Dag 7-9 (3-5 sept): Kleine wasjes op grote hoogte

Op 1924m hoogte, welteverstaan. Dat is tevens mijn slaapplaats voor dag 8 en startpunt voor een mooie wandeling de dag erna.

Maar eerst dag 7 natuurlijk. Het is moeilijk te bevatten dat ik alweer een week onderweg ben. De dagen beginnen al in elkaar over te vloeien en het is soms lastig te onthouden welke dag het is. Gelukkig kom ik al aardig in de spirit van het reizen op deze ongewone wijze.

Dat het ongewoon is wordt misschien onderstreept door het voorval tijdens mijn ontbijt. Ik zit heerlijk op te warmen in het ochtendzonnetje (de nachten zijn koud) en geniet van een kop thee en keihard stokbrood (dat schijnt oudbakken verkocht te worden hier). Ineens duikt er van achter mijn auto een Frans echtpaar op waarvan de vrouw helemaal lyrisch een verhaal tegen me afsteekt. In mijn beste Frans verontschuldig ik me en zeg ik dat ik geen Frans spreek. Duidelijk is wel dat ze helemaal weg is van mijn auto, want ze vraagt me of ze er mee op de foto mag. Manlief moet de camera op zijn smartphone bedienen, terwijl vrouwlief breed grijnzend poseert voor mijn voorbumper, naast de auto en met de pan voor het theewater in de handen boven de kookpit. Uiteindelijk moet ook manlief er aan geloven en mag ik een foto van hen samen maken. Nou vooruit dan, ik moet ook maar op de foto, uiteindelijk. Tevreden en dankbaar lopen ze weer weg. Asjemenou…

Na het ontbijt pak ik wat klusjes op die in de afgelopen dagen zijn ontstaan, zoals het loskrijgen van het hangslot op de grijswaterpijp. Tevens vraag ik na of een extra overnachting mogelijk is en kop ik een veel te dure internet-voucher (€5 voor 24 uur). Deze laatste gebruik ik geruime tijd om mijn blog bij te werken en foto’s te uploaden; iets wat met deze trage en regelmatig uitvallende wifi verbinding erg veel tijd kost.

Nadat dit alles klaar is, serveer ik mezelf een lunch met hetzelfde stokbrood en Hollandse kaas en pak mijn spullen voor een stevige wandeling. Het campingterrein ligt langs een wandelpad door het bos, en die wil ik graag even bekijken. Het smalle paadje gaat na ca. 100 m steil omhoog en komt uit op een brede zandweg. Die lijkt eindeloos door te lopen en wordt op een gegeven moment wat eentonig. Het enige zijpad ziet er dan ook verleidelijk uit en is ook mooi, maar eindigt helaas vrijs nel in asfalt en huizen. Dan maar terug naar het zandpad. Dat mondt eveneens uit in een asfaltweg, maar gezien het late tijdstip besluit ik die maar te volgen, omdat het in de richting van de camping lijkt te lopen. Het is een zeer steile afdaling, maar uiteindelijk kom ik bij het beekje uit dat langs de camping stroomt. Al snel blijkt dat het bruggetje me in enkele honderden meters weer terug naar de camping brengt. Een mooi rondje dus.

Niet elke maaltijd kan een succes zijn en vandaag is zo’n dag. Helaas heb ik extra veel gekookt, zodat ik morgen kliekjes kan eten (ik heb ook nog macaroni van gisteren over).

Ik vul mijn jerrycans bij één van de vele kranen die het campingsanitair biedt, terwijl ik opnieuw aangevallen wordt door zwaluwen. Het blijkt echter dat ik niet de enige ben die hier last van heeft, want ik zie ook anderen aangevallen worden. Gelukkig is het slechts een afweertechniek, dus het kan geen kwaad. Onder het dak van de receptie/bar/restaurant hangen een stel nesten.

‘s Avonds breek ik mijn kampement af, zodat ik morgen snel weer op weg kan zijn. De tent ‘s nachts namelijk nogal nat van de dauw, dus als ik moet wachten tot dat droog is, is het al bijna middag.

De volgende ochtend neem ik, net als gisteren, een lekkere douche in het enige hokje met een warmwaterkraan. Het water is niet erg warm, maar dat hindert niet; het is beter dan koud water! Ook stop ik mijn vuile kleren in de waston, doe er waspoeder bij (achteraf bezien veel te veel), vul aan met water en bindt de ton weer op het dak. Vandaag is een rijdag, dus de was moet lekker schoon kunnen klotsen vandaag.

Ik pak de laatste dingen in, controleer alles nog eens, betaal mijn rekening en vertrek.

De rit is weer erg mooi. Het landschap wordt steeds bergachtiger naarmate ik de alpen nader. Mijn GPS heeft blijkbaar veel vertrouwen in de te behalen snelheden op onverharde wegen, want op een gegeven moment bevind ik me op een zeer smal grindpaadje waar ik zelfs even overweeg om mijn 4-wieelaandrijving aan te zetten. Wanneer hij me een schier onmogelijk rotspad opstuurt dat ook nog op privéterrein ligt ben ik het zat en stel hem in dat hij onverharde paden moet omzeilen. Dat help aanzienlijk en al gauw bevind ik me weer op een behoorlijke asfaltweg. Het gehobbel over de smalle grindpaadjes is hartstikke leuk en de was wordt er vast perfect schoon van, maar het schiet allemaal niet erg op. Ik wil vandaag nog – als het even kan – Turijn bereiken!

Niettemin wil ik ook geen tolwegen nemen, dus blijf ik over binnenwegen rijden. Dat schiet nog altijd niet op natuurlijk, maar nu ik de alpen bereikt heb zijn de vistas adembenemend mooi. Nooit eerder heb ik zelf gereden door zulke hoge en steile bergen en sowieso ben ik voor het eerst in de alpen. Mijn trouwe kanarie is slechts een 5 cilinder en is zwaar beladen, en heeft dus niet erg veel power om de zware, steile hellingen te trotseren. Hellingen van 12% zijn niet ongewoon en de haarspeldbochten zijn talrijk. Vaak moet ik terugschakelen naar de tweede en soms zelfs de eerste versnelling! Op één stuk is zelfs dat niet genoeg en zet ik de auto in 4-wielaandrijving. Dan heeft de auto meer dan genoeg power, maar snel gaat het niet en op asfalt rijden met 4-wielaandrijving ingeschakeld is erg slecht voor de auto, zeker op deze bochtige wegen. Zodra het kan zet ik het dus weer uit. Mijn gemiddelde snelheid ligt vandaag rond de 40km/u. De afdalingen gaan namelijk al niet veel sneller, want door alle bochten en mijn hoge zwaartepunt moet ik constant afremmen. Uiteraard doe ik dat zoveel mogelijk op de motor en zo min mogelijk met de remmen. Het gebeurt de hele reis al vaak en zal nog veel vaker gebeuren, maar hier op de smalle en gevaarlijke bergweggetjes van de alpen is het extra lastig voor mijn medeweggebruikers dat ik zo langzaam ga, want ik vrijwel continue een gevolg achter me aanrijden, Motoren zijn het vervelendst, want die piepen er te pas en te onpas langs, ongeacht het gevaar van de situatie.

Bij de Alpe d’Huez gaat het mis. Qua route dan, want ineens roept mijn GPS dat de weg dicht is en ik een heel stuk om moet rijden. Extra reistijd: 1,5 uur! De weg lijkt echter gewoon door te gaan, dus negeer ik de boodschap, maar wanneer ik bij een gigantische stuwdam aankom (‘Barrage du Chambon’), blijkt dat ik echt niet verder kan. Pas hier staan namelijk ook borden die aangeven dat de weg verderop dicht is. Er zit niets anders op dan vele kilometers terug te rijden over de gevaarlijke bergweg hier naartoe. Maar niet voordat ik de indrukwekkende stuwdam en het bijhorende stuwmeer eventjes bekijk.

De weg voert me vele uren door de alpen en hoewel ik soms in dalen rij, kom ik vaak niet onder de 1000m. Ik begin nu een beetje te begrijpen hoe Hannibal zich gevoeld moet hebben toen hij de Alpen overstak richting Rome! Rond 18:00 besluit ik op een stopplaats mijn avondmaal te nuttigen. Gelukkig staan er, zoals gezegd, kliekjes op het menu, dus ben ik vrij snel klaar. Het wordt echter allengs donkerder en bewolkter en ik voel me niet erg op mijn gemak. Ik wil niet over deze gevaarlijke weggetjes rijden in het pikkedonker, terwijl de regen met bakken uit de lucht komt. En dus besluit ik om toch maar open te staan voor tolwegen. Ik stel de GPS zodanig in en zie meteen mijn aankomsttijd 1,5 uur vervroegen. Maar eerst zal ik die tolweg wel moeten bereiken. En dat valt nog niet mee, want hoewel het landschap steeds kaler wordt en situaties dus beter in kan schatten, wordt de weg alleen maar steiler. Het leidt me opnieuw langs een enorme stuwdam en om elke bocht wordt ik opnieuw getrakteerd op een adembenemend uitzicht. Toch stop ik maar zelden om te kijken, want het wordt al laat.

Dan rijd ik opnieuw een steile weg op en zie ineens een aantal campers opdoemen. Een standplaats! En niet zomaar één, maar (vrijwel) op de top van de Col du Glandon! Deze parkeerplaats (op 1924m hoogte) is het startpunt voor een aantal uitdagende wandelingen/beklimmingen over deze bergkam, maar biedt hier al een fantastisch uitzicht. Ik twijfel geen moment: hier breng ik de nacht door.

Ik verken de omgeving en geniet van het uitzicht en de beweging (de hele dag zitten lijkt teveel op werk! 🙂 ) en wijdt me vervolgens aan de was. Die lijkt aardig schoon te zijn, maar het valt niet mee om alles uit te wringen en te bevrijden van het teveel aan wasmiddel. Ook valt er regelmatig een kledingstuk op de grond en kan ik dus weer opnieuw beginnen. Ook kan ik hier niet echt een waslijn ophangen, dus moet ik improviseren. Morgenochtend zal moeten blijken hoe goed dat gelukt is.

Als ik de volgende ochtend de achterportieren open, kijk ik uit over een bergkam met een honderden meters hoge waterval, waarboven het ochtendlicht het dal in probeert te glippen. Dat lukt nauwelijks, want het is nog steeds erg bewolkt. Niettemin zijn er absoluut slechtere plekken om wakker te worden! De was die ik gisteravond op de gok aan de buitenkant van de auto bevestigd heb is zowaar redelijk droog en, belangrijker, nog min of meer op zijn plek. Ik had er rekening mee gehouden dat ik mijn was onderin het dal zou moeten oprapen, maar dat valt gelukkig heel erg mee.

De schaapherders zijn al druk in de weer om half 8, en ook ik ben in de weer met het maken van een kop thee en het opruimen van mijn bed. Elke ochtend moet ik mijn matras in drieën opvouwen, de gordijntjes van de ramen halen, het gordijn tussen het voor- en achtergedeelte weghalen, de slaapzak of het deken in een zak stoppen en het kussen erbij doen. Elke avond dien ik dit natuurlijk weer ongedaan te maken. Het is best een klus, samen met het maken van ontbijt, opruimen van kleding en afval, en vele andere klusjes, maar het hoort er allemaal bij. Sommigen beschouwen deze reis als een vakantie, maar tot dusver heb ik dat gevoel niet echt. Natuurlijk zie en doe ik leuke/mooie dingen i.p.v. dat ik de hele dag op kantoor zit, maar daar staat tegenover dat ik veel meer tijd dan thuis kwijt ben aan eerder genoemde klussen en aan het zoeken naar winkels, tankstations en natuurlijk overnachtingsplaatsen. En hoewel ik het bijhouden van een blog erg leuk vind om te doen kost het natuurlijk ook weer veel tijd. Kortom: mijn dagen zitten barstensvol! 🙂

Om 8:40 ben ik klaar voor de wandeling die ik gisteravond gepland heb. Het pad zou naar een bergmeertje moeten leiden en onderweg mooie uitzichten bieden. Bovendien kan ik via een andere route terug lopen, waardoor ik niet op mijn treden terug hoef te keren (waar ik een hekel aan heb).

Het is een stevige klim en door de relatief ijle lucht – i.c.m. een relatief slechte conditie – hijg ik als een paard na iedere 5 stappen, maar het uitzicht maakt het alleszins de moeite waard. Al gauw zie ik mijn kanarie alleen nog maar als kleine gele stip in een eindeloze groen-grijze massa. Aan het einde van de wandeling (op 2220m hoogte) kom ik bij een pakweg 50m hoge rotskam die de top van deze berg markeert en het meer. Nou ja, veel meer dan een ondiep vijvertje kan ik het echt niet noemen. Het smeltwater en het condens van de wolken die voortdurend tegen de rotskam aanknallen vloeien in kleine stroompjes het vijvertje in om vervolgens nog verder te dalen tot in het enorme stuwmeer aan de voet van de berg. Er lopen hier wat geiten rond en er is een klein, verlaten herdershutje, maar verder is hier niets of niemand. Wel begint het zachtjes te regenen en ik zie dat de wolken steeds lager komen te hangen. Tijd om terug te keren dus.

Nog maar net op de terugweg gebeurt het onvermijdelijke. Helden in boeken lopen altijd imposante verwondingen op (waarvan ze doorgaans probleemloos herstellen), maar ik niet. Nee, ik loop, opnieuw, een verzwikte enkel op. Ik zet mijn voet verkeerd neer, hij klapt dubbel en ik een tel later lig ik op de grond. Het is me al zo vaak overkomen dat het bijna saai begint te worden. Maar ik ervaar toch vooral de pijn en de frustratie. Gelukkig is het dit keer niet zo ernstig, dus nadat ik mezelf weer bij elkaar geraapt heb, weet ik nog best goed verder te strompelen. Helaas blijkt de alternatieve terugweg een stuk rotsachtiger en steiler te zijn dan de heenweg. Bovendien begint het steeds harder te regenen en dat maakt de rotsen en de grond steeds gladder. Ik ben dan ook erg blij wanneer ik weer heelhuids terug bij de auto ben. Terug kijkend naar het pad achter me zie ik dat die nu vrijwel geheel verstopt is in laaghangende wolken. Net op tijd…

Niet veel later rij ik weg, neerwaarts over de steile haarspeldbochten die ik vanaf het pad heel goed kon zien. Het was een fantastische ervaringen om over de bergpassen te rijden, maar ik ben het nu wel een beetje zat. Daarbij gaat het intrappen van de koppeling met mijn zere voet niet gemakkelijk, dus slaak ik een zucht van verlichting als ik de tolweg bereik. Bij een piepklein buurtwinkeltje had ik onderweg al wat brood en melk ingeslagen, maar verder hadden ze niets, dus doe ik de Intermarché aan, nadat ik nog eenmaal mijn dieseltanks vol gooi (in Italië is de diesel een stuk duurder, zo heb ik vernomen).

Volgeladen met boodschappen en diesel rij ik de tolweg op en heb een vrij onenerverende rit tot de Frejus tunnel. Daar schrik ik me bijna een hartaanval als ik de tolprijs zie: € 43,50!!! Goed, het is een hele lange tunnel en zal dus vast veel onderhoud vergen, maar deze prijs is volstrekt belachelijk. Maar ja, ik heb nu geen keus meer, dus betaal ik.

Eenmaal uit de tunnel bevind ik me in Italië en rij opnieuw van tolpoort naar tolpoort. Opmerkelijk genoeg moet ik zelfs voor 200m(!) snelweg € 1,60 tol betalen en helaas rij ik een keer verkeerd, waardoor ik nog 2x extra over tolwegen moet. Al met al een veel te dure dag. Maar ik ben er nog niet. Als ik Turijn in rij ben ik overgeleverd aan het onverantwoordelijke rijgedrag van de Italianen. Aanvankelijk schrik ik ervan, omdat de Fransen in vergelijking hiermee erg netjes rijden. Maar na een tijdje weet ik mezelf in dezelfde ‘stand’ te zetten en ga, indien nodig, net zo bruut te werk als de rest. Wat kunnen ze me immers maken in die gele tank van mij? Ik ben niet bang voor deukjes in mijn dikke stalen bumpers!

Volgens mijn GPS ligt de beoogde camperstandplaats in de milieuzone van Turijn. Dat is slecht nieuws, want daar mag ik met mijn oude diesel niet in. Toch neem ik de gok en zie uiteindelijk nergens een bordje die wijst op een milieuzone. Volgens de website van de ANWB klopt dat ook. Niettemin kan ik de standplaats aanvankelijk niet vinden, maar vind wel een andere standplaats. Op dit grote bouwvallige terrein staan verschillende campers die ogenschijnlijk nog ouder zijn dan mijn auto. Tot 3x toe rijd er een politieauto langs, gedurende het half uur dat ik hier zit bij te komen van de rit. Verderop klinken keiharde polka’s. Het geheel ademt de sfeer van een zigeunerkamp en ik voel me niet op mijn gemak. Dus stap ik opnieuw in de auto en weet na wat zoeken dan toch de betaalde standplaats te vinden. Die kost weliswaar €18 per 24 uur, maar het voelt een stuk veiliger.

Dankzij de zeer behulpzame beheerder weet ik het terrein op te komen. De slagboom ging niet open voor mij, maar de man legt in het Engels uit dat dat waarschijnlijk komt omdat de camera mijn bijzondere auto niet als een camper registreert. Gelukkig doet hij de slagboom voor me open en geeft me achteraf een kaartje en een heleboel nuttige informatie. Gewapend met een stapel folders, stadsplattegronden, een toegangskaartje en het wifiwachtwoord loop ik opgewekt terug naar de auto.

Met mijn zere poot gaat het nog best aardig.

16 gedachtes aan “Dag 7-9 (3-5 sept): Kleine wasjes op grote hoogte

  1. J. Koopmans

    Nou Bjorn, ook deze ervaringen neemt niemand je meer af. Wat een schitterende omgeving! Die enkel blijft toch een probleem. Misschien slim om steeds een stok mee te nemen (als je dat al niet doet). Veel plezier verder

    1. Bjorn Bericht auteur

      Ik had inderdaad een stok bij me. Doe ik altijd als ik een eind ga wandelen door de natuur. Gelukkig maar! Anders was de afdaling een stuk problematischer geworden.

  2. anneke hoogendijk

    Bjorn, dit ishet eerste bericht van je dat op mijn pc verschijnt. Wil jij mij svp op de hoogte houden van het verdere verloop? Heel stoer van je!

    groetjes, Bas en Anneke

    1. Bjorn Bericht auteur

      Dan zijn mijn eerdere nieuwsbrieven wellicht in je spam map beland,want ik heb er al heel wat verstuurd sinds je inschrijving. Zou je daar eens willen kijken?

  3. Nick & Ellen van Ogtrop-de Ruiter

    Leuk dat we op deze manier mogen meegenieten! Al is het geen ‘vakantie’, klinkt het alsof je het prima naar je zin hebt!
    Wat een avontuur ben je begonnen, we zijn benieuwd naar de ontwikkelingen en zie graag je volgende update verschijnen.

    Groetjes & toi, toi, toi!

  4. Anita wouden

    Dat je dit avontuur aangaat in je uppie is een applaus waard….lefgozer ! Frits en ik genieten van de prachtige foto’s en het af en toe adembenemend verslag van je reis.
    Wees voorzichtig.

  5. Jef

    Inderdaad duur die Frejustunnel. Het verbaasd mij dat je na de Frejustunnel de tolweg naar Turijn hebt genomen, en niet de route naast de tolwegen terwijl die heel goed te rijden is en mooi. Prachtige tocht door de alpen en mooie foto’s. Ik hoop dat je niet te veel last van je enkel gaat krijgen. Ik kijk uit na je verslag over Turijn en het bezoek aan het Museum. Ga je ook nog naar Bologne ?

    1. Bjorn Bericht auteur

      Als ik van te voren geweten hadden dat die Frejus tunnel zo duur was en ik de tolwegen in Italië makkelijk had kunnen vermijden, had ik dat zeker gedaan!
      Het verslag over o.a. Turijn staat sinds eergisteren online. Bologna ga ik qua tijd helaas niet redden. Ik zit nu in Venetië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.