giechelt mee en helpt haar collega weer op de been. Geen idee wat er zo grappig is aan 3 rode uien in de handen van een mzungu (blanke), maar goed, ik heb mijn groente.

Bij een kruidenier koop ik 10 liter mineraalwater (voor 100 ksh; 1 euro) en gooi alles in de auto. Daarna loop ik naar een ander stalletje voor wat bananen en een ananas. Ik houd niet van ananas, maar veel andere keuze hebben ze niet, behalve een veel te grote watermeloen. De bananen kosten 50 ksh, de ananas 150 ksh, zo zegt de verkoopster. Dus geef ik haar 200 ksh, maar ze neemt er geen genoegen mee. Ze wil 230 ksh, maar daar trap ik natuurlijk niet in. Ik houd vol en ze druipt met een schuldige blik af. Ik zeg: ‘Trying to trick the mzungu, right?’ Waarop ze met een lichte grijns ontkennend antwoord.

De kruidenier waar ik mijn auto voor geparkeerd heb blijkt een vrij uitgebreide sortering te hebben, dus daar sla ik mijn slag met wat koekjes, broodjes(!), yoghurt(!!), melk, etc. Ziezo, dat is binnen. Zelfs bij het manoeuvreren met de auto om de weg op te komen word ik nog geholpen door een omstander, die hier niets voor terug vraagt. Echt heerlijk om weer wat onvervalst vriendelijke mensen tegen te komen op straat.

Dan is het tijd om te tanken. Ik laat beide tanks en de jerrycans tot de nok toe vullen: bij elkaar zo’n 220 liter diesel. Daarmee moet ik het wel gaan redden naar Turkana en terug. Ook informeer ik naar de mogelijkheid om mijn band te laten repareren. Henry had me vanmorgen getipt dat dat hier wel zou kunnen. En inderdaad, na het tanken parkeer ik de auto naast de compressor waar een paar mannen direct aan de slag gaan. Er komen al gauw wat mannen bij staan die me van alles vragen en vertellen. We hebben een heel leuk gesprek. Eén van de mannen vraagt grappend of ik hem niet mee kan nemen naar Nederland, omdat hij zo graag de Nederlandse melk wil drinken. De band wordt op dezelfde manier geplakt als ik heb geprobeerd, maar nu ik een professional in actie zie, zie ik ook hoe ik het had moeten doen. Ik heb een te dun plakstrookje gebruikt en (dit wist ik al) ben ik de lijm vergeten er op te smeren. Hij pompt de band netjes op en hangt hem weer aan de achterdeur. 1000 ksh ben ik kwijt voor zijn dienst. Wellicht teveel, maar ik betaal het hem graag. We praten nog even na met de omstanders, we schudden handen, er wordt me verschillende keren een goede reis toegewenst en al zwaaiend rij ik weg. Geweldig! Tot dusver maken de Kenianen een ongelooflijk veel betere indruk op me dan de Ethiopiërs.

Terug op de campsite verwerkt ik de boodschappen, verwissel de banden, gooi de (loodzware) jerrycans onderin de auto (i.p.v. op het dak, wat de auto topzwaar zou maken en dus gevaarlijker bij het offroaden) en zet met enige moeite de auto weer onder de bustent. Bij dit laatste heb ik publiek, want de groep mannen die daarvoor speeches moest aanhoren is nu weer even losgelaten om geit te eten (er zijn er vanmorgen weer 2 voor mijn neus geslacht) en nieuwsgierig komen een stel mannen kijken wat die rare snuiter met zijn tent en auto aan het klooien is. Een enkeling komt nieuwsgierig vragen of ik in de auto slaap en bewondert de binnenkant van de kanarie.

Omdat het pakjesavond is thuis, trakteer ik mezelf op pannenkoeken. Egyptisch meel, Sudanese eieren, Nederlandse (houdbare, uiteraard) melk, Egyptische halva/chocopasta en Sudanese honing. Smaakt best! Daarna zoek ik contact met het thuisfront via Skype. Wifi heeft helaas geen internetverbinding, dus dan maar weer via 3G. Dat werkt net als gisteren als een zonnetje, maar met video aan vreet het data. Niettemin ben ik erg blij om weer zoveel bekende gezichten te zien! Zij gaan zo beginnen met hun sinterklaasviering en ik ook, want ik heb nog een pakje liggen van Sandra, die ik pas met Sinterklaas mocht open maken. Een zakje kruidnootjes, een grappig spelletje en zakjes mix voor warme chocomelk. Dank je wel, Sandra!

Ik plaats nog een achterstallig blog (zonder foto’s helaas) en duik dan m’n auto in. Onderweg naar m’n auto komt de nachtwaker me tegemoet lopen. Hij waarschuwt me dat er een hyena vlak achter het hek zit. Die ruikt het geitenvlees waarschijnlijk.

6 gedachtes aan “Dag 96-100 (30 nov-4 dec): Wolven, grijpgrage apen, lekke band no. 1, en Sinterklaas in Kenia!

  1. J. Koopmans

    Heb weer genoten van je verslag Bjorn! Mooi is ook dat je je emoties niet onder stoelen en banken steekt. Dat zorgt voor nog meer betrokkenheid bij je avonturen! Gelukkig weet ik dat je al een paar dagen van je rust geniet in de jungle en veilig teruggekeerd bent van de woestijn aan het Turkana meer. Ben benieuwd hoe het daar is gegaan! Gelukkig heb je je babbel bij je zo blijkt maar steeds weer. En…. pas op met die apen!!

    1. Bjorn Bericht auteur

      Het schrijven over emoties vind ik een essentieel onderdeel van mijn verslaglegging, omdat het anders een vrij saai verhaal wordt. Maar ik stel me op deze manier wel kwetsbaar op en dat is soms even slikken.

  2. Patricia van Baarlen

    leuk die ehiopische wolfjes; ze doen me een beetje denken aan spaanse Podenco’s.
    Je verhaal over de apen herinnerde me aan de eerste dag dat wij in Zuid-Afrika waren met bavianen op de camping. Er waren speciale baviaan-proof vuilnisbakken neergezet; die zij echter wel en wij niet openkregen! Kun je er niet een paar voor me meenemen? Lijkt me geweldig, een paar van die aapjes hier in de bomen…

    Gelukkig ben je weer heelhuids teruggekomen van je Turkana avontuur. Ik was er dan wel van overtuigd dat je het kon, en ook moest doen, maar dat is natuurlijk makkelijk praten van achter je computer. Heel stoer hoor!

    Kenia klinkt nu al fantastsch. Hopelijk zet die stijgende lijn door 😉
    Prachtige foto’s ook!

    1. Bjorn Bericht auteur

      Eerlijk gezegd vind ik ze daar helemaal niet op lijken. Podenco’s vind ik er veel ‘hondachtiger’ uitzien. Ethiopische wolven doen mij veel meer ‘vosachtig’ aan.
      Leuk verhaal over die vuilnisbakken! Ja, apen zijn ontzettend inventief en gehaaid. Kan me voorstellen dat je het leuk zou vinden om een paar aapjes in Frankrijk te hebben, maar ik denk dat je ze toch al snel zat ben nadat ze begonnen zijn al het voedsel van jullie en je dieren op te eten! 😉

      Tja, achteraf gezien was het Turkana avontuur een makkie en heb ik me druk gemaakt om niks, maar vooraf is dat altijd zo moeilijk te bepalen…

  3. mona

    wat een fantastische dierenfoto`s!!! die wolfjes zijn op t eerste gezicht idd net vosjes maar als je de kopjes van voren ziet is het echt wolf vind ik. Die Apen zijn ook fantastisch geportreteerd!! Het kleine blauwe vogeltje met rood wangetje hadden mijn ouders toen ik kind was in de voliere, heette toen een Napoleonnetje.

    Het was weer genieten geblazen!!! Ik wil je nu alvast fijne kerstdagen wensen, zal heel bijzonder zijn!!!!
    mona

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.