Dag 54-59 (20-24 okt.): Bureaucratie! Op het nippertje de grens over? En de familie Vosseberg.

Op dag 54 slaap ik ietsje langer, maar neem minder tijd voor het ontbijt, want ik wil z.s.m. bij het paspoort kantoor zijn, wetende dat veel overheidsdiensten ‘s middags sluiten. Niettemin lever ik wat kleding in om te laten wassen (voor 30 cent per stuk ga ik dat echt niet zelf doen) en zaag ik eerst een aantal plakken van een dikke tak af die men gisteren had afgezaagd. Die plakken wil ik later op de dag gebruiken om mijn accu’s weer goed vast te zetten.

Er blijkt een tweede poort te zijn, met een kleine deur die overdag op een kier staat. Dat scheelt een hoop gedoe met aanbellen enzo. Eenmaal op straat houd ik de eerste de beste taxi aan, die me voor 15 pond naar het paspoort kantoor brengt. Eerst laat ik voor de deur van een naburig winkeltje wat kopieën van mijn huidige visum maken, omdat ik gelezen had dat dat nodig is. De kennis over het hele proces van het verlengen van een visum heb ik te danken aan Nicky van de Beek, die de stappen duidelijk beschrijft in haar Luxor Survival Guide (http://nickyvandebeek.com/2015/01/luxor-survival-guide/). Het proces blijkt nu nauwelijks gewijzigd. Ik stap het kantoor in en loop naar balie 8, waar al wat mensen staan. Ik ga er aanvankelijk naast staan, maar een gedistingeerde dame uit Wales die op een bankje naast de balie zit geeft aan dat zij ook op dit loket wachten, dus ga ik naast haar en haar Egyptische leerlinge zitten. Ze is 14 jaar geleden naar Luxor geëmigreerd en sindsdien docent Engels. Haar paspoort is echter verlopen en ze wil op vakantie, dus probeert ze een nieuw paspoort te krijgen.

Wanneer het mijn beurt is overhandig ik, zoals in het artikel van Nicky staat, 2 pasfoto’s, 2 kopieën van de ID-pagina en 2 kopieën van het huidige visum uit mijn paspoort, en uiteraard mijn paspoort zelf. De man achter de balie vraagt me het een en ander en verzoekt me een formulier in te vullen. Dat is zo gebeurt, maar omdat hij inmiddels met de noorderzon vertrokken is, moet ik lang wachten voor we weer verder kunnen. Hij bekijkt het formulier, vraagt slechts 1 pasfoto en 1 kopie van beide pagina’s uit het paspoort en na weer even wachten krijg ik 2 briefjes overhandigt die ik in moet leveren bij een ander loket. Daarna moet ik bij hem terug komen. Zo gezegd, zo gedaan. Bij het tweede loket moet ik 20 pond afrekenen voor 1 maand verlenging (maar tot 6 maanden kosten evenveel). Dat is aanzienlijk minder dan de ca. 23 euro die je voor de eerste maand betaald!

De papiertjes worden bestempelt, een kopie wordt achter gehouden en ik krijg een stapel nieuwe papieren mee. Die lever ik (na opnieuw een tijd wachten voor een lege balie) weer in en krijg, zoals verwacht, te horen dat ik om 14 uur terug kan komen om mijn paspoort weer op te halen. Ik krijg geen afhaalbewijs o.i.d. mee, maar uit ervaring weet ik dat dit soort dingen doorgaans wel goed gaan, dus zit ik er niet mee.

Terug op straat loop ik naar de Television Street (ja, echt waar), een drukke winkelstraat. Ik weet dat hier ergens een ‘Europese’ stijl supermarkt moet zitten, hoewel ik die bij eerdere reizen nog niet had kunnen vinden. Google Maps wijst me ongeveer in de goede richting, maar de winkel blijkt net even iets verderop en aan de overkant van de straat te liggen, waardoor ik het aanvankelijk over het hoofd zie. Van buiten zou ik het ook niet gauw als supermarkt herkent hebben. Er zijn een paar mandjes en 2 winkelwagentjes. Er is een groente- en fruitafdeling, een slager en er is zelfs een kaasafdeling met Arabische Goudse kaas! De sortering is naar Egyptische maatstaven enorm en dus lopen er veel blanken te winkelen. Naar Europese maatstaven is de sortering nog het beste vergelijkbaar met een karige buurtsuper. Niettemin vind ik er bijna alles wa ik op mijn lijstje heb staan en meer. Gek genoeg verkopen ze echter geen eieren. En vers brood ontbreekt ook, maar dat is elders op straat te koop, hoewel niet brood zoals wij het kennen, dus volsta ik met een fabrieksbrood (je weet wel van die slappe, vrij smakeloze boterhammen in kleurige zakken).

Ik kan niet alles mee nemen, dus vul mijn mandje tot over de rand en reken af. Tot mijn schrik ben ik een kleine 35 euro kwijt! Dat zijn Europese prijzen! Het moet vermeldt worden dat er wel prijskaartjes bij de artikelen staan, maar doorgaans duidelijk niet kloppen, omdat er andere producten op staan vermeldt. Alles wordt voor me ingepakt een overdaad aan plastic zakken en de inpakker loopt met mijn boodschappen naar buiten, terwijl ik afreken. De kassière ziet mijn verbazing en stelt me gerust: ‘he is carrying outside for you.’

De inpakker houdt desgevraagd zelfs een taxi voor me aan, die me voor 20 pond terug naar de camping brengt. Daar gebruik ik de lunch, probeer mijn vader te helpen met een flink computerprobleem en begeef me vervolgens weer op straat. Het is 14:30 geweest, dus tijd om mijn paspoort op te halen. Alle balies zijn leeg dus neem ik plaats op een stoel voor balie 8. Na een aantal minuten wordt me door de man van vanmorgen verteld dat het ‘nog een paar minuten zal duren.’ Dat blijken uiteindelijk 20 minuten te zijn… Maar goed, daar is hij dan, met mijn paspoort. Hij drukt nog een watermerk door de pagina met het visum heen en geeft hem dan aan mij. Ziezo, dat is gebeurd.

Hierna herhaalt de geschiedenis zich verder, want opnieuw loop ik naar de supermarkt en vul opnieuw mijn mandje tot over de rand. Met deze voorraden kan ik desnoods weken vooruit zonder boodschappen te doen; water en eventueel vlees uitgezonderd. De rekening valt nu uit op zo’n 25 euro. Een taxi moet ik dit keer zelf aanhouden, wat even duurt.

In het restant van de middag klus ik aan de auto. Ik repareer de steunen voor de accu’s en het binnenlichtje, dat ergens kortsluiting maakte en niet meer uit wilde gaan. Ook pers ik een tweetal glazen verse jus met sinaasappels uit Cairo en werk dit verslag bij.

Op dag 55 maak ik een lunchpakketje, want ik ga vandaag naar de west oever, en daar is niet veel soeps te krijgen. Ik pak m’n spullen (vooral veel water), en neem een taxi naar de ferry. Aan de overkant loop ik naar de winkel waar ik altijd fietsen huur. Er staat een Nederlandse man startklaar om weg te fietsen, maar uiteraard maken we eerst een babbeltje. Tegelijk met mij arriveert ook een kleine Spanjaard met een kunstige snor en sik. Ongetwijfeld een topdag voor deze fietsverhuurder, want veel toeristen zijn er nog niet, hier in Luxor.

Het is heerlijk om eindelijk weer eens op de fiets te zitten! Thuis fiets ik heel graag en ging regelmatig een dagje er op uit met de fiets, maar door de voorbereidingen voor deze reis is dat er vrijwel niet van gekomen dit jaar. Dus om weer eens te fietsen is des te fijner, zeker langs de monumenten van de westoever! De Memnon kolossen heb ik al heel vaak gezien, dus daar fiets ik strak voorbij. Ik stop pas bij het ticket office. Ik heb mijn huiswerk niet zo heel goed gedaan, want ook al weet ik dat er een aantal nieuwe graven geopend zijn, ik weet niet welke nummers deze graven hebben, dus fiets ik even later met slechts 1 kaartje weg, waar in elk geval 1 nieuw graf mee te bezoeken is. De rest zie ik later wel.

Nu eerst naar het Dal der Koningen. Als het goed is moet nu toch EINDELIJK, na decennia van sluiting, het exceptioneel bijzondere graf van Horemheb geopend zijn, dus dat is me de moeite van het fietsen wel waard! Ook al is het een ‘dal’, toch is het een behoorlijke klim, zeker op de fiets in e zinderende hitte. Niet voor niets dat ik hier eerst naartoe ga! Bij de finish aangekomen (de ingang van het eigenlijke Dal der Koningen) valt de tocht me eigenlijk nog wel mee, ondanks dat de zweetdruppels dik op mijn armen liggen. Bij de röntgenscan moet ik mijn tas openen, omdat het apparaat stuk is. De man vraagt grappend: ‘Knife in there? Drugs? A bomb?’ Waarop ik knullig antwoord:’No, I never travel with my bomb.’

Bij het ticketoffice maakt mijn hart een sprongetje: Horemheb is inderdaad geopend! En sterker nog: gewoon te bezoeken met het standaard kaartje voor 3 graven naar keuze! Dus geen speciaal kaartje, zoals voor Toetanchamon en Ramses VI. Joost mag weten waarom, maar ik ben er blij mee! Ik loop direct op mijn doel af en daal af in het graf. Yes! Eindelijk! Net als Wadi al-Hettan en de piramide van Oenas (zie eerdere blogs), was ook dit een hot item op mijn verlanglijstje. Wat dat betreft alleen al is dit een geslaagde reis!

Wat makt dit graf nou zo bijzonder? Onder meer vanwege een aantal unieke voorstellingen, maar misschien vooral omdat men tijdens het aanleggen van het graf van de 1 op de andere minuut lijtk te zijn gestopt met werken. Je kan perfect zien hoe men te werk ging. Eerst werden uiteraard de gangen en kamers in de rotsen uitgehakt. Dan werd de boel bepleisterd. Dan werd er met rode inkt op geschetst. Dan werden de afbeeldingen en teksten met zwarte inkt gecorrigeerd (wat je heel vaak ziet!) en uitgewerkt. Vervolgens werden de decoraties uitgekerfd om er laag-reliëf van te maken en tot slot werden de decoraties opnieuw van kleur voorzien, maar nu definitief. Er zijn heel wat plekken te zien waar hierogliefjes half uitgekerfd zijn, hertekend zijn of netjes uitgekerfd, maar nog niet geverfd. Daarnaast is ook de mate van detail in de reliëfs en de schilderingen van zeer hoog niveau en dus ook zeer aantrekkelijk om te zien.

Na dit lange bezoek ga ik eerst in de schaduw mijn lupa (lunchpakket) verorberen en koers dan weer naar de uitgang. Met veel twijfel, want ik kan nog 2 graven bezoeken met hetzelfde kaartje. Maar ik heb nog veel meer te doen vandaag, dus uiteindelijk houd ik me toch aan mijn oorspronkelijke plan: alleen dingen bekijken die ik nog niet eerder gezien heb. Een heel tegennatuurlijk fenomeen om na 1 graf het Dal al weer te verlaten, maar ik ben vastbesloten.

De weg uit het Dal is een feestje: alsmaar heuvelafwaarts en niet al te steil. Heerlijk, die rijwind zonder te hoeven trappen! Ik koers af op de tempel van Hatsjepsoet te Deir el-Medina. Daar is onlangs een ruimte voor het eerst geopend voor het publiek: het zogenaamde zonnehof en de kapel erachter. Althans, dat is volgens de persberichten en de vele foto’s van de feestelijke inauguratie en de eerste bezoekers. Helaas is het weer op z’n Egyptisch: het zonnehof is open, maar de kapel er achter, met verreweg de mooiste en best bewaard gebleven decoraties, is potdicht. ‘Closed,’ zegt een bewaker ten overvloede als ik door het getraliede stalen hek met een enorm hangslot naar binnen gluur. In mijn teleurstelling antwoord ik:’Yes, I can see that, but WHY?!’ Daarop uit de wachter alleen een onverstaanbare kreet. Niettemin is het zonnehof ook wel aardig om te zien, maar als ik dit geweten had, was ik niet helemaal hier naartoe gekomen. Nu ja, je kan niet altijd geluk hebben.

Ik fiets weer terug naar de hoofdweg en neem de afslag over het woestijnpad naar de graven van el-Chocha (Neferrenpet, etc. voor de kenners onder u). Ik wordt hartelijk begroet door de bewaker. Ik vertel hem dat ik alleen graf 110 wil zien, het graf van Djehuti. ‘Okay,’ zegt hij, maar loopt niettemin direct naar de gezamenlijke ingang van de 3 andere graven die het kaartje dekt. Nadat ik hem corrigeer en het kwartje eindelijk lijkt te vallen, stuurt hij me door naar een andere sleutelman, die het graf voor me opent. Het spreekt voor zich dat hij bakshees van me verlangt, ook al heb ik geen foto’s gemaakt en heeft hij niets bijzonders voor mij hoeven doen. Dat verdorven systeem van bakshees komt me echt de strot uit. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer; ik weet het, maar als ik kan er na 13 reizen steeds slechter tegen. Oh, het graf valt trouwens ook tegen. De decoraties zijn niet eens schoongemaakt! Er is wel state of the art verlichting (zij het vrij zwak), maar er is bijna niets te zien. Na afloop mag ik een enquete invullen! Weer wat nieuws.

De fiets brengt me terug bij het ticket office. Daar zit helaas een andere man dan vanmorgen. Die kende namelijk de nummers van de geopende graven, maar deze man heeft geen flauw idee waar ik het over heb als ik begin over graf TT40, van Amenhotep Huy. Pa na een aantal minuten vind hij een post it waar het op staat en krijg ik het juiste kaartje. Het graf is vlakbij, dus dat komt mooi uit. Ik ben al aardig moe inmiddels.

Tussen de restanten van het een jaar of 7 geleden door de overheid verwoeste dorp Qurnet Murai bevinden zich maar liefst 3 graven die ik nooit eerder gezien heb, waaronder dus van Amenhotep Huy, een beroemd graf onder egyptologen, onder meer vanwege de prachtige en gedetailleerde afbeeldingen van buitenlanders die tribuut komen brengen aan de Egyptische koning. Het is ook het eerste graf dat ik te zien krijg, na een hele steile klim in de inmiddels verzengende hitte. Het zweet gutst van m’n lijf. Maar het bezoek aan dit bijzondere graf is het absoluut waard.

De andere 2 graven zijn erg klein, maar erg leuk om te zien. Toch voegen ze niet veel toe aan het grote repertoire aan graven die ik al gezien heb in Egypte.

Bij aankomst in Qurnet Murai (hemelsbreed 100 meter van het ticket office) werd ik al met veel gejubel onthaalt en moest ik thee drinken, wat ik afgeslagen heb. Hier wil men overal geld voor hebben, dus daar begin ik niet meer aan. Desalniettemin lijkt men uitermate verbaast als ik weiger om bakshees te betalen aan het einde van mijn bezoek aan de 3 graven. ‘But you from Holland!’ krijg ik als argument te horen. In de meeste landen zou dat een hele vreemde opmerking zijn, gezien de vermeende gierigheid van Nederlanders.

Het is een uur of 15 en het is mooi geweest. Ik ben blij dat ik me alleen geconcentreerd heb op ‘nieuwe’ zaken, anders had ik het nooit allemaal in 1 dag kunnen zien. Nu staat er nog maar 1 item op de agenda: zwemmen! Ik fiets terug richting de Nijl en lever de fiets weer in. Die kostte weliswaar 30 pond (€3), maar dat verdubbel ik bijna.

Even daarvoor kom ik Karin (van het Nile Valley Hotel; zie gisteren) met een aantal van haar kinderen tegen. We praten even kort bij, want ze moet weer weg. Bij het hotel aangekomen belt de receptionist nog even met haar om te verifiëren dat ik inderdaad gratis van het zwembad gebruik mag maken. Even later dobber ik prinsheerlijk in het (net een tikkeltje te frisse, maar wel heerlijk verkwikkende) water. Helaas zijn er ook 2 kleine Britse jochies aan het spelen, waar ik veel last van heb. De ouders lijkt het allemaal nauwelijks te interesseren wat hun kinderen doen.

Ik blijf ruim een uur in het water, kleed me dan weer om en begeef me naar het altijd heerlijek dakterras. Een lemon juice later bestel ik een diner, die voortreffelijk smaakt. Helaas is de hoofdgang wel wat afgekoeld, want op geheel Egyptische wijze zijn zowel de soep als de hoofdgang tegelijk geserveerd.

De ferry brengt me weer terug aan de oostzijde van de Nijl. De taxichauffeur die ik aanhoudt kent Rezeiky Camp niet, dus toon ik hem de weg. Terug bij de auto zet ik een kop thee en begin intussen aan het afbreken van mijn kampje. Morgen rij ik door naar Aswan! Om me heen is het een herrie van je welste. Er is een enorme overlandtruck gearriveerd en een toerbus en de ‘lading’ van die voertuigen bestaat uit een tweetal luidruchtige groepen. Er wordt harde muziek gedraaid, waaronder 5x achter elkaar hetzelfde nummer. De herrie houdt helaas de hele nacht aan, tot in de vroege ochtend. Lang leve de oordopjes!

Dag 56 begint dus onrustig, maar dankzij de oorpluggen merk ik er gelukkig niet veel van. Niettemin ben ik voor 7 uur al up and running. Ik pak de auto in, check alles 3x, spoel de auto even flink af met een tuinslang (overal ligt inmiddels een dikke laag stof op. Als je hier een stap zet, dwarrelt er al stofwolkje van de grond omhoog). Bij het afrekenen smeekt de eigenaar me bijna om ze een goede beoordeling te geven op hun Facebook pagina. En dan rij ik weg, richting Aswan.

De GPS wil me langs de Nijl laten rijden, maar dat vertik ik, want hoewel dat korter is, is het door alle snelheidsdrempels absoluut langer rijden. En dus rijd ik eigenwijs naar de westoever, richting woestijnweg. Ik passeer een aantal slaperige politieposten. Men kijkt wel even op als ze me langs zien rijden en sommigen steken hun hand op, maar ik kan gelukkig overal doorrijden.

De weg is lang en recht. Maar nooit saai, want soms is er een stuk asfalt gewoon weg, of staat het verkeer zonder aantoonbare reden stil. Rond 12:15 wil ik langs de weg stoppen om te plassen en te lunchen, maar nog geen 2 minuten later stopt er een politieauto uit tegenover gestelde richting. De 2 mannen vragen me waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga en zeggen me dat ik door moet rijden. Nou ja, niet erg. Het is nog maar zo’n 3 kwartier rijden naar mijn doel.

Adam’s House is een begrip bij overlanders. Mohammed (hij wordt liever Mo genoemd) spreekt goed Engels en helpt overlanders met de grenspapieren, bestaande uit een stempel van de traffic court (dat je geen uitstaande verkeersboetes hebt) en het visum voor Soedan. Echter, als ik aankom rijden is hij er niet. Voor de ommuring zie ik de truck van het Duitse gezin (www.6Westfalen.com) al staan. Ik heb ze in Alexandrië voor het eerst ontmoet en ben ze in Cairo ook 2x tegen gekomen. Maar nu ontmoeten we elkaar voor het eerst met de auto’s. Althans, zodra ze er weer zijn, want de auto is verlaten. Ik loop de binnenplaats op en zie aan het andere eind een heel Nubisch gezin in de schaduw mijmeren. Niemand spreekt meer dan 3 woorden Engels, dus wordt er met Mo gebeld en krijg ik een heerlijk kopje muntthee en het gastenboek in mijn handen gedrukt. Even later krijg ik Mo aan de lijn en direct erna Jochen Vosseberg (van het Duitse gezin). Ze zijn een boottocht op de Nijl aan het doen en zijn pas over een uur of 3 terug.

Dus zet ik mijn auto op een wat geschiktere plek (meer waterpas; schaduw is hier niet en het is hier al gauw een graad of 35), steek een paar boterhammen in mijn waffel en ga zitten met de reisgids van Sudan voor m’n neus. Ik kan niet veel meer doen dan wachten. Tijdens het lezen merk ik dat er een heel leger van zwaluwen om me heen fladdert. Vaak scheren ze op nog geen halve meter van mijn voeten of hoofd langs. Ik pak mijn camera en schiet er op los. Direct komen er wat kinderen aanlopen die op de foto willen. Ze willen het resultaat zien, maar bedelen gelukkig niet om geld. Niet lang daarna doe ik een dutje in de heerlijke schaduw van mijn kanarie.

Iets over 16 uur komt het gezin Vosseberg aanrijden in Mo’s auto. Het is een hartelijk weerzien. Er wordt direct een hoop bijgepraat. Mo is een rare snuiter. Hij praat dwars door anderen heen, heeft een portemonnee vol visitekaartjes en slechts 10 pond en voert het hoogste woord. Mijn vragen over het verblijf hier, daar praat hij heel makkelijk overheen. Daar komt bij dat ik een probleem blijk te hebben: de vergunning voor mijn auto verloopt niet rond 5 november (wat ik tot dusver dacht), maar al op 27 oktober! Over 5 dagen! En de aanvraagprocedure voor het visum voor Sudan kan wel een week duren! Daar komt bij dat ik alleen al 2 dagen nodig heb om vanaf hier naar Sudan te komen. Een groot probleem dus.

Er wordt druk gediscussieerd, Het Vosseberg gezin heeft het zelfde probleem (26 oktober), maar zij hebben het eerder ontdekt en krijgen hopelijk maandag hun visum; net op tijd dus. Mo heeft helaas morgenochtend geen tijd om met me mee te gaan naar de Sudanese ambassade, maar gelukkig werpt Judith zich op. Zij is er immers al geweest en kent de weg nog wel.

We praten nog een hele tijd door over van alles en nog wat, terwijl hun 4 kinderen (8 tot 15 jaar) een klein kampvuurtje maken. Rond 19 uur gaan zij pannenkoeken bakken (ik ben jaloers!) en bereid ik een salade van de restanten die ik nog in de koelkast heb liggen en braad er wat tamelijk smakeloze worstjes bij. Na het eten praten we nog een tijdje door en zeggen elkaar om een uur of 21 welterusten.

In de avond is het klimaat heerlijk: een zacht, koel briesje maakt het zelfs een beetje fris. Ware het niet voor een vreselijk machine die gebruikt wordt voor de fabricage van bakstenen die al de hele avond staat te loeien, dan was het hier ook heerlijk rustig. Op de achtergrond zie ik de Nijl rustig stromen. Zo nu en dan komt er een cruiseschip voorbij. Stiekem… heeeeel stiekem, wens ik soms even dat ik zou kunnen genieten van de onbezorgdheid van zo’n cruise. Maar dat gaat snel voorbij hoor! Het huis is op enkele kilometers van Aswan gelegen en dus weg van de drukte van de stad. Het sanitair is slecht. De douche schijnt warm te zijn, maar ik weet niet of ik die uit wil testen. Wifi, stroom e.d. zijn er niet. Wel is er een (soort van) kraan. Ik sta hier waarschijnlijk nog wel een aantal dagen, dus ik ben benieuwd.

Rond half 8 sta ik op, op dag 57. Om iets over 9 uur rijd ik, met Judith naast me, richting Aswan. Onze missie: mijn visum voor Sudan. Het is heerlijk om alle bekende plekjes in Aswan voorbij te zien komen en ik voel me bevoorrecht dat ik hier nu met eigen auto langs kan rijden.

De ambassade is gauw gevonden, dankzij Judith. Ik parkeer de auto in de schaduw; Judith blijft in de auto wachten. Gewapend met alle papieren (denk ik tenminste), ga ik het pand van de Sudanese ambassade in. Een donkere man in een veel te groot pak achter een groot, bijna leeg en glanzend zwart bureau vraag ik waar ik moet zijn. Blijkbaar zit ik goed, hoewel hij door zijn visumaanvraagformulieren heen is en me dus in een soort wachtkamer zonder stoelen achter laat. In de ruimte zijn wat foto’s met promotieteksten over de folklore en de producten van Sudan te lezen. Ook staan er een aantal stoffige vitrines met vergeelde producten uit Sudan en liggen overal folders met ‘business opportunities in Sudan’ en dergelijke koppen.

Even later is de man terug en pakt een stoel en een krukje. Laatstgenoemde moet als tafel dienen voor het invullen van het formulier, dat er uitziet alsof het 25 jaar geleden in WordPerfect is ontworpen en nog steeds gebruikt wordt. Zodra ik het ingevuld heb, lever ik het in bij de man. Ik overhandig hem 2 pasfoto’s, een kopie van mijn paspoort, het paspoort zelf en het fomulier. Ik had vooraf gelezen dat dat alles is wat men nodig heeft en voor de Duitsers klopte dat ook inderdaad. Maar vandaag niet, want nu moet er ook een kopie van het visum aangeleverd worden. Die kan ik laten maken bij een winkeltje om de hoek. Zodoende loop ik de ambassade uit, langs Judith in de kanarie, laat een kopie maken en loop weer terug. Waarom maken ze die kopieën niet gewoon zelf?!

Daarna loopt hij naar boven en weer terug en zegt me dat ik naar boven moet. Boven staat een man aan wie ik 50 US dollar moet betalen (waar ik geen bonnetje voor krijg) en die er een tijdje met mijn paspoort en andere papieren vandoor gaat. Zodra hij terug komt, overhandigt hij me de papieren, zegt dat ik naar beneden moet, loopt zelf mee en pakt de papieren vervolgens weer van me terug. … euh…

Na weer even wachten krijg ik te horen dat het visum donderdag klaar is (het is nu zondag). Ik had al aangegeven dat dat te laat is voor mij, vanwege het verlopen van de vergunning van mijn auto. Tot dusver heb ik vriendelijk gelachen, maar nu trek ik een beteuterd gezicht, leg mijn hand op mijn hart en smeek de man of het niet sneller kan. Er worden wat telefoontjes gepleegd, maar het antwoord blijft ‘donderdag’. Wanhopig laat ik de eerste man mijn vergunning zien, zodat hij weet waar het precies om gaat. Dat lijkt te helpen, want ik moet weer gaan zitten en er worden weer telefoontjes gepleegd. Maar opnieuw levert het niets op. Ik trek het meest wanhopige gezicht dat ik kan verzinnen, kijk de man diep in zijn ogen, zeg ‘Okay… okay… thank you for your help,’ en loop weg. Nog voor ik bij de auto ben komt de man me achterna gerend. Ik moet terug komen en opnieuw een tijdje wachten terwijl er opnieuw wat telefoontjes gepleegd worden. De conclusie: woensdag is het klaar! Dat is nog steeds heel erg krap, maar wel te doen. Half opgelucht rij ik dus weer terug naar de campsite.

Niet lang na terugkomst komt Mo aanrijden. Die is een beetje boos, want blijkbaar heeft hij ons een uur lang lopen zoeken, omdat hij dacht dat we op hem zouden wachten. Daarna lunchen we en rijden Judith en Jochen met hun imposante truck naar Aswan, om boodschappen te doen bij een grote supermarkt waar we langs gereden zijn. In de tussentijd bereid ik vast de grensovergang voor. Nu ik mijn visa op woensdag lijk te krijgen, kunnen we niet gezamenlijk de grens over gaan, omdat hun vergunning op die dag verloopt. We hebben dus net 1 dag verschil. Dat is heel zuur, want dit wordt beschouwd als de moeilijkste grensovergang in Afrika, dus het zou erg prettig zijn om het gezamenlijk te tackelen.

Judith en Jochen hebben ook wat boodschappen voor mij meegenomen. Als ik mijn visum inderdaad op woensdag krijg, dan ga ik morgen nog even wat laatste boodschappen halen voor Sudan.

Tegen 16 uur komt Mo weer terug en maant Jochen en mij om hem te volgen. Hij laat ons het akkerland achter het huis zien en praat aan 1 stuk door over van alles en nog wat. Even later moeten we van hem op een muurtje bij de ingang zitten en nog meer van zijn arrogante verhalen aanhoren. We hebben deze man misschien nog hard nodig, dus we willen hem niet voor het hoofd stoten, maar de lovende verhalen die we over hem gelezen hebben zijn maar half waar. Hij kan weliswaar een hoop regelen, maar zeurt eindeloos over geld en vertelt eindeloos over wat hij allemaal al bereikt heeft voor andere overlanders. Het is pas ruim 2,5 uur later dat we gered worden van dit monoloog. Judith heeft spaghetti bolognese gekookt en ik mag mee eten. Gisteren had ik aan Mo gevraagd of ik hier kan dineren, omdat zoveel goeds gelezen heb over de Nubische gezinsmaaltijd waar je aan kan deelnemen, maar vanmiddag zei hij opeens dat ze niet voor mij alleen gaan koken en ik dus zelf maar wat klaar moet maken. Op zich geen enkel probleem, maar het strookt totaal niet bij de verhalen die ik gelezen heb over dit gastvrije gezin.

Eenmaal gered van Mo’s monoloog (zeg dat maar eens 10x snel achter elkaar!) neem ik alsnog plaats aan een gezinstafel, maar dan van de familie Vosseberg. De spaghetti smaakt uitstekend. Na afloop tafelen we nog heel lang na. Tijdens Mo’s monoloog (het begint een begrip te worden, merkt u het?) zei Mo ook dat hij het morgen wel even gaat regelen in de ambassade. De familie Vosseberg zou het visum morgen sowieso al krijgen (als het goed is), maar hij beweert nu dat hij het voor elkaar kan krijgen dat ook mijn visum morgen klaar zal zijn. Als dat lukt, dan zou dat natuurlijk fantastisch zijn, want dan kunnen we de komende hordes gezamenlijk nemen en zijn we allemaal op tijd het land uit. Ik geloof inmiddels niet meer in zijn grootspraak, maar we zullen zien!

Dag 58 breekt aan en wordt een lange dag op de ambassade van Sudan. Het ontbijten doen we gezamenlijk. De kinderen (Hanna (15), Lea, Ruben en Marie(8)) spreken best een paar woordjes Engels, met name de oudste twee. Helaas is mijn Duits verschrikkelijk slecht, maar we komen er meestal wel uit.

Vandaag hopen de Duitsers hun visa te krijgen en wellicht dat Mo ook mijn visum kan regelen, of anders wellicht mijn papieren van de traffic court (die bewijzen dat ik geen openstaande verkeersboetes heb). Iets voor 9 uur komt Mo aanrijden. Judith, Jochen en de kinderen stappen bij hem in, behalve Lea. Die wil graag met mij meerijden, wat ik hartstikke leuk vind. Onderweg praten we heel veel over het leven als overlander. Het is geweldig hoe goed ze beseft in welk een unieke positie ze verkeerd en hoe veel ze hier van leert. Tegelijkertijd beseft ze ook heel goed dat het extra fijn zal zijn om de familie en vrienden die ze nu zo mist weder te zien zodra ze weer thuis komen.

We stoppen eerst bij de traffic court. We maken wat kopieën van mijn papieren en staan vervolgens voor de ingang van een voor mij volstrekt anoniem gebouw. Mo roept wat naar een raam op de eerste verdieping en loopt dan naar binnen. Even later komt hij trots naar buiten met een papier. We lopen achterom. Er lijkt ergens een waterleiding gesprongen want de halve (zand)straat is veranderd in een modderpoel vol met drijvend afval. We houden onze voeten niet droog wanneer we bij de loketten aankomen waar niets bij staat. Je moet echt weten waar je moet zijn, anders vind je dit nooit. Mo doet zijn verhaal bij een van de loketten en ik betaal via hem de benodigde 10 pond. Even later is het klaar. We moeten rond 11:30 terug komen om het felbegeerde papier op te halen. Mo is super trots op zichzelf, dat hij dit heeft kunnen regelen zonder mijn paspoort, en uiteraard ben ik er heel erg blij mee, want dit scheelt me potentieel weer veel tijd op de dag dat ik mijn visum op kan halen en door rij naar Abu Simbel.

We rijden door naar de ambassade. Met 8 mensen sterk bestormen we het gebouw in de hoop zoveel indruk te maken dat ze ons zo gauw mogelijk weer weg willen hebben en dat doen we uiteraard alleen met visa (voor de Duitsers althans). Die indruk valt een beetje tegen, want even later staan we weer buiten. Het is rond 10 uur en moeten wachten tot 11 uur, want dan komt de consul en die moet de krabbels zetten. Wel probeert Mo nog om de boel voor mij te forceren door het kantoor van een hoge pief binnen te dringen met mij in zijn kielzog, maar dat werkt niet. De kinderen halen wat water bij de nabij gelegen supermarkt. Daarna doe ik er zelf nog wat boodschapjes. Ze hebben veel meer dan de gemiddelde ‘supermarkt’ in Egypte, maar nog steeds erg weinig. Geen groente of fruit bijvoorbeeld. Wel koop ik er een 19,9 liter groot vat water, zodat ik mijn voorraad weer tot de rand kan vullen.

Buiten is er bijna geen schaduw meer, dus gaan we binnen zitten, in de wachtruimte zonder stoelen. Dan maar op de grond zitten. Jochen en Lea hebben buikproblemen en Judith en Jochen zijn nog niet zo gewend aan het Afrikaanse geduld dat je hier moet hebben, dus voor hun is het een zware dobber. Aanvankelijk vermaken de kinderen zichzelf wel, maar na een uur (zonder speelgoed, spelletjes, elektronica of wat dan ook) wordt dat wel erg lastig. Ik probeer ze een beetje af te leiden met spelletjes enzo. Het zijn hartstikke lieve kinderen, dus dat is geen straf.

Zo nu en dan komt Mo langs en geeft een doorgaans vrij inhoudsloze update. Maar rond 12:30 gloort er hoop. De kinderen hebben net wat koekjes gehaald bij wijze van lunch. Mo meldt dat de visa voor de familie Vosseberg op dit moment voltooid wordt en dat ik morgen terug kan komen voor mijn visum. Een half uur later is het zover! De Duitsers krijgen hun paspoorten terug, compleet met visa!

Opgelucht rijden we terug naar Adam’s Home. Ditmaal heb ik Maria, de jongste, naast me. Ze kan nauwelijks over het dashboard hen kijken en spreekt maar een paar woordjes Engels, maar ze vermaakt zich uitstekend en glundert de hele rit.

Bij terugkomst pakken de Vosseberg-en alles in en rekenen af. Ze gaan zo snel mogelijk naar Abu Simbel, zodat ze morgen de tempels kunnen bekijken. Als ik morgen ook mijn via krijg, rij ik ook direct door naar Abu Simbel, zodat we overmorgen samen deze (naar verluid) moeilijkste grensovergang van Afrika kunnen trotseren.

We nemen dus voorlopig afscheid, met de stellige belofte om in elk geval in nauw contact te blijven. Ze kunnen me immers veel informatie geven over de obstakels die ze tegen komen en die ik dus ook kan verwachten. Daarna ben ik weer alleen. Ik verplaats de auto en rommel wat rondom de auto.

16 gedachtes aan “Dag 54-59 (20-24 okt.): Bureaucratie! Op het nippertje de grens over? En de familie Vosseberg.

  1. Patricia van Baarlen

    al die vergunningen, visa, verklaringen en andere papieren duizelen me een beetje… Begrijp ik goed dat nu alles geregeld is zodat je nu ook een dag eerder, samen met de Vossebergjes, de grens over kan?
    wat een geweldig nieuws! waar zo’n Praying Feather al niet goed voor is 😉

    1. Bjorn Bericht auteur

      Ja ik snap dat het erg verwarrend is! Dat is het voor mij ook. Waar het nu even om gaat is dat ik om egypte uit te komen en Sudan in te komen een verklaring van geen openstaande verkeersboetes moet hebben van de traffic court (die kreeg ik vandaag en is 15 dagen geldig) en een visum voor Sudan.
      Het feit dat ik donderdag het land uit moet zijn is omdat mijn travel permit (auto vergunning) op die dag verloopt. Voor zover ik weet is Egypte het enige land met zo’n travel permit.
      Als alles goed gaat krijg ik dinsdag mijn visum zodat ik woensdag de grens over kan, samen met de Vossebergjes.

  2. J. Koopmans

    Nu Bjorn, als je dit getackeld hebt is wat nog komen gaat een eitje! Geweldig dat je zulke fijne mensen ontmoet, dat is toch ook een belangrijk deel van je reis. Heb iook genoten van je verslag over Luxor, een klein beetje feest van herkenning! Goede reis verder joh!

  3. joep vincent

    Hoi, Dat was weer een spannende aflevering om te lezen. Het is hier nu 15.00 woensdagmiddag en ik hoop dat je op tijd de juiste papieren hebt gekregen. pfpfpf
    Goeie reiis verder en veel plezier.

  4. Mayra van Ogtrop

    hey Bjorn!
    ook al lees ik niet elke keer je blog, van wat ik al heb gelezen vind ik het zo stoer!!!! hoe is Egypte? zand zand en nog eens zand? 😛
    greetz Mayra

    PS Kaapstad is echt heel mooi! ik ben er al een paar keer geweest met mama papa (Nick, je collega) Luc en Sabine!!!!!!!!!!!!!!!!

    1. Bjorn Bericht auteur

      Ik vind het heel gaaf dat je me volgt! Ik verwacht heus niet dat iedereen alles leest hoor. 😉 Ik schrijf ook zoveel! Egypte en Sudan zijn inderdaad vooral zand, zand en nog eens zand. Maar hier in de zuidelijke helft van Sudan lijkt het al iets meer op savanne.
      Kaapstad is inderdaad erg mooi! Ik ben er 4 jaar geleden al eens geweest.

  5. Monique Raedecker

    Hoi Bjorn,
    Ik geniet echt van al je verhalen en wetenswaardigheden! Ik vind het geweldig wat je allemaal doet en waar je je doorheen slaat. En ook belangrijk: geniet van je reis!
    Sterkte met de grensovergang en ik ben benieuwd naar je volgende blog.

  6. Karin

    Ha Bjorn, ik geniet iedere keer weer van je verhaal en wetenswaardigheden. Wat een mooie onderneming! Nooit kunnen denken dat je iets dergelijks zou gaan doen….maar dat is gebaseerd op ca25 jr geleden toen ik je kende!
    Een mooie, veilige reis gewenst!

    1. Bjorn Bericht auteur

      Hahaha, nee dat had ik 25 jaar geleden ook ABSOLUUT niet gedacht. Maar een mens kan veranderen, zo blijkt maar weer. 😉

  7. anja korink

    Björn IK rijg door het lezen van jouw blog een goed beeld hoe mensen in andere landen leven.
    Fijn dat je toch steeds hulpvaardige mensen ontmoet die je op weg helpen.

    Oh jeh wat een geduld moet je hebben.

    Anja Korink van de filmclub

    1. Bjorn Bericht auteur

      Ja, geduld moet je zeker hebben af en toe! Hulpvaardige mensen heb je gelukkig overal. Maar je moet ze wel weten te vinden. 😉

  8. Rina Driece

    Ha Bjorn, eindelijk dan ook een reactie van mij op jouw blog. Ik reis al vanaf de eerste dag mee hoor en geniet van je verhalen. Wat een prachtig avontuur. Op naar Sudan! Take care! Groetjes Rina

  9. jan en mona

    Hi Bjorn, met heel veel plezier en gezonde jalousie volgen Jan en ik je blog. Het is werkelijk genieten geblzen. Vanuit een regenachtig Wesel doen we je de hartelijke groeten!!! Weet niet of mijn aanmelding voor de nieuwsbrief is overkomen dus doe ik het hierbij nogeens!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *