Dag 71-75 (5-9 nov.): Khartoum en het staartje van Sudan

Bijzonder duizelig en dientengevolge ook misselijk stap ik op dag 71 uit mijn auto. Alles draait bij de minste beweging. Dit is weer zo’n momentje waarop ik intens naar thuis verlang. Alle comfort, alle mogelijkheden, in een wereld die ik zo goed ken.

Gedurende de ochtend gaat het steeds ietsje beter, maar herstellen doe ik nog niet. Het ontbijt is wat karig: we mogen wat toast maken en er is jam, thee en koffie. Ook is er cornflakes en een beetje melk. Maar veel honger heb ik toch niet. Na het ontbijt voel ik me in staat om aan de auto te klussen. Ik moet ook wel, want desgevraagd blijkt de prijs voor het slapen in de kamer die ik reeds gebruik om te douchen maar liefst 80 US dollar te zijn! Ik ga dus toch proberen om mijn auto schoon te maken en te luchten, zodat ik er vannacht hopelijk wel goed in kan slapen.

Ik begin, door alles uit de auto te halen. Pas dan zie ik echt hoeveel stof er tot diep in mijn spullen is doorgedrongen. Met veger en een natte doek maak ik de binnenkant van de auto zoveel mogelijk schoon. Uiteindelijk heb ik er 7 emmers water voor nodig… Bij het inladen maak ik ook de spullen schoon. Tevreden ben ik om 13:00 klaar met de schoonmaak. De hele tijd heeft de auto minstens half in de schaduw gestaan en alle deuren open, dus de gevangen hitte heeft enigszins kunnen ontsnappen.

Norbert, de eigenaar van het Guesthouse, gaf eerder aan dat mister Ibrahim alles en iedereen kent in Khartoum en dus vast wel een goede tandarts voor mij kan vinden en informatie over de verkrijgbaarheid van een Comesa autoverzekering (geldig in veel landen waar we doorheen zullen reizen en dus erg handig) kan vinden. In de loop van de ochtend komt hij binnen en vertelt me dat hij me morgen mee zal nemen naar een tandarts. Ook zal hij morgen meer informatie over de Comesa verzekering hebben (vandaag is alles dicht).

Na de lunch (een lekker kruidig soepje) ontferm ik me over de buitenkant van de auto. Er gaan opnieuw wat emmers water doorheen voor ik de gele kleur van mijn kanarie weer kan onderscheiden. Intussen is Jochen zo vriendelijk om mijn luchtfilter opnieuw schoon te spuiten en helpt me zelfs met het smeren van de veringen. Zelf was hij de hele ochtend zoet met het omwisselen van de voor- en achterwielen en andere klusjes aan de truck. Judith maakt intussen de truck van binnen schoon. En de kinderen? Die doen ‘s ochtends huiswerk en besteden vrijwel de gehele middag in en rondom het zwembad.

Aan het einde van de middag doe ik stiekem een dutje in de kamer. Als ik ga liggen en mijn hoofd draai, gaat opnieuw alles draaien. Ik ben er dus nog niet van af helaas. Daarna neem ik een douche en werk aan mijn verslag.

Het diner bestaat uit rijst met een tomaat/komkommersalade en stoofvlees. In de avond gebeurt er niet veel.

Gelukkig is het nu inderdaad een stuk beter uit te houden in de auto. Er hangt geen stoflucht meer en de temperatuur is iets lager dan de vorige nacht. Het is nog steeds erg warm, maar het zweet gutst in elk geval niet meer uit mijn poriën wanneer ik stil lig. De duizeligheid is ook minder. Als ik ga liggen gaat de wereld opnieuw draaien, maar niet zo lang en niet meer bij elke beweging.

Ik word dus een stuk uitgeruster wakker op dag 72. Na het wederom karige ontbijt gebeurt er niet veel tot een uur of 10. Dan verschijnt Norbert, de eigenaar van het Guesthouse, ten tonele en vertelt dat we zelf maar een taxi moeten nemen voor de visa voor Ethiopië en de Photo & Travel permit voor Sudan. Hij gaat zelf niet mee. Eerder hadden we begrepen dat hij ons hiermee zou helpen, maar dat blijkt dus niet het geval. Geen probleem. We houden een busje aan en de chauffeur weet in elk geval het Ministry of Tourism te vinden, waar we onze permit moeten halen, dus stappen we in en stappen voor de deur uit. Het halen van de permit kost naar verluid hooguit 10 minuten dus blijft het busje even op ons wachten.

Binnen ruikt het naar wierook. De receptionist stuurt ons door en na wat rondvragen vinden we het juiste kantoortje. Een gezette dame komt al smakkend naar ons toe lopen vanuit een ander kamertje. Blijkbaar was ze aan het eten, maar is ze toch zo vriendelijk om ons te helpen. We leveren netjes ons aanvraagformulier in (die we eerder van Norbert gekregen hadden), een pasfoto, een kopie van het paspoort en een kopie van het visum, en nadat de dame de juiste stempel opgespoord heeft niet ze de foto’s aan het formulier, houdt zelf de kopieën, zet stempels op het formulier en daarmee is het klaar. De permit is gratis. Mogelijk hebben we deze helemaal niet nodig, maar er zijn verhalen bekend dat mensen terug gestuurd werden naar Khartoum omdat ze geen permit hadden. Reizigers over land van een grens richting Khartoum hebben zo’n permit niet nodig (omdat de permit alleen in Khartoum te rijgen is), maar eenmaal voorbij Khartoum wordt het onzeker, dus hebben we er zekerheidshalve maar een genomen.

We zeggen gedag tegen de vriendelijke mensen van het ministerie en stappen in het busje… en stappen meteen weer uit, want we moeten duwen; de motor start niet. Wie de film Little Miss Sunshine kent, zal zich een beeld kunnen vormen bij een stel volwassenen en kinderen die duwend achter een busje aanrennen. Lachend proppen we onszelf in het busje en rijden naar de ambassade. Judith was zo slim om de dame van het ministerie de naam van de ambassade in het Arabisch op een papiertje te laten schrijven, zodat we het de chauffeur konden laten zien, en dat werkte.

De chauffeur moet een paar keer de weg vragen, maar zet ons dan voor de deur af. De prijs is wel flink: 80 pond (na afdingen van 100). We gaan de eerste poort door en lopen naar de tweede poort. Daar worden we doorverwezen naar een loketje en wat bankjes langs de buitenmuur. De aanvraagformulieren kosten 5 pond per stuk (er zit zelfs een bonnetje aan geniet!). Het invullen van de vragen is soms wat lastig, omdat we geen idee hebben wat we er mee aanmoeten, maar we komen een heel eind met gokwerk.

Gewapend met het formulier, paspoort, 2 pasfoto’s een kopie van het paspoort lopen we terug naar de poort. We worden echter slechts 1 voor 1 binnen gelaten, gefouilleerd, en moeten onze tassen en telefoons inleveren. We krijgen een pasje met een volgnummer en een pasje met een bezoekersnummer mee, waarvan een duplicaat in de tas wordt gedaan. We moeten nog een stukje lopen en bereiken dan eindelijk het ambassadegebouw. Daar vinden we al gauw het juiste loket (tweede deur links). Ik heb het laagste volgnummer en wordt meteen geholpen. De dame achter het loket is stug, maar spreekt goed Engels. Ze vertelt dat ik toch echt een adres in Ethiopië op moet geven en dat het visum altijd op de dag van aanvraag in gaat, wat je ook invult op het formulier. Tja, een adres… We weten de naam van ons eerste, beoogde adres in Ethiopië, maar geen adres. En we hebben geen telefoons om het op te kunnen zoeken, dus loopt Judith terug naar de ingang en probeert het daar. Ze krijgt echter geen goed signaal, maar krijgt wel de naam en plaats van een hotel ergens in het land van een andere bezoeker. Die vullen we in op het formulier en dat blijkt men tevreden te stellen. Later horen we dat we net zo goed bijvoorbeeld Hilton in Addis Abeba hadden kunnen invullen.

Ik lever de papieren is, moet een minuut of 10 wachten, word dan naar een ander loket geroepen, waar ik 40 US dollar neer moet tellen en wordt weer weggestuurd met de boodschap dat het visum over een minuut of 20 klaar is. De Duisters doen uiteraard hetzelfde en jawel hoor, na iets meer dan 20 minuten krijg ik netjes mijn paspoort met visumsticker terug! De Vossebergen krijgen hun paspoorten even later ook. Ziezo, dat is tenminste een stuk makkelijker en sneller dan het visum voor Sudan!

Voor de terugweg houden we opnieuw een busje aan (opvallend hoeveel lege busjes er hier rijden!). We spreken een prijs af van 60 pond. Als we allemaal aan boord zijn vraagt de chauffeur aan omstanders om de zwaar beschadigde schuifdeur dicht te doen, want de Duitsers lukt het niet. De deur springt echter uit zijn voegen en hangt nog maar half aan de auto. De chauffeur gebruikt een tang om hem er in no time uit te halen en opnieuw aan de auto te bevestigen. Blijkbaar gebeurt dit wel vaker…

Rond 13 uur zijn we weer terug bij het Guesthouse, waar we direct aanschuiven voor de lunchssoep. Mister Ibrahim is er helaas niet, dus informatie over de Comesa verzekering en een bezoek aan een tandarts voor mij zit er dus niet in. Zodra Norbert ten tonele verschijnt wordt duidelijk dat Ibrahim zelf naar een oogziekenhuis moest en dat niet duidelijk is of en wanneer hij terugkomt vandaag. Dus werk ik op de laptop en besteed wat tijd met de kinderen in het zwembad. Hopelijk is mister Ibrahim er morgen wel weer, zodat we de laatste zaken kunnen regelen. De Vossebergen hebben ook nog een nieuwe laptop nodig, want de huidige is op sterven na dood. Tot Addis Abeba zal er weinig te krijgen zijn na Khartoum, dus ze willen hem uiteraard hier kopen. En eigenlijk wil ik ook nog het National Museum weer eens zien en de samenkomst van de Witte en Blauwe Nijl. Dat laatste willen de Duitsers ook graag zien.

Het avondmaal is niet super goed: koude en vrij smakeloze fish & chips. ‘s Avonds lees ik me in over Ethiopië, waar we over enkele dagen bij op de stoep staan, en kijk ik een film in mijn auto. Het is warmer dan afgelopen nacht, maar tot de ochtend wel uit te houden. De duizeligheid is ook nog steeds niet weg helaas.

De volgende ochtend (dag 73) heb ik er weer iets meer last van dan gisteren. Ik open de portieren met een duizelige kop, terwijl ik hap naar de koele ochtendlucht… en bijna in een grote plas water stap. Vannacht heeft er ergens een kraan open gestaan of zo, want de halve straat staat blank. Aangezien de straat ongeplaveid is, betekent dit plassen en blubber. Ik moet dus wat acrobatische bewegingen maken om met enigszins droge voeten uit mijn bed te stappen.

Iets over 9 uur probeer ik om ‘Shiekan Insurance & Reinsurance Co. Ltd.’ te bellen voor informatie over de verkrijgbaarheid van een Comesa autoverzekering. Het is het enige bedrijf in Sudan dat genoemd wordt op de officiële website van Comesa. Maar na 3 vruchteloze poging in een half uur (er wordt niet opgenomen) zoek ik op het internet naar een adres of andere telefoonnummer. Ik vind een adres en maar liefst 2 telefoonnummers, waarvan de tweede wordt opgenomen! De dame begrijpt niet goed wat ik wil, maar na 2x doorverbonden te zijn kom ik uit bij mister Mahdy, die bevestigd dat ze de Comesa verkopen en dat het gevonden adres klopt. Hij is net begonnen me zijn directe nummer door te geven als de lijn verbroken wordt. Ik bel niet terug, want het lijkt me beter om er maar gewoon naartoe te gaan. Even later zijn Jochen, Judith en ik op weg. De kinderen blijven achter in het guesthouse. We nemen een busje naar het Regency Hotel, vanaf waar we het kantoor van Shiekan vlot vinden. Binnen worden we al snel meegenomen naar de tweede verdieping, naar mister Mahdy. Die neemt ons direct weer mee terug naar de begane grond, waar we van hot naar her worden verplaatst. Iedere keer moeten we vooral gaan zitten, maar direct erna moeten we weer opstaan om Mahdy te volgen naar een ander kantoortje. Uiteindelijk nemen we plaats in comfortabele fauteuils en krijgen we elk een blanco A4-tje. Mahdy leest voor welke informatie we hier op moeten schrijven, zoals naam, merk en type van de auto, chassisnummer, motornummer, kentekennummer, etc. Trouw schrijven we alles op het papier, gevolgd door een verklaring en een handtekening. Dan volgt weer een klucht (kantoor in, kantoor uit, etc.) en worden uiteindelijk weer terug in de fauteuils geworpen. Daar moeten we een uurtje of wat wachten. Intussen worden we achtereenvolgens door 2 mannen vergezeld die ons de oren van de kop praten en vele nieuwsgierige vragen op ons afvuren. De tweede man wil vooral alles weten over Hitler en over het krijgen van een visum voor Nederland. De eerste man helpt met de communicatie tussen ons en de mensen die schijnbaar voor ons aan het werk zijn. De Duitsers wordt om een adres gevraagd, maar mij gek genoeg niet, maar vooral over de prijs is er veel onduidelijk. We moeten hetzelfde betalen, ook al hebben de Duitsers een grote truck en ik een auto, en wil ik een Comesa voor 6 maanden en zij voor 4 maanden. De prijs in dollars blijkt (na lang wachten) uitermate ongunstig te zijn, dus besluiten we te betalen in Sudanese ponden.

Eindelijk mogen we naar het kantoortje van de Comesa man, maar ook daar moeten we weer lang wachten. Het blijkt dat het netwerk plat ligt. Een nog hogere chief nodigt ons uit om op zijn kantoor te wachten. Iedere keer horen we: ‘alles werkt weer, nog 5 minuutjes!’ Maar Nadat we in totaal 4 uur hebben gewacht zijn we het zat en lopen naar de hal. Daar worden we van loket naar loket gestuurd zonder dat er iets lijkt te gebeuren. We hebben gedurende de dag regelmatig aangegeven dat we eerst de verzekeringspolis (een zgn. Yellow Card) willen zien, voordat we betalen, omdat we door al het gedoe niet veel vertrouwen hebben in de accuratesse van deze mensen; we vrezen dat ze informatie door elkaar zullen halen of verkeerd overnemen. Die vrees blijkt gegrond. We worden gevraagd te betalen, waarop ik geïrriteerd antwoord dat we afgesproken hebben dat we eerst de yellow cards te zien zullen krijgen. Na wat gesputter krijgen we dan toch eindelijk onze felbegeerde gele kaartjes in handen. Er klopt helemaal niets van! De kaarten zijn met de hand ingevuld en sommige informatie is onleesbaar. Ook staat op die van mij dat ik uit Duitsland kom, klopt het chassisnummer van geen kanten, is de geldigheidsduur slechts 3 maanden (i.p.v. 6) en nog veel meer. Op die kaart van de Vossebergen is de naam van Jochen verkeerd geschreven, klopt ook het chassisnummer niet, etc. Dat is de druppel! Boos smijten we de kaarten op de balie en lopen naar buiten. Het is 15:15 en we hebben geen lunch op. Aan de overkant van de weg is een klein tentje waar we voor het belachelijk lage bedrag van 35 pond 3 grote broodjes met falafel en een soort frietjes kopen, 2 flesjes cola en een verse sinaasappelsap (helaas met melk). Het broodje smaakt prima! Na een minuut of 10 kunnen we alweer lachen om het hele verhaal.

We nemen een taxi naar de Afra Mall, een behoorlijk Westers aandoend winkelcentrum met veel winkels met luxeartikelen en een grote supermarkt. De laptop van de Vossebergen is op sterven na dood, dus willen ze een nieuwe kopen. Vanmorgen hebben ze van Norbert een enorm pak geld meegekregen; en dan heb ik het echt over een hoeveelheid biljetten die je zelfs met twee handen nauwelijks beet kunt houden. We hebben het over zo’n 8000 pond in biljetten van 10.

De taxichauffeur spreekt goed Engels, maar heeft een extreem kort lontje. Hij toetert bijna aan één stuk door (in Sudan wordt over het algemeen aanzienlijk minder getoeterd dan in Egypte, hoewel het verkeer er verder wel heel erg aan doet denken), schreeuwt boos naar andere auto’s om het minste geringste en rijdt schaamteloos over de stoep. We zijn blij als we uit kunnen stappen.

Vier winkels lopen we af, waaronder de supermarkt. Er is niet veel aanbod en informatie is uitermate schaars. Engels spreken de verkopers over het algemeen wel prima, maar veel informatie hebben ze niet. Eén verkoper vertelt trots dat hij alleen illegale Windows met de laptop levert. ‘Dat is toch immers veel goedkoper?’ In de supermarkt vinden we de goedkoopste laptop en die heeft (voor zover we kunnen achterhalen) ongeveer dezelfde specificaties als bij andere winkels. Wel blijkt dat ze alleen het showmodel in het aanbod hebben. Navraag bij andere winkels leert dat dit heel normaal is: ook zij leveren het exemplaar dat in de vitrine staat en je krijgt er alleen een oplaadadapter bij. Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn, als de prijzen niet zo hoog zouden zijn. De goedkoopste laptop kost omgerekend zo’n 400 euro (en dat is omgerekend met de zeer gunstige zwarte markt koers) en daarvoor krijg je dus een showroomexemplaar met kabel, geen garantie, een illegale Windows versie, en hardwarespecificaties waar een nerd bepaald niet opgewonden van wordt. Maar de Duitsers hebben niet heel veel keuze, dus besluiten ze om toch maar het exemplaar in de supermarkt te kopen. Ze krijgen hem mee in een laptoptas die duidelijk tweedehands is. Als ze het enorme pak geld overhandigen aan de kassière worden er 3 dames bij geroepen om al de briefjes te tellen. Ze krijgen er een klein bonnetje voor terug en samen met laptop lopen we de winkel uit.

Het is een kort ritje naar het guesthouse, waar Judith meteen begint met de installatie. Tussendoor eten we een lekkere pasta als diner. Het duurt echter niet lang voordat we er achter komen dat de laptop niet oplaad en dat de oplaadadapter niet origineel is. Ook is hij traag, staat er Windows 8 op i.p.v. het beloofde Windows 10 en er zijn nog meer issues. Judith is het zat en 2 minuten later zijn zij en Jochen op pad terug naar de winkel om de laptop terug te brengen. Een klein uur later zijn ze terug; ze hebben de laptop gelukkig kunnen inruilen en hun geld terug gekregen.

Die nacht word ik om 3 uur wakker. Iemand klopt op de bestuurdersportier en roept: ‘Hello? Hello? Police!’ Met een slaperige kop antwoord ik dat ik achterin lig en dat ze een momentje geduld moeten hebben. Ik ga rechtop zitten, wordt uiteraard weer duizelig, trek desondanks gauw een broek aan en open de achterdeuren. Er staan 2 mannen in uniform en ze wijzen naar een kist: ‘Is this your box?’ Hm, ja dat klopt! Het is mijn fouragekist, die per ongeluk buiten had laten staan. Ik verontschuldig mezelf voor de overlast en zij verontschuldigen zichzelf voor het feit dat ze me wakker gemaakt hebben, terwijl ze de kist op het dak van mijn auto schuiven.

De volgende ochtend (dag 74) verlaten we Khartoum. Er is de laatste dagen in toenemende mate sprake van protesten tegen de overheid in de hoofdstad en de ervaring leert dat die behoorlijk uit de hand kunnen lopen. Bovendien hebben we de belangrijkste zaken geregeld, behalve de tandarts voor mij. Mister Ibrahim zou vanmorgen tussen 9:30 en 10 uur binnen moeten zijn, maar dat gebeurt niet. Maar bovendien heb ik steeds meer twijfels gekregen of ik de tandarts hier wel aandurf als dat niet echt noodzakelijk is. Ik heb immers geen pijn en zelfs geen bijzondere gevoeligheid voor warmte of kou bij de kies, dus uiteindelijk besluit ik om een tandartsbezoek uit te stellen tot Nairobi. Daar is de gezondheidszorg een stuk beter dan hier.

En zo gebeurt het dat we rond 10 uur tezamen weg rijden. Eerst boodschappen doen. Vlakbij het Guesthouse is een grote, redelijk moderne supermarkt met veel parkeerruimte. De prijzen zijn er helaas ook wel naar: die zijn doorgaans hoger dan in Nederland! Maar dat heeft vooral met de enorme inflatie te maken waar Sudan de laatste maanden last van heeft. Het is voor veel gewone Sudanezen bijna onmogelijk geworden om de dagelijkse boodschappen te kunnen betalen. Dat gezegd hebbende laad ik mijn karretje vol en gooi er bij de kassa ook nog een vat water bij van zo’n 20 liter. Ik ben dan ook wel bijna 60 euro lichter en bijna door mijn ponden heen, maar die hebben we als het goed is toch bijna niet meer nodig.

Na de supermarkt gaan we proberen om de plek te bekijken waar de Nijl ontstaat uit de Witte Nijl en de Blauwe Nijl. We zijn er vrijdagavond al even langsgereden in het donker, maar we hopen het nu beter te kunnen zien. Ik heb het in 2010 al gezien, maar zie het graag nog eens. Het lot is ons echter niet gunstig gezind, want al onze pogingen mislukken. Het Tuti eiland ligt precies op de kruising van de twee kleuren Nijlen, dus ik had de hoop dat we daar een mooi plekje zouden kunnen vinden. Maar helaas blijken de weggetjes op het eiland zo smal te worden dat we niet eens halverwege komen met de grote truck van de Vossebergen. De rest lopen is te ver met 4 kinderen en gezien onze tijdsplanning, dus keren we om en proberen bij de White Nile bridge te gaan kijken (waar ik ook was in 2010), maar ook daar komen we niet bij vanwege het feit dat het kleine attractiepark waar we doorheen zouden moeten is gesloten. Kijken vanaf de brug is helaas ook al geen optie, omdat er streng op wordt toegezien dat dat niet gebeurt, aangezien het streng verboden is om foto’s van bruggen te maken in Sudan. Je zou denken dat Sudan een toeristische trekpleister zou willen maken van de bijna mytische plek waar dé Nijl begint, maar het tegengestelde is helaas waar. Een derde optie is om het punt vanuit de hoogte te bekijken, door naar de 18e verdieping van en groot hotel te gaan, maar daar wordt entree voor geheven en, belangrijker nog, er is geen parkeerplaats voor de truck. Dus houden we het maar voor gezien en zoeken het zuiden weer op.

Dat valt nog niet mee, want het is erg druk in de stad. Het kost ons uren om de stad te verlaten. We zijn dan ook erg blij wanneer we eindelijk een beetje door kunnen rijden. Die vreugde duurt niet lang, want dit blijkt weer zo’n enkelbaans weg te zijn met veel tergend langzaam rijdend vrachtverkeer, checkpoints, verkeersdrempels, kuilen en andere ellende. En dat ca. 150 km lang…

Voor mij is dit weer een historisch moment. Ik ga nu een (groot!) deel van Afrika in waar ik nog nooit eerder geweest ben. Ik ga nu echt het grote onbekende opzoeken en dat maakt me een beetje (positief!) kriebelig. Hoe bijzonder het ook is om in Sudan te rijden met een eigen auto, ik ben er al eens eerder geweest, dus dat haalt de scherpste kantjes er wel af. Maar zuidelijker dan Khartoum ben ik nooit geweest en dat geldt des te meer voor de landen die op Sudan gaan volgen, tot aan Zambia.

Bij 1 van de checkpoints wordt mij opnieuw om de paspoorten van de Duitsers gevraagd. Zie ik er dan echt uit als een gids of komt het omdat ik voorop rijd? Ik wordt zelfs meegenomen naar een containerkantoortje (met een bed en een stapelbed!), waar de officier nieuwsgierig informeert hoe hij onze namen moet uitspreken, terwijl hij alles in een groot registerboek noteert. Ook wil hij, net als de meeste Sudanezen en Egyptenaren die ik tot op heden ben tegengekomen, weten of ik een vrouw en vervolgens waarom niet. Mijn antwoord dat ik de juiste vrouw gewoon nog niet gevonden heb, wordt meestal wel geaccepteerd, maar snappen doen de meeste het geloof ik niet.

Ik krijg alle paspoorten van hem mee en we mogen door. Even verderop stoppen we even voor de lunch en daarna sluiten we aan in de rij voor de tolpoort waar ik 25 pond en de Duisters 97 pond moeten betalen. Bij de meeste checkpoints worden we alleen staande gehouden om de nieuwsgierigheid van de agent te bevredigen, waarna we weer door mogen rijden.

Jochen wil bij een gastankstation in iOverlander hun gastank laten bijvullen, maar helaas blijkt die gesloten. Dus rijden we door naar een wildkampeerplek die we ook in iOverlander hebben zien staan. Het ligt een eindje van de weg af, dus we rijden een aardig stukje door opgedroogd modder. Aan de temperatuur is het nog niet te merken, maar we gaan duidelijk een andere klimaatzone in. Echte woestijn is hier niet meer; het is meer savanne, met lage boompjes, struiken en veel bruin gras.

Op een klein eindje van de opgegeven coördinaten vinden we een mooi plekje bij wat boompjes. In de buurt loopt een geitenhoeder met zijn kudde en we zijn zojuist zijn bed gepasseerd, die onder een boom staat. Uiteraard komt hij naar ons toe en met handen- en voetenwerk vragen we toestemming om hier te overnachten. Die krijgen we (denk ik), hoewel de man, gezien zijn gebaren, ons uitnodigt om onze bedden naast die van hem op te stellen. Het begrip ‘kamperen’ is de meeste Egyptenaren en Sudanezen volstrekt vreemd. Hij praat een hele tijd tegen me aan, maar uiteraard begrijp ik er geen hout van, en dat probeer ik hem op allerlei manieren duidelijk te maken, maar het helpt niet: hij blijft praten. Even later druipt hij af, maar komt een kwartier later opnieuw terug met Maria (jongste kind van de Duitsers) aan zijn hand. Die was blijkbaar nieuwsgierig geworden naar de geitjes. Even later komt hij nogmaals langs, ditmaal met een smerig pannetje vol schuimende melk. Verse geitenmelk! Jochen durft het niet aan, maar ik neem een paar slokjes. Het is warm natuurlijk, maar smaakt verder best goed. Judith had mij al uitgenodigd om met hen mee te eten en doet hetzelfde voor de geitenhoeder, die het stoofpotje met brood als een hongerige wolf naar binnen werkt. Hij wil echter geen tweede kop en neemt in plaats daarvan afscheid.

In het felle licht van een halve maan hebben we weinig extra licht nodig om onze dingen te doen. Ik haal voor het eerst deze reis mijn telescoop te voorschijn en toon de Vossebergen de maan van dichtbij. Rond 21:30 zoeken we onze eigen auto’s weer op. Om ons heen slechts het geluid van de nachtelijke insecten, wat vechtende vogels, wat vredig grazende geitjes en verder niets… Wat een heerlijk plekje.

Wanneer ik op dag 75 wakker wordt, ben ik vreselijk duizelig. Elke beweging van mijn hoofd terwijl ik lig doet de wereld tollen en als ik rechtop ga zitten duurt het langer dan de dagen hiervoor voordat de wereld weer stil staat. Het duurt zelfs de hele ochtend voordat ik weer helemaal stabiel zie. Ik word er niet misselijk van, maar krijg wel hoofdpijn en voel me uiteraard niet prettig. Autorijden gaat wel, maar voorzichtig.

Tijdens het ontbijt komt onze geitenhoeder weer langs, dit keer met zijn zoon. Ze hebben nog een (nog smeriger) pannetje met geitenmelk meegenomen. We slaan het beleefd af onder het mom dat we nog over hebben van gisteren. Ze krijgen een kop thee, maar eten niet mee. Na het ontbijt vertrekken ze weer, maar omdat de kinderen eerst nog een tijdje huiswerk maken voor we vertrekken, zien we de man nog regelmatig langsrijden op zijn ezeltje.

Rond een uur of 9 maken we ons op voor vertrek. Ik vertrek eerder dan het gezin, zodat ik alvast een goede wildkampeerplek kan uitzoeken. Ik rijd immers een stuk sneller dan hen.

Bij het eerste checkpoint zijn ze erg blij met een kopie van mijn travel permit. Bij alle volgende checkpoints word ik ofwel direct doorgelaten ofwel wordt me gevraagd waar ik vandaan kom, waar ik naartoe ga en wordt me opnieuw gevraagd waar mijn vrouw is… Tegen het einde van de rit kom ik bij een checkpoint waar ik 13 pond tol moet betalen. Ik geef het door aan de Duitsers, die enkele minuten daarvoor net hun laatste ponden hebben uitgegeven bij een tankstation! Gelukkig komen ze er mee weg door het bonnetje van het vorige tolpunt te tonen. Had ik dat eerder geweten…

Er is al enige tijd iets aan de hand met de pomp tussen mijn eerste en tweede dieseltank, want vaak lijkt het alsof er niets doorheen komt, maar soms doet hij het wel prima. Ik krijg er geen hoogte van. Maar nu lijkt het problematisch te gaan worden, want mijn primaire tank is aardig leeg en er zijn blijkbaar geen tankstations tussen ons kampeerplekje en Gedaraf, de volgende stad richting grens. Wanneer ik de stad na zo’n 150 km bereik, vind ik gelukkig wel een tankstation en gooi beide tanks vol. Gelukkig heb ik nog genoeg Sudanees geld. Toch doet de pomp wel wat, want als hij niet had gewerkt, dan was mijn primaire tank zeker leeg geweest voordat ik Gedaref had bereikt.

Het landschap was bij ons laatste wildkampje al erg savanne-achtig, met een soort versteende aarde i.p.v. zand. Versteend, omdat het net grind lijkt als je er overheen loopt, maar als het nat wordt, wordt het in een paar minuten zacht. Richting grens veranderd het landschap nog verder. Ik zie wolken aan de horizon (de eerste wolken in maanden), er verschijnen steeds meer heuvels en deze zijn half begroeid. Aan de temperatuur is het nog steeds niet te merken, want het is nog steeds rond de 40gr, maar ik ben de woestijn toch echt uit nu.

Gedaref is een grauwe en zeer onaantrekkelijke industriestad, dus ik ben blij dat ik er direct doorheen kan rijden. De volgende 50 km zie ik steeds meer ronde hutjes met mooie, rieten daken. De Nubische huizen zijn verleden tijd; het is tijd voor het ‘echte’ Afrika. Opvallend is de hoeveelheid activiteit langs de weg. Er gaat tot Gedaref geen 100 m voorbij zonder dat je mensen ziet. Vaak staan of zitten ze gewoon langs de weg, velen staan te liften, sommigen hoeden hun kudde geiten, koeien of kamelen en sommigen zijn aan het werk op het land. Landbouw neemt hier een steeds belangrijkere plek in. Na Gedaref zijn het vrijwel alleen nog maar landbouwvelden die ik langs de weg zie. De populatie neemt hier ook wat af, maar niet veel. Zeker elke kilometer zie ik wel iemand. Het is bizar hoeveel mensen hier wonen en werken. De weg is slecht. Er is asfalt, maar alleen tussen de vele, diepe gaten. Sneller rijden dan 80km/u is niet verstandig, hoewel de vele lijnbussen daar schijnbaar anders over denken. Die zwiepen en slingeren tussen het verkeer en de gaten door alsof ze niets kan overkomen. Het is een wonder dat ik langs de weg geen uitgebrande bussen zie liggen. Soms wel andere voertuigen, overigens.

De afslag naar de eerste potentiële kampeerplek (van iOverlander) is een echte. Geen asfalt, maar wel een duidelijk pad. Als ik vlakbij de beoogde plek ben rem ik af om goed om me heen te kunnen kijken. Er staat echter ook een lifter: een jongen met een bundel rietstengels naast hem. Nu ik heb afgeremd kan ik hem natuurlijk geen lift meer weigeren, dus ontruim ik onder zijn verwarde blik mijn passagiersstoel en laat hem plaats nemen, Aangekomen bij het dorpje wordt het pad steeds slechter en de verbaasde blikken van de dorpelingen steeds groter. Ik stop waar de jongen dat aangeeft, zeg gedag en draai om. Iedereen zwaait wanneer ik het dorpje weer uit rij. Maar een goede slaapplek heb ik niet gevonden. Op het pad kamperen is geen optie, met al het voetverkeer, en langs het pad groeit hoog gras. Ik geef het door aan de Duitsers, en zet koers naar de volgende optie.

Dat ziet er een stuk beter uit. Ik passer weliswaar opnieuw een aantal mensen en een heleboel koeien, maar het beoogde plekje is rustig, vlak en toegankelijk. We schrijven ca. 13:45, dus ik eet een broodje, terwijl ik op de Duisters wacht. Die verwachten er rond 14:30 te zijn en dat komt aardig uit.

In de middag rusten we uit in de schaduw van de truck, lezen in over Ethiopië en bespreken mogelijke routes door dit land. Er komen verschillende mensen langs, maar niemand benadert ons; men zegt vriendelijk gedag en loopt of rijd gewoon door.

‘s Avonds kook ik pasta en Judith panpizza. Ik wilde dat mijn kookrepertoire wat breder was… In Ethiopië is het eten naar verluid erg goedkoop, dus loont het bijna de moeite niet om zelf te koken. Op ons eerste adres, Tim & Kim’s Village, kost het (naar verluid uitstekende) diner slechts € 5.

Vlak voor zonsondergang verdwijnt de zon voor het eerst in maanden achter wolken. Overal aan de horizon zijn wolken aan het verschijnen. Dat is weer even wennen! Maar belangrijker nog: wanneer het eenmaal donker is, zien we ook flitsen tussen de wolken door: onweer! Een tweetal jonge geitjes komen van over een heuveltje naar ons toe lopen en kruipen onder de truck. Een ruim uur later steekt de wind ineens flink op. De wolken rukken ook op en de flitsen komen dichterbij. Het lijkt duidelijk: we moeten naar binnen, onweer is op komst. Het eerste onweer sinds Griekenland.

5 gedachtes aan “Dag 71-75 (5-9 nov.): Khartoum en het staartje van Sudan

  1. J. Koopmans

    Weer vele totaal verschillende ervaringen in Sudan Bjorn. Deels de herkenning en deels ook nieuwe indrukken. Jammer dat de paar bezienswaardigheden niet gelukt zijn, maar er blijft nog genoeg over! Goede reis en veel plezier in Ethiopie!

  2. jan en mona

    Bjorn, even over je duizeligheid. Heb ik gehad een paar jaar geleden, dat was “Lagerungsschwindel” (Positional vertigeo)
    Ik heb het als volgt kunnen oplossen. Ga op de rand van een bed zitten en laat je heel plotseling opzij vallen. Het is t evenwichsorgaan dat moeilijk doet. Is onschuldig en op deze manier op te lossen. Overdag heb je het zeker niet of veel minder, toch?
    Succes ermee!!

    1. Bjorn Bericht auteur

      Bedankt voor de tip, Mona! Ik had al eerder gehoord van dit fenomeen, maar ik wist de naam niet. De oefening die je noemt doe ik echter al een kleine week, maar zonder merkbaar resultaat. Het is inderdaad wel zo dat ik er vooral in bed vel last van heb en als ik mijn hoofd omhoog draai.

  3. joep Vincent

    Hoi, Heb weer genoten van je reisavonturen. Je verslagen lezen als een spannend jongensboek. Kijk al reikhalzend naar je volgende verslag uit. Heel goeie reis verder en geniet met volle teugen!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.