Dag 321-325 (13-17 juli): Kaapstad, Kaap De Goede Hoop en Kaap Agulhas

Dag 321. Door de relatief goede nachtrust voel ik me deze ochtend een stukje beter dan ik verwacht. Misschien is het ook iets minder koud, want ik zie nergens rijp. Wel ligt overal dauw. De zon komt hier pas om iets voor 8 uur op en zeker gezien de kou sta ik echt niet eerder op. Om 10 uur neem ik voorlopig afscheid van Duncan (ik kom hier over een maand immers weer terug) en rijd naar Kaapstad. De wegen zijn erg Europees, evenals het verkeer, hoewel men hier een stuk agressiever rijdt dan in Nederland. Ik kom zelfs in een file van een ruim half uur terecht! Files heb ik sinds Kampala (Uganda) niet meer meegemaakt. Het is echt weer even wennen: op tijd voorsorteren, snelwegen, filerijden, overal verkeersborden. En ook overal industrie en enorme gebouwen. Ja, ik ben echt een wereldstad in gereden.

Volgens iOverlander kan ik kamperen op een openbare parkeerplaats bij het Waterfront, maar ik heb wat moeite om die te vinden. Terwijl ik even langs de kant van de weg sta te puzzelen stopt er een auto van een beveiligingsbedrijf voor me. Een man stapt uit. Ik ga er meteen van uit dat ik hier niet mag staan of dat er iets anders mis is waardoor ik hem moet betalen, maar daar blijkt niets van waar. Integendeel, de man vraagt me of hij me kan helpen en nadat ik hem mijn vraag heb voorgelegd neemt hij ruim de tijd om me te vertellen waar het parkeerterrein is, dat het er veilig is, dat ik eventueel ook een eindje verderop gewoon langs de weg kan staan, enz. Een mooi voorbeeld van hulpvaardigheid!

Op de parkeerplaats is nog plek genoeg. De ibuprofen die ik vanmorgen ingenomen heb lijkt niet echt te werken, want ik voel me nog altijd slecht: koortsig, hoofdpijn, keelpijn, enz. Toch ga ik maar boodschappen doen, want dat moet toch gebeuren. Het valt echter nog niet mee om de supermarkt te vinden in het enorme Victoria Wharf winkelcentrum en ook de supermarkt zelf is krankzinnig groot. Het doet erg denken aan de supermarkten van Kenya en Frankrijk, maar dan met een nóg groter assortiment, zo lijkt het. Als ik mijn boodschappen in de auto gelegd heb ga ik het Waterfront verkennen. Ik ben 5 jaar geleden ook al een paar dagen in Kaapstad geweest, dus het is deels een herhaling. Gelukkig maar, want ik voel me echt niet fit genoeg om de stad uitgebreid te bekijken. In plaats daarvan loop ik rustig door het Waterfront, bekijk de souvenirwinkeltjes in de Watershed, eet een heerlijke, gezonde (lunch)snack in de Food Court en kijk gewoon wat rond. Tegen het einde van de middag ga ik weer terug naar de auto, waar ik tot mijn verbazing een bekende auto naast zie staan: de Landrover van Kevin en Stephanie, het Nederlandse stel dat ik in Etosha NP (Namibië) heb ontmoet! Ik ga achter mijn stuur zitten om aan m’n verslag te werken (het begint alweer aardig koud te worden) en om een uur of half 6 komen Stephanie en Kevin aan lopen. Zij gaan vanwege de kou over een week al naar huis, in plaats van eind augustus. We blijven een tijdje (bij)kletsen en gaan dan ieder ons weegs. Ik had gehoopt dat zij ook hier zouden overnachten, want kamperen op een parkeerplaats is toch prettiger met 2 auto’s dan in je eentje, maar zij zijn zo slim geweest om een AirBnB te boeken, dus zij slapen vannacht lekker warm binnen.

Ik ga op deze openbare parkeerplaats, midden in de stad, niet koken, dus trakteer ik mezelf op een heerlijk diner in het dichtstbijzijnde restaurant. De prijzen zijn alleszins redelijk, want inclusief fooi ben ik slechts €15 kwijt voor een hoofdmaaltijd, een heel groot glas verse sinaasappelsap en 2 potten thee. En ik zit tenminste lekker warm! Maar om een uur of 20 ga ik toch maar richting auto. Achter het stuur kijk ik een film, waarna ik snel de auto slaapklaar maak, zonder daarbij spullen buiten te laten staan (wat ik gewoonlijk wel doe, om ruimte te hebben voor m’n kleren enzo), zodat niemand kan vermoeden dat er iemand achterin ligt te slapen. Een maand of 10 geleden zou ik het doodeng gevonden hebben om op deze manier en op deze plek te ‘kamperen’, maar nu totaal niet. Wel houd ik (zoals bijna altijd als ik wildkampeer), mijn busje pepperspray in de aanslag. Het parkeerterrein is dan wel bewaakt, maar niet afgeschermd van de weg, dus je weet maar nooit.

Dag 322. Ik slaap opnieuw best goed deze nacht en ik krijg het zelfs warm (en niet van de koorts) onder de slaapzak! Ik voel me dan ook echt wel iets beter. Ook als ik de portieren open ben ik niet meteen doordrongen van de kou. Het is nu echt wel een aantal graden warmer dan de vorige ochtenden. Dat komt mooi uit, want douchen kan ik hier natuurlijk niet. Het opstaan doe ik zo ‘casual’ mogelijk. Vlak daarvoor namelijk, is er een werkploeg van de plantsoenendienst vlak naast de auto begonnen te werken. Dat zal je altijd zien… Zodra ik de portieren open trek ik heel gauw m’n schoenen aan, spring op de grond en doe net alsof ik net aan ben komen lopen. Of ze er intrappen weet ik niet, maar ik krijg in elk geval geen lastige vragen of blikken van de mannen.

Ontbijten bij de auto zie ik – net als het diner gisteravond – niet zitten, dus loop ik het winkelcentrum in en geniet van een lekker omelet met bacon bij een koffietentje. In het toilet fris ik me een beetje op. Terug bij de auto maak ik die reisklaar (dat is zo gebeurt nu!) en begeef me op weg naar de Tafelberg. Gezien diens populariteit wordt aangeraden om daar zo vroeg mogelijk te zijn, dus daar ga ik maar eerst naartoe. Het blijkt inderdaad geen slecht idee, want hoewel ik alsnog een klein half uur in de rij moet staan voor een kaartje voor de kabelbaan, is de rij bij terugkomst enkele uren later minstens vervijfvoudigt!

Parkeren bij het ‘grondstation’ van de kabelbaan gaat verrassend makkelijk, hoewel ik de auto een heel eind verder pas kwijt kan. Maar parkeren is zowaar gratis en nog bewaakt ook. De parkeerwacht vraagt bij terugkomst wel om een fooi, die ik hem geef. Met mijn Wildcard krijg ik 20% korting op het entreekaartje, dat nog altijd best duur is (zo’n €15 met korting). Met elke dag honderden toeristen is dit duidelijk een echte melkkoe van SANparks. Maakt niet uit, ik heb er de hele ochtend plezier van. Het hele proces van aanschaf van het kaartje tot het afleveren boven op de berg verloopt bijzonder soepel en efficiënt. Ik ben echt niet meer in Afrika! 😉

Het uitzicht over Kaapstad en de wijde omgeving was vanaf de parkeerplaats al erg mooi, maar boven op de berg is het natuurlijk nog veel mooier. Delen van de stad zijn in nevelen gehuld. Ik heb trouwens erg veel geluk met het weer. De afgelopen dagen heb ik de Tafelberg bijna continue bedekt met een ‘tafellaken’ (wolken) gezien, maar vandaag is de lucht op de berg kraakhelder. Het is redelijk koud, maar met 2 truien best te doen. Wind staat er nauwelijks. Het uitzicht is dus adembenemend mooi. Dat wist ik natuurlijk nog van 5 jaar geleden, maar vervelen doet het niet! Druk is het natuurlijk wel, hier boven. Ik heb lang niet meer zoveel toeristen bij elkaar gezien. De laatste keer was waarschijnlijk in Athene! De selfies-terreur tiert ook hier welig en velen negeren de talrijke bordjes waarop gevraag wordt om de dieren (met name dassies en vogels) niet te voeren. Zo zijn er wel meer irritaties die veelal sinds Athene niet meer naar boven gekomen zijn, maar geen zorgen, het bederft mijn plezier niet! Vijf jaar geleden strompelde ik hier met een zwaar verzwikte enkel. Nu ben ik dan wel flink verkouden, maar dat weerhoudt me er dit keer niet van om de Klipspringertrail te nemen. Die is voor de helft onverhard, dus nam ik 5 jaar geleden de kortere maar volledig verharde Dassietrail. Ik zie vanmorgen dus toch ook nog wat nieuws.

Als halve lunch eet ik wat meegebrachte appels op een mooi plekje, waarna ik de kabelbaan weer naar beneden neem. Bij de auto vul ik die lunch nog wat aan, waarna ik weer op pad ga. Het kasteel De Goede Hoop staat voor vanmiddag op de agenda. Daar heb ik 5 jaar geleden alleen de ingang van gezien. Overigens weerhoud me dat er niet van om die ingang straal voorbij te rijden en de auto in een secundaire parkeerplaats neer te zetten. Sterker nog: omdat ik de ingang tot die parkeerplaats per ongeluk mis, rijd ik er zelfs 2 keer voorbij met m’n suffe kop! Niet dat het veel uitmaakt, want ook deze parkeerplaats is bewaakt (en toch geheel gratis, want hij wordt bewaakt door een soldaat), maar ik moet wel iets verder lopen. De entree is slechts 30 rand (€2) en daar heb ik de hele middag plezier van, want er is genoeg te zien. Eerst maak ik een rondje over de muren van het Nederlandse fort. De bouwstijl is natuurlijk heel herkenbaar voor mij als Nederlander en soms waan ik me dan ook (bijvoorbeeld) in Leiden.

Nadat ik mijn ronde voltooid heb begeef ik me naar het verzamelpunt voor de inbegrepen rondleiding van een ruim half uur. De gids is slecht te verstaan, maar ik steek er toch nog wat van op. Hij heeft de grootste moeite om zijn verhaal af te steken, want er zwermen 2 kinderen om hem heen die continue vragen op hem afvuren. Lastig voor hem natuurlijk, maar ik vind het wel leuk dat die kinderen zo leergierig zijn. Halverwege raakt de accu van m’n camera leeg, dus na de rondleiding loop ik eerst naar de auto om de tweede accu te pakken. Daarna bezoek ik de 3 kleine musea in het kasteel. De eerste is een modelwoning met inrichting uit die tijd (allemaal Nederlandse meubels dus!), de tweede is een fototentoonstelling over de slachtoffers van oorlogen en heeft tevens een tentoonstelling met wapens en uniformen uit de Nederlandse en Engelse koloniale tijd. De derde gaat over aardewerk, waarvan het meeste modern is en niet direct mijn interesse heeft. Komt goed uit, want het blijkt al bijna 16 uur te zijn en ik word het museum uitgegooid via de achteruitgang. Nog even snel maak ik gebruik van het toilet, dat gevestigd is in een oude kruitkamer, waarna ik het kasteel verlaat.

Die dag is weer omgevlogen! Ik rijd naar de parkeerplaats waar ik overnacht heb, met opnieuw dezelfde intenties. Tot een uur of 18 werk ik achter het stuur aan mijn verslag, waarna ik opnieuw naar het restaurant ga voor het diner. Misschien komt het doordat het bewolkt geworden is of omdat de koorts gezakt is, maar ik heb het vanavond absoluut niet koud achter het stuur.

Dag 323. Ik voel me volkomen veilig in Kaapstad. Mensen van allerlei rangen en standen, huidskleuren en seksuele voorkeuren bewegen rustig door elkaar alsof het de gewoonste zaak ter wereld is. Na 9,5 maand Afrika kan ik je vertellen dat dat absoluut NIET de gewoonste zaak ter wereld is. Auto’s staan ook ‘s nachts gewoon op straat geparkeerd, de meeste huizen zijn niet gebarricadeerd, ook ‘s avonds zie ik gewoon oude dametjes hun hondje uit laten. Ja, het is net Nederland! Overal is blauw op straat. Geen militairen met kalasjnikovs, maar gewoon agenten met een pet en een dienstpistool. Geen enorme aantallen, maar regelmatig zie ik toch wel een agent of een patrouillewagen voorbij komen. Er heerst een hele relaxte atmosfeer in de stad en hoewel misdaad natuurlijk wel voorkomt, beheerst het niet het leven van de Capetonians. Echt een heerlijke stad.

Geen werklui deze ochtend als ik wakker word, want het is zaterdag. Dat betekent ook dat er tot gisteravond laat nog mensen op de been waren, want ja, vrijdagavond. Maar ik heb er geen last van gehad. Wel merk ik ‘s ochtends iets anders dan werklui: regen! Ik heb al sinds Zambia geen druppel regen meer gezien, dus dat is weer even omschakelen. Als ik uit de auto stap zie ik dat ik alleen sta op de parkeerplaats. Of nee, in een hoek ver weg zie ik een donkere auto staan. Nadere inspectie leert me dat het een overlandauto is! Zij hebben echter een leefcabine, dus zij hoeven niet – zoals ik – naar buiten en dus ontmoet ik de medereizigers niet. Het is nog niet helemaal licht als ik opsta en de donkere wolken helpen daar ook niet bij. Voor het ontbijt loop ik weer naar hetzelfde tentje als gisteren, maar die gaat pas om 8 uur open, dat is nog een half uur wachten. Wel kan ik een muffin en een kop thee meekrijgen, dus dat doe ik dan maar. Ik eet mijn muffinontbijt achter het stuur op en nadat ik de auto weer rijklaar gemaakt heb begeef ik me op weg. Kaap de Goede Hoop is het doel van vandaag, maar om daar te komen wil ik de Chapman’s Peak Drive nemen: een schitterende route langs de steile rotsen aan de kust. Vijf jaar geleden was ik daar heel erg van gecharmeerd en wil hier graag dit keer rustig de tijd voor nemen. Het lot beslist helaas anders.

Eerst rijd ik zoveel mogelijk langs de kust naar Hout Bay. Onderweg kom ik prachtige stranden en de nog veel mooiere huizen van de rich & famous tegen. Het zwaar bewolkte weer doet daar nauwelijks iets aan af. De regen is gelukkig vrijwel geheel gestopt. Er zijn ontzettend veel hardlopers en wielrenners op de been deze ochtend. Ik kom zeker meer dan 100 van elk tegen. Vlak voor het begin van de Chapman’s Peak Drive begint staat helaas aangegeven dat deze gesloten is vanwege onderhoud. Dat is balen. Ik rijd nog een eindje door, want er staat geen hek, maar na een paar km staat er een halve barricade en een hele man. Die laatste vertelt me dat ik nog 3,5 km kan doorrijden tot een uitkijkpunt, maar daarna moet ik omkeren. Even verderop kom ik bij de tolpoort en krijg daar een gratis dagpas. Die blijkt inderdaad geldig tot aan een uitkijkpunt enkele kilometers verderop. En het uitzicht mag er zijn! Wauw. Niet alleen zie ik het indrukwekkende Hout Bay, maar ik zie ook hoe een enorme wolkenband zich over de bergen probeert te persen, waardoor het lijkt alsof het hele schiereiland in de fik staat. De plukken wolken die naar beneden rollen lijken op te lossen vanaf een bepaalde hoogte, maar als ik beter kijk, zie ik dat ze over gaan in regen. Het is alsof je de hele watercyclus in één beeld samengevat ziet.

Omdat ik niet verder kan moet ik een flinke omweg nemen naar Kaap de Goede Hoop (hierna KDGH gernoemd). En omdat het langs de oostkant van het schiereiland niet erg doorrijd, kom ik pas rond half 11 aan bij de poort. Gelukkig krijg ik daar in minder dan een minuut een permit (gewoon een kassabonnetje) en rijd het gelijknamige NP in. Fynbos is de naam van een verzameling kleine en taaie planten en struiken die uitermate goed bestand zijn tegen het extreme weer aan deze kust. Het kan hier lang erg droog zijn, of juist heel erg nat en er staat bijna altijd veel wind. Het landschap staat hier dan ook vol met fynbos. Dat heeft allerlei kleuren omdat er altijd wel enkele soorten in bloei staan. Het is erg mooi, maar nu ik zo dichtbij KDGH ben na 40.000 km rijden wil ik nog maar 1 ding: daar zo snel mogelijk naartoe. Ik ben bepaalt niet de enige aanwezige bij de parkeerplaats bij het beroemde bord. Er staan aardig wat auto’s, busjes en een grote toerbus. Zodra ik de kans zie parkeer ik de kanarie in het vak dat het dichts bij het bord staat en wacht… en wacht… en wacht… Ik wacht ruim een uur voor de kans om een foto van mij, de kanarie en het bord te maken zonder andere mensen in beeld, maar het lukt telkens niet. Er staat meestal zelfs een rij mensen voor het bord te wachten om ermee op de foto te gaan. Een man van Indiase afkomst vind mijn auto veel interessanter dan het bord en laat zich er uitgebreid mee fotograferen. Omdat ik op een afstandje sta, beseft hij niet dat de eigenaar – ik dus – geamuseerd staat toe te kijken. De harde wind en het lange stilstaan maken me koud, dus ik pak een sjaal uit de auto, waarna de man direct op me afkomt en een filmcamera in mijn smoel duwt, me allerlei vragen stelt en me complimenteert met de auto en mijn prestatie. Zijn reisgenoot valt hem regelmatig bij en beide willen ze om beurten met me op de foto en me uitgebreid de hand schudden. Eventjes voel ik me een celebrity! Het is ruim na 12 als er maar liefst 3 grote toerbussen aan komen rijden en ik dus maar achter het stuur ga zitten om wat fruit naar binnen te werken. Als ik daar mee klaar ben is het nog altijd vreselijk druk, dus geef ik het op. Ik pak wat spullen en beklim het rotspad naar het daadwerkelijk meest zuidwestelijke punt van het Afrikaanse continent. Nog voor ik boven ben zie ik achter me maar liefst 3 overlandauto’s op de parkeerplaats staan! De auto van Kevin en Stephanie, een oude Series Landrover die ik onderweg op een parkeerplaats met open daktent had zien staan en de camperauto die ik vanmorgen op ‘mijn’ parkeerplaats had zien staan. Klein wereldje, nietwaar? Ik had mijn auto voor het aanvangen van de wandeling wat verderop willen zetten om eventuele andere overlanders de kans te geven deze plek te benutten, maar alle plekken waren bezet. Toch vind ik het wel lullig voor ze. Maar ja, ik ga er toch ook niet weer helemaal voor beneden klauteren.

Bovenaan gekomen waai ik bijna de Atlantische Oceaan in. De wind is stormachtig en ik moet echt oppassen. Hier, op deze plek, eindigde 5 jaar geleden de reis van 23 dagen en 3888 km vanaf Lusaka, Zambia, en toen voelde ik me uitgelaten. Nu sta ik hier weer na een reis van bijna 11 maanden en 40.000 km en voel ik me opnieuw uitgelaten, maar tevens treurig en zelfs een beetje angstig. Hoe moet het straks met me als ik weer terug ben in Nederland? Ik heb bijna geen geld, geen huis, en een avontuur achter de rug die me in sommige opzichten voorgoed veranderd heeft. Ik besluit er maar niet te veel aan te denken en loop het pad verder op richting Cape Point, waar 2 vuurtorens staan. Deze wandeling heb ik 5 jaar geleden ook gedaan, maar toen was het weer aanzienlijk beter. Daar staat tegenover dat ik toen met een manke poot liep. Merkwaardig genoeg kwam ik 5 jaar geleden bijna geen mens tegen tijdens deze wandeling, maar nu zijn er tientallen mensen onderweg. Het pad biedt schitterende uitzichten en tegen het einde zie ik zelfs een elandantilope. Het pad eindigt bij de parkeerplaats voor Cape Point, waar een enorm aantal auto’s en bussen staat. Je kan er bijna over de hoofden lopen. Vijf jaar geleden ben ik naar de vuurtoren op het hoogste punt van de rotspier gelopen. Ik kan het me van toen niet herinneren, maar nu gaat er in elk geval zelfs een kabelbaan naartoe! Dat doe ik niet, want het is niet zo ver lopen. Ik ga trouwens ook niet opnieuw naar deze vuurtoren, maar naar de kleinere vuurtoren die nog verder in zee staat en daardoor een eindje verder lopen is. Destijds had ik daar geen tijd voor en durfde het met mijn manke poot ook niet aan. Je kan niet bij de vuurtoren komen, maar wel vlakbij en krijgt echt het gevoel boven de kille oceaan te lopen, omdat de rotspier hier heel erg smal is. Tussen dit punt en bevroren continent Antarctica is niets dan water.

Het is rond half 3 als ik de terugweg aanvaard. Ik moet hetzelfde eind weer helemaal terug lopen om bij de auto te komen. Mijn kanarie mag dan erg trouw zijn, hij komt niet uit zichzelf naar me te rijden als ik dat wil! Tijdens de wandeling terug begint het weer te regenen. Het zijn gelukkig maar buien, maar je wordt er toch nat van. Terug bij de auto word ik onmiddellijk aangesproken door een Nederlands stel dat hier met vakantie is. Nadat zij vertrokken zijn wacht ik nog een half uurtje op een kans voor een foto en zowaar, het lukt! Sterker nog: ik heb maar liefst een paar minuten voor er weer mensen aan komen.

Op de terugweg maak ik nog een omweg door het park om wat meer van het fynbos in het mooie landschap te zien, maar daarna zoek ik toch echt de uitgang op, want ik moet nog een camping zoeken. Er zijn overal campings in Zuid Afrika, maar zoals Werner in Calvinia terecht opmerkte zijn verreweg de meeste campings van de gemeente en die zijn volgens hem de laatste jaren enorm in kwaliteit achteruit gegaan. Dat is ook te merken aan de commentaren op iOverlander, want hoewel er veel keuze is, zijn de meeste recente reviews overwegend negatief. Ik kies een camping uit aan het andere uiteinde van Chapman’s Peak Drive. Het is een particuliere camping met naar verluid wasmachines voor 15 rand per wasbeurt. Het is erg lang geleden dat mijn kleren een wasmachine van dichtbij gezien hebben, dus dat spreekt me wel aan. Als ik aankom ben ik omringt met dieren: kippen, parelhoenders, pauwen, heilige ibissen, hadada ibissen, eekhoorns, ganzen, konijnen, honden en nog veel meer. Het is net een kinderboerderij. Er is zelfs een speeltuin! Het duurt even voor er iemand afkomt op de bel, want, zo zegt ze jaloersmakend: ‘ik was ingedut bij het warme haardvuur.’

Ik ben nog maar net gesetteld als het begint te druppen. Ook begint het donker te worden en hard te waaien. In een zeldzaam moment van extreme genialiteit besluit ik om maar een blikje voer op te warmen, want het zal vast wel harder gaan regenen zo. En ja hoor. Ik krijg nog net genoeg tijd om het opgewarmde blikvoer op te scheppen, maar dan scheurt de hemel open. In een weinig zeldzaam moment van extreme domheid had ik besloten om de luifel niet op te zetten, want, zo redeneerde ik toen het nog droog was, het zou vandaag niet meer regenen en morgen schijnt de zon weer. Naïef mannetje… Nu de hemelsluizen wijd open staan heeft het opzetten van een luifel weinig zin meer, dus gooi ik alles naar binnen, inclusief de nog hete stoof en wurm mezelf met het al half koude prakje achter het stuur. Lang leve de ketchup, want die maakt het voer nog enigszins eetbaar. Ik heb me wel eens prettiger gevoeld deze reis! Als ik het voer naar binnen gewerkt heb snak ik naar een kop dampende thee, maar die kan ik met deze zondvloed in progress echt niet zetten. Ik heb wel ergens een dompelaar, zodat ik binnen water kan opwarmen, maar die ligt te ver verstopt. Nee, die thee kan ik vergeten. Dan maar douchen. Misschien dat het daarna droog is? De douche is, zoals beloofd, lekker warm en na 2 nachten kamperen op een parkeerplaats is het heerlijk om weer even te douchen. Maar de hele tijd hoor ik het oorverdovende geklater van regen op het golfplaten dak en als ik terug loop naar de auto moet ik een rivier oversteken op de plek waar eerst een geasfalteerd pad was. Snel duik ik dus maar weer achter het stuur en verzin van alles om de natte handdoek e.d. te drogen te hangen/leggen. Het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat de ramen in no time beslaan en de luchtvochtigheid binnen al gauw bijna 90% bereikt. De douche heeft mijn stemming wat verbeterd, maar leuk is het allemaal niet zo.

Als ik naar bed wil werk ik het hele proces in recordtijd af met een kapotte paraplu als enige bescherming. Eenmaal onder de veren is het dan wel weer prettig, dat getik op het dak van de auto.

Dag 324. Als ik om 5 uur wakker word is het droog, maar net voor ik om een uur of 8 de deuren wil openen (ik heb gelukkig nog even de slaap kunnen vatten) begint het weer te regenen. Gelukkig maar een kort buitje. Door alle natte spullen (in de campingstoel staat een plas water) ben ik veel extra tijd kwijt, maar als de zon eindelijk te voorschijn komt drogen veel voorwerpen tenminste wel weer redelijk snel op. Niettemin ben ik pas 10 uur weer op weg. Het plan is om naar Cape Agulhas te rijden, maar daarbij zoveel mogelijk langs de kust te blijven rijden. Van Nick, een ex-collega en Zuid Afrikaan van origine, heb ik veel tips gekregen en daar probeer ik er vandaag een aantal van uit. Ik moet hem helemaal gelijk geven: de weg langs Rooiels en Betty’s Bay is heel erg mooi. Ik stop dan ook vaak om foto’s te maken, wat gelukkig vrijwel overal kan, want overal zijn picknickplaatsen aangelegd. De weg is eigenlijk erg vergelijkbaar met de Chapman’s Peak Drive, en is dus een mooi alternatief voor mij. Even voorbij de stad Strand (ik verzin het niet) zet ik de auto op een mooi plekje neer bij een walvis-uitkijkpunt en geniet van de heerlijke verse broodjes die ik even daarvoor gekocht heb, terwijl ik de oceaan afspeur naar tekenen van walvissen. Ik ben in de juiste regio van de wereld én de juiste tijd van het jaar om die te spotten, maar helaas krijg ik ze hier niet te zien.

De volgende stop is in Betty’s Bay, waar ik een pinguïnkolonie bezoek. Ook zo’n tip van Nick. En wederom een gouden tip! De meeste mensen kennen de kolonie bij Simon’s Town wel, maar die is daardoor erg druk en duur. En ik heb die 5 jaar geleden al gezien. De kolonie in Betty’s Bay is bijna gratis (20 rand; €1,34!), niet druk en ontzettend leuk om te zien. De rotsige kuststrook waar ze nestelen is op zichzelf al erg mooi, maar de koddige pinguïns maken het nog veel leuker natuurlijk. De dassies en de ontelbare aalscholvers maken het plaatje compleet. Hartstikke leuk!

Ik haast me niet bij de pinguïns, maar haast me daarna wel naar Hermanus, naar verluid de beste plek ter wereld om walvissen te spotten vanaf land. Ik vind een plekje met wijds uitzicht over de oceaan vanuit m’n auto. Buiten is het koud en regent het af en toe, dus ik ben blij dat ik binnen kan blijven zitten. Er zijn aardig wat mensen naast me in auto’s op hetzelfde idee gekomen, maar buiten lopen toch ook heel wat mensen heen en weer in de hoop een walvis te zien. Na ruim een half uur wachten wil ik het eigenlijk al opgeven, want het is al na 16 uur en moet nog een camping vinden. Maar dan ineens zie ik veel mensen naar de waterkant lopen en dezelfde kant op staren en met camera’s in de weer. Snel stap ik uit en zie nog net een donkergrijze rug waar een fontein uit komt, voor die weer onder water verdwijnt. Dat gebeurt een minuutje later nog een keer op ongeveer dezelfde plek, maar ik ben te laat voor een foto. Daarna wacht de menigte nog een hele tijd, maar er is niets meer te zien. Eén voor een druipen de toeschouwers af, waaronder ik. Er zijn volgens iOverlander 2 campings in de buurt, hoewel ik hiervoor wel een stukje terug naar het westen moet rijden. Het blijkt echter in beide gevallen om dezelfde camping te gaan. En die is erg duur (€18 per nacht!!!), heeft geen wifi, geen restaurant, geen beschutting tegen de regen, en elektriciteit kost extra. Oplichters. De bewaakster die me het slechte nieuws brengt is het volledig met me eens, maar kan er niets aan doen, zegt ze. Er is nog wel een andere camping in de buurt en ze geeft me aanwijzingen hoe ik er kan komen. Ik vind de camping, maar dat blijkt meer een soort zigeunerkamp te zijn, dat ook nog eens failliet is, blijkens de open brief van de deurwaarder op de deur van het kantoor. De bewoners trekken zich er niks van aan en leven gewoon door in het kamp, maar ik ga er maar gauw vandoor. De zon is inmiddels achter de heuvel verdwenen en dus kan ik weinig anders dan naar de veel te dure camping gaan. De bewaakster laat me een formulier invullen waarin me weer het hemd van het lijf gevraagd wordt. Zoals gebruikelijk vul ik bijna overal dezelfde onjuiste gegevens in. Ik maak er een sport van om iedere keer een nieuw paspoortnummer te verzinnen, maar mijn adres is steevast de Poortstraat 12 in Rotterdam. Ik weet niet of dat adres bestaat, maar ik woon er in elk geval niet. Mocht het adres wel bestaan, dan bied ik bij deze mijn excuses aan aan de bewoners voor de eventuele spam die ze vanuit Afrika toegezonden krijgen! Vaak vul ik zelfs een verkeerde datum of tijd in. Geen haan die er naar kraait in Afrika.

Vandaag geen blikvoer! Ik kook een uitgebreide pastamaaltijd. Ik heb zelfs voor het eerst in minstens een half jaar prei (voor een redelijke prijs) kunnen vinden in een supermarkt. Heerlijk! Ik eet wel weer achter het stuur, want zonder elektriciteit heb ik geen kachel en is het buiten veel te koud. Bovendien is mijn campingstoel nog steeds drijfnat…

Net als ik klaar ben met de afwas en thee wil gaan zetten begint het weer te regenen. SHIT! Niet weer hè?! Met een paraplu boven de stoof warm ik snel het water op, gooi het in de thermoskan, gooi alles naar binnen en vlucht zelf ook weer naar mijn plekje achter het stuur. Twee minuten later is het droog en dat blijft zo de rest van de avond. GRRRRRRRR!

Dag 325. Gelukkig is het vannacht droog gebleven, dus ik heb geen natte spullen om te drogen. Daardoor ben ik weer mooi op tijd weg, ondanks het late opstaan vanwege de kou en de late zonsopkomst. Bij het verlaten van de camping ben ik weer eens veel te eerlijk. Ik word door het hek gelaten, maar moet de auto daar buiten parkeren om in het kantoortje te betalen. Daar kunnen ze mijn formulier niet vinden. Was ik nou maar weg gereden. Maar nee, ik betaal tegen heug en meug de absurde prijs van 244 rand en rijd weg.

Eerst ga ik nog even kijken op de plek waar ik gisteren de rug van een walvis zag. Misschien heb ik nu weer geluk. Aanwezig is ook Eric, de enige Whale Crier ter wereld (daar gaat hij, gezien het grote, dubbele bord op zijn rug en buik, prat op). Zijn baan bestaat uit het blazen op een hoorn zodra hij een walvis ziet, zodat anderen het dier ook kunnen zien. De groep toeristen om hem heen wordt dan ook steeds groter. Ik blijf lekker in de warme auto zitten. Dat getoeter van zijn hoorn hoor ik hier ook wel, nietwaar? Hij hoeft dus maar één ding te doen om zijn geld te verdienen. Des te opmerkelijker is het dat hij compleet verzuimt op die gekke hoorn te blazen op het moment dat hij een walvis spot! Het geeft niets, want de geluiden die de menigte om hem heen maakt op dat moment alarmeren mij er ook op. Door de verrekijker zie ik hoe een walvis de lucht in springt en op zijn zij terug het water in plonst. Het is jammer genoeg erg ver weg, maar niettemin erg indrukwekkend!

Ik heb nog een heel eind te rijden vandaag, dus ik laat het hierbij en ga er weer vandoor. Die walvis kan ik nu echt wel van mijn – figuurlijke – dierenlijstje vinken! Via een mooie route rijd ik naar Cape Agulhas, het zuidelijkste puntje van Afrika. In de laatste 40 km spoken er veel emoties door me heen. Ik heb natuurlijk de laatste dagen al meer mijlpalen bereikt (Kaapstad, Kaap de Goede Hoop), maar dit vind ik toch wel de belangrijkste. Maar liefst 24 landen heb ik doorkruist in een jaar lange queeste om alsmaar zuidwaarts te rijden. En nu kan ik niet verder naar het zuiden. Zelfs al had ik nog een jaar de tijd gehad om door Afrika te reizen, dan had ik alleen nog maar terug naar het noorden kunnen gaan. Ook leuk natuurlijk, maar dit voelt als een echt eindpunt. Ik moet toegeven dat ik het er best moeilijk mee heb. Natuurlijk ben ik blij dat ik het gered heb en straks op dit belangrijke punt zal staan, maar het betekent tevens dat deze way of life voor mij nu echt bijna afgelopen is en dat stemt me heel treurig.

Op de parkeerplaats, vlak aan het water, staat een Landrover met Nederlands kenteken. Ik praat kort met deze overlanders die langs de westkust naar beneden zijn gereden en langs de oostkant weer omhoog gaan, maar loop dan toch echt die laatste 150 meter naar het kleine monument dat het zuidelijkste punt markeert. Het is niet druk, dus ik hoef niet lang te wachten om een foto te kunnen maken en me op de foto te laten zetten. Ik blijf nog even hangen om van het moment te genieten. Dan komt er een Nederlands gezin aan lopen dat ik op verzoek op de foto zet. We blijven daarna nog een tijdje praten over mijn reis. Dan gaan eerst zij weer door en even later ga ik ook maar weer terug naar de auto. Daar verorber ik mijn lunch achter het stuur.

Zuid Afrika is een kampeerland bij uitstek, zo is me altijd verteld. En er zijn inderdaad veel campings, maar zoals ik gisteren al opmerkte is het met de kwaliteit en betaalbaarheid erg slecht gesteld. De dichtstbijzijnde camping die me aanstaat is nog zo’n 300 km rijden, en ik heb er al 200 km op zitten vandaag. Toch ga ik er voor, want de camping klinkt erg goed: goede faciliteiten, prachtige locatie, redelijk goedkoop (120 rand) en nog gratis thee, koffie en ontbijt ook! En bovendien is juli alweer ruim over de helft en ik moet nog een heel eind rijden wil ik Lesotho en Swaziland ook nog meepikken.

Het laatste stuk van de rit gaat lekker vlot over de N2 en ik pak het begin van de Garden Route mee. Merkwaardig genoeg houden de ‘tuinen’ die ik ruim 300 km lang overal gezien heb (eindeloze, smetteloos onderhouden grasvlaktes en overal tuinbouw) hier juist op. Aangekomen in de stad George moet ik een smal, steil bergpaadje op om de camping te bereiken. Tenminste, dat denk ik, want er staat geen bordje bij. Het lijkt zo’n eng paadje dat ik lange tijd blijf twijfelen of ik het wel zal doen, maar er is geen alternatieve route, dus rijd ik er toch maar op. Al gauw blijkt het enorm mee te vallen. Na de eerste bocht wordt het pad breder en blijft uitstekend begaanbaar. Bovenaan gekomen tref ik inderdaad de beoogde backpackers camping. Net op tijd, want de nacht is al aan het vallen. Met het laatste zonlicht zet ik de auto op een geschikt plekje en warm een kliekje van gisteren op. Tijdens het opzetten van mijn kampje krijg ik bezoek van een kat. Als ik even niet oplet springt hij zelfs de auto in en gaat rustig op mijn matras liggen. Ach ja, waarom niet.

‘s Avonds ben ik de hele tijd in de woonkamer te vinden, want daar brand een open haard, er is gratis thee en ook nog eens snel internettoegang. Er heerst een echte backpackers-vibe. Op een bank naast de open haard ligt een man te slapen met meer haar op z’n hoofd en gezicht dan een gemiddelde hond op zijn hele lijf heeft. Honden zijn er ook trouwens, ook op de bank. De achtergrondmuziek is van – hoe kan het ook anders – Bob Marley. Op de muren staan schilderingen met een Polynesisch thema en overal hangen aankondigingen, reclameposters voor activiteiten en andere backpacker-accommodaties. Een aantal jongeren staat buiten bij een vuurtje te ouwehoeren met een biertje in de hand. Eén ervan draagt een trui met capuchon over het hoofd, maar loopt blootsvoets. Het meisje dat me ontvangen heeft en rondgeleid heeft zit de halve avond met haar telefoon te spelen en kruipt de andere helft van de avond tegen het slapende baardmens aan. Fascinerend…

3 gedachtes aan “Dag 321-325 (13-17 juli): Kaapstad, Kaap De Goede Hoop en Kaap Agulhas

  1. Jilles Koopmans

    Weer een paar bijzondere mijlpalen beleefd en gehaald Bjorn. Proficiat! Dat die allerlei emoties oproepen snap ik heel goed. Unieke plaatjes zo bij KDGH en het zuidelijkste puntje!.

  2. joep vincent

    Wederom met veel plezier je verslagen gelezen en gemakkelijk achteroverleunend meegeleefd. Ik begrijp je gevoel van treurigheid. Maar jij bent toch maar 1 van de weinigen die hun droomreis hebben waargemaakt! en Hoe. Met name je vader is apetrots op zijn jongste zoon en heeft al 2 lekkere hollandse recepten voor je in pettto. Eerst natuurlijk het emotionele overdonderende weerzzien op Schiphol en dan laat je je maar eens lekker feteren en schuif je je benen bij je vader onder tafel. Je bent niet geheel en al dakloos. en dan misschien het feest der herkenning als je in al die kelders je opgeslagen dozen met eigen spullen ziet staan.Wat ga je je dan rijk voelen met een complete pannenuitzet, zoveel borden, bestek. je tv etc.Je hebt ook de garantie van terugkeer naar je werk. Blijft de moeilijkheid van weer in het gareel zien te komen, iets waar je helemaal geen zin in hebt en wat je ontgroeid bent.Maar je hebt al zovveel hindernissen overwonnen dat Dit je ook gaat lukken. lieve groeten van Joep

    1. Bjorn Bericht auteur

      Je hebt natuurlijk helemaal gelijk. En ik weet het ook wel hoor, maar toch blijft het lastig.
      Bedankt voor je niet aflatende steun en enthousiasme Joep!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.