Dag 271-275 (24-28 mei): Door de Moremi Gorge met Batswana en Duitse gastvrijheid in Gaborone

Dag 271. ‘Hallo? Matthias? Dit is Bjorn, waar jullie Oud en Nieuw mee gevierd hebben, weet je nog?’ Matthias en Alexandra heb ik in Kenya ontmoet, bij het Amboseli NP, en enkele dagen later kwamen we elkaar weer tegen in Jungle Junction, Nairobi, waar we gezamenlijk met een aantal anderen Oud en Nieuw hebben gevierd. Het duurt een ogenblik, maar dan weet Matthias zich mij weer te herinneren. Hij en zijn vrouw wonen en werken al zo’n 15 jaar in Gaborone en daar ben ik over enkele dagen. Destijds was ik van harte bij hen thuis uitgenodigd en daar maak ik graag gebruik van. Te meer omdat ik een goede tandarts in deze hoofdstad zoek, vanwege mijn gesprongen vulling. We spreken af dat ik ze een seintje geef wanneer ik zeker weet wanneer ik in de stad ben.

Zulke ontmoetingen waren tot in Malawi nog redelijk frequent en met een aantal van hen heb ik nog steeds contact, maar hier in Botswana ben ik nog niet 1 overlander tegen gekomen. Niet dat ik hier geen leuke mensen ontmoet, maar die contacten zijn altijd erg vluchtig gebleken. Ik mis het wel een beetje. Daar komt bij dat ik nog een wagonlading Zambiaanse kwachas heb waar ik van af moet. Die dacht ik wel aan overlanders kwijt te kunnen…

Maar goed, vanmorgen word ik gebroken wakker. Niet omdat er een neushoorn heeft staan schurken tegen de kanarie (was het maar waar), maar omdat ik vanaf halverwege de nacht de slaap nauwelijks meer kon vatten. Ik slaap de laatste dagen slecht en ik weet niet goed waarom. Nu is het wel zo dat ik me steeds meer druk maak over het leven na deze reis en daar vaak over pieker. Maar of dat het nou is, ik weet het niet. Hoe dan ook word ik dus moe wakker en ga zelfs een beetje met tegenzin weer op weg door het park. Eerst ga ik naar een vogelkijkhut. Bij de plas waar die op uit kijkt is het een drukte van belang. Vele parelhoenderen, treurdrongo’s, wevervogeltjes, duiven, toeraka’s en andere vogels doen zich te goed aan het water of nemen een stofbad er vlak naast. Zo nu en dan komt er een wrattenzwijn langs of duikt er vanuit de bosjes ineens een groep zebra’s op. Het is een erg levendig tafereel en ik realiseer me ineens hoe bijzonder dit zou zijn bij een vogelkijkhut in Nederland! Niettemin ben ik pas echt blij als er plotseling een klein uiltje op een tak plaatsneemt en zich mooi op de foto laat zetten. Niet lang nadat hij weer weg is ben ik weer in overpeinzingen verzonken. Ik zou nog jaren willen doorreizen op deze manier, maar ja, hoe bekostig ik dat in vredesnaam? Het is begrijpelijkerwijs hét onderwerp van gesprek bij veel overlanders en niemand heeft hét antwoord op die vraag, hoewel sommigen er wel in zijn geslaagd. Zo blijf ik een half uurtje zitten, maar geniet tussendoor heus wel van de dierenpracht hoor.

Dan rijd ik weer verder. Bij de grote plas waar ik gisteren 8 neushoorns zag staan nu legioenen zebra’s, gnoes, struisvogels, impala’s, elandantilopen en wrattenzwijnen. Neushoorns (moeder en kind) zie ik pas nadat ik ontwaak van een dutje. Wie wist dat het aanblik op zoveel dieren zo vredig en rustgevend kon zijn dat ik er gewoon van in slaap val achter het stuur? Nee, zeg nou niet dat ik het blijkbaar slaapverwekkend vond, want dat impliceert dat ik er niet graag naar kijk en dat is allerminst het geval.

Het loopt tegen 11 uur en aangezien ik om 12 uur het park uit moet zijn zet ik maar eens koers die kant uit. Onderweg zie ik nog een aantal neushoorns. Helaas kom ik geen zwarte neushoorn tegen. Tien minuten voor 12 rijd ik de poort uit. Terug naar Serowe, waar ik gisteren slechts doorheen gereden ben. Nu parkeer ik er mijn auto bij het winkelcentrum. Ik ben nu toch al geruime tijd in Westers Zuidelijk Afrika, maar ik moet nog steeds wennen aan het feit dat steeds meer plaatsen hier niet alleen supermarkt hebben, maar vaak een compleet winkelcentrum. Ik betrap mezelf er dan ook vaak op dat ik een supermarkt instinctmatig inloop met het idee dat ik ervan moet profiteren zolang het nog kan. Maar vaak kom ik dan weer buiten met slechts een paar dingetjes, want ik heb een auto vol voedsel en water en ik heb echt niks nodig! Zo ook nu weer. Na de supermarkt bekijk ik een winkel waar ze autospullen en outdoorspullen verkopen (Midas), gewoon om eens lekker te neuzen. Gelukkig staan nergens prijzen bij, anders zou ik absoluut in de verleiding zijn gekomen iets te kopen! Nadat ik een lunch naar binnen heb gewerkt bij een fastfoodketen ga ik in mijn auto zitten en pleeg eerder genoemd telefoontje met Matthias.

De route naar de Moremi Gorge is tamelijk rechttoe-rechtaan. Het ligt aan de andere kant van de A1 en ik kom er om een uur of 15 aan. Vannacht is er een kampeerplek vrij, maar morgenavond zitten ze helemaal vol. Nou prima, dan zoek ik morgenavond wel iets anders. Entree en kamperen is bij elkaar 250 p, want niet erg goedkoop is, maar de kampeerplek is wel erg goed. Ik heb een eigen douche en toilet en de plek zelf is groot genoeg voor wel 4 auto’s. Een aanrecht met kraan en een kookeiland maken het compleet. En bij de prijs is een gids voor de wandeling door de kloof inbegrepen. Niet dat ik zit te wachten op een gids, maar die is uiteraard weer verplicht, want dit is Afrika.

Ik heb geen brandhout meer, maar gelukkig is deze avond ietsje minder koud dan de laatste nachten. Een schattig poesje komt me gezelschap houden tijdens het eten. Haar motieven zijn uiteraard niet belangeloos, maar toch geniet ik van de vele kopjes die ik cadeau krijg. Nu maar hopen dat ze geen vlooien heeft.

Dag 272. Opnieuw een onrustige nacht. Ik word ook weer behoorlijk neerslachtig wakker. Waarom toch? Het is echt iets van de laatste dagen. Ineens schiet het antwoord in mijn hoofd: de Lariam! Ik ben namelijk sinds een aantal dagen weer aan de Lariam, omdat ik door de doxy heen ben. Ja, ik weet het, ik heb Lariam ook al (onterecht) de schuld gegeven van mijn duizelingen, maar behalve duizeligheid is neerslachtigheid en zelfs depressiviteit een heel vaak voorkomende bijwerking. En daar heb ik eigenlijk al eerder de effecten van gemerkt, maar omdat ik wist waar het door kwam had ik er verder geen last van. En dat gaat nu weer op. Opmerkelijk genoeg verdwijnt mijn neerslachtigheid als sneeuw voor de zon zodra ik tot dit besef kom. Ik heb er de rest van de dag dan ook absoluut geen last meer van!

Om 8:45 meld ik me bij de receptie. Er staat al een stoet gidsen op bezoekers te wachten. Maar gisteravond ben ik (na zorgvuldig nalezen van de commentaren op iOverlander en de foto die ik genomen heb van het plattegrond bij de ingang) er achter gekomen dat de verplichte gids alleen maar geldt voor het stukje in de kloof zelf. Om daar te komen kun je al een wandeling doen van zo’n 4 km, langs enkele bezienswaardigheden die je met de auto niet te zien krijgt. Ik meld dus bij de receptie dat ik ga lopen en dat ik de gids bij de ingang van de kloof zal ontmoeten. Vier km moet in een uurtje te doen zijn, nietwaar? Nou, niet helemaal in dit geval. Want zeker in de eerste helft splitst het pad zich vaak en lang niet overal staan markeringen om me de weg te wijzen. En de tweede helft is zo erg overgroeit dat ik me sterk afvraag of ik de eerste in de afgelopen 6 maanden ben die dit pad bewandeld. Ik moet soms een doorgang slaan met mijn wandelstok. Niettemin is het een leuke tocht, want saai is het nergens en zeker in de eerste helft heb ik soms hele aardige uitzichten en moet ik over rotsen klauteren en door een moeras heen. Onderweg kom ik langs het graf van een dorpsleider die beroemd geworden is om het feit dat hij het dorp verhuisd heeft, maar waarom die verhuizing zo significant is staat er gek genoeg niet bij. Ook kom ik langs een Kgotla, een centrale plek in ieder dorp, waar recht werd gesproken. Er is nu echter niets meer van te zien, dus ik moet het maar aannemen. Op een kilometer voor het einde van het pad zijn ook nog een aantal rijtjes stenen waar te nemen tussen de wilde begroeiing. Volgens een bordje waren dat ooit tabaksakkertjes.

Als ik aankom bij de parkeerplaats voor de ingang van de kloof staat er een gids iets uit te leggen aan een groep Batswana. Zodra hij klaar is wendt hij zich tot mij en zegt dat hij op mij heeft staan wachten. Blijkbaar is er dus iets niet goed gegaan in de communicatie. Maar goed, hij vraagt of ik het goed vind als ik me bij de groep aansluit. Het alternatief is dat ik wacht tot er een andere gids komt die mij alleen mee kan nemen. Nou, als ik dan toch een gids mee moet nemen, dan kan ik net zo goed bij die groep aansluiten, redeneer ik, dus ik ga akkoord. Het blijkt een groep vrienden te zijn die ietwat luidruchtig (en erg ijdel) zijn, maar wel vriendelijk. Een man van mijn precies mijn leeftijd komt al snel een praatje met me maken. Hij stelt zich voor als Rems (geen idee hoe je dat schrijft, maar zo spreek je het uit). De jongens en meiden maken een ontstellende hoeveelheid selfies en gedurende de wandeling merk ik vaak dat ze net doen alsof ze een selfie maken, maar dan gauw de camera draaien om een foto van mij te maken, of ze maken wel degelijk een selfie, maar draaien zich zo dat ik op de achtergrond sta. Nee, dat is echt geen verbeelding van mij, want als we bij het eindpunt aankomen (een mooie waterval) en eentje vraagt verlegen of hij met mij op de foto mag, staan ze direct daarna allemaal in de rij voor een foto met mij! Uiteraard staat daar wel wat tegenover en maak ik een leuke groepsfoto van hen.

De wandeling begint erg makkelijk, maar gaat al gauw kris kras over een beekje. Ik ben heel erg blij dat ik op dit moment geen last heb van duizeligheid, want dan was het vele balanceren op de strategisch geplaatste stenen in het beekje lang niet zo goed gegaan. Wat deze kloof zo bijzonder maakt is dat het volgens lokale overtuigingen de geboorteplaats van de wereld is en de kloof is dan ook heilig. Het beekje is hier en daar diep genoeg om in te pootjebaden of zelfs te zwemmen, maar dat is streng verboden. Tot op de dag van vandaag worden hier goden vereert. Van de heiligheid van deze plek is niets te merken in de zin dat er geen inscripties, rotstekeningen, voorwerpen of bouwwerkjes te vinden zijn, dus dat is wel jammer. Maar de kloof is an sich al erg mooi en een leuke wandeling. Hoewel wandeling, behalve het vele oversteken van het beekje moet er op een gegeven moment serieus geklauterd worden. Gelukkig zijn er wat handgrepen in de rotsen aangebracht om dit mogelijk te maken. Er zijn 3 watervallen in de kloof, maar alleen de derde stelt echt iets voor. De eerste 2 zijn nog geen meter hoog. De derde is een meter of 15 hoog. Bij het eindpunt aangekomen blijven we een tijdje om uit te rusten en foto’s te maken. Ik praat een tijdje met Rems en een van zijn vrienden. Rems is een kunstleraar en zou heel graag eens naar Egypte willen gaan. Ironisch genoeg ligt Egypte verder van hier dan van Nederland. We praten ook over veiligheid (Botswana is 1 van de veiligste landen ter wereld en er is zojuist een grote zelfmoordaanslag gepleegd in Engeland), politiek en nog veel meer.

De terugweg verloopt over hetzelfde ‘pad’. De meeste van mijn groepsgenoten zijn hip gekleed en totaal niet voorbereid op al het klauterwerk en op natte voeten, wat best komisch voor mij is om te zien. Het maakt dat ik me als klungelige toerist tenminste niet gegeneerd voel, aangezien deze Batswana al net zo klungelig zijn.

Terug op de parkeerplaats loop ik via het autopad weer terug naar de receptie. Dat gaat een stuk sneller, maar ik ben aardig moe van wat ik er al aan inspanningen op heb zitten, dus ik ben blij als mijn kanarie weer in zicht komt. Een snelle (en late) lunch later ben ik weer op weg. Het is te ver om nog naar Gaborone te rijden, dus zoek ik een camping op in Palapye. Die is volop in verbouwing dus krijg ik een kamer toegewezen om in te douchen. Heerlijk, want ik heb weer 3 dagen niet gedoucht en ben best vies geworden vandaag. Helaas blijkt de douche alsnog niet warm te zijn, maar ik doe het er maar mee.

‘s Avonds is er ontzettend veel herrie van bars uit de omgeving en het trein-rangeerterrein waar de camping vlak naast ligt. Ik trakteer mezelf op eten in de bar, maar ze hebben alleen hamburger met patat en beide blijken van uitzonderlijk slechte kwaliteit te zijn. Wel heb ik een leuk gesprek met een Duits stel met klein dochtertje dat in zuidelijk Afrika rondreist.

Dag 273. Vandaag staat de lange rit naar Gaborone op het programma. Zo’n 350 km rijden over een lange, rechte asfaltweg. Om de rit wat te onderbreken sla ik zo’n 60 km voor Gaborone af om de Matsieng rotstekeningen te bekijken. Er staan overal borden die hier naartoe wijzen dus dat is veelbelovend. Groot is dan ook mijn teleurstelling als ik een dicht hek aantref. Er is geen mens in de buurt en het hek is onverbiddelijk op slot. Ik blijf nog een klein half uurtje wachten. Misschien dat er nog iemand aan komt, maar nee…

Nou ja, dan maar weer verder. Onderweg passeer ik de Steenbokskeerkring, dus stop ik uiteraard even voor een foto. Ik zal de komende weken nog wel vaker over deze denkbeeldige lijn heen rijden, maar dit is de eerste keer en dus gedenkwaardig! Het betekent voor mij dat ik de equatoriale zone nu echt achter me aan het laten ben en daarmee – wat dat betreft – de laatste etappe van deze reis in ben gegaan. De eerste etappe was het stuk tot in Egypte, waar ik de Kreeftskeerkring over reed. De tweede etappe eindigde toen ik maanden later in Kenya de Evenaar overstak. Daarna volgde de derde etappe, tot vandaag, nu ik dus de Steenbokskeerkring passeer.

Ik heb met Matthias afgesproken dat ik hem om 16 uur even bel zodat hij me naar hun huis kan loodsen. Daar ik om 14:30 al in de stad ben heb ik nog wat tijd te doden en parkeer bij een winkelcentrum en doe boodschappen.

De aanwijzingen van Matthias ten spijt kan ik het niet direct vinden, maar terwijl ik op een kruispunt sta te discussiëren met mezelf komt hij toeterend langs rijden in zijn witte Landcruiser. Hij gaat me voor naar het wooncomplex; een grote ommuurde wijk met poorthuis en slagbomen. Eenmaal binnen rijden we langs vele prachtige rijtjeshuizen met dikke auto’s voor de deur. Met zijn afstandsbediening opent hij het grote, stalen rolhek dat hun eigen, ommuurde erf afsluit. Op de binnenplaats staat al een Pajero en nu dus ook nog tweetal Landcruisers. Het is een schitterend huis. Binnen staat het vol met een aangename mix van Afrikaanse en Duitse voorwerpen en meubels. Oude koloniale kasten, een piano, eeuwenoude familieportretten, maar ook maskers, houten giraffe-beelden, en honderden stenen uit alle uithoeken van de wereld. Ik kijk mijn ogen uit. In alle vertrekken van het huis staat wel minstens een stoel of fauteuil. De muren hangen vol met oude schilderijen van Duitse landschappen en huizen, naast moderne Afrikaanse kunst en tekeningen van kleinkinderen. Er zijn zeker 3 zithoeken gecreëerd, en in de tuin (met zwembad) nog eens 4! Ik word uiterst gastvrij ontvangen door Matthias en Alexandra. We kletsen een tijdje bij, waarna we in de Pajero stappen en Matthias ons naar een mooi restaurant in een natuurpark bij Molepolole rijdt. We nemen plaats aan een tafeltje terwijl achter me de springbokken lekker liggen te rusten of staan te drinken.

We hebben een uitstekende maaltijd en leuke gesprekken, waarna we weer huiswaarts rijden. Ze staan er op dat ik in hun gastenvertrekken overnacht. Dat sla ik niet af natuurlijk. Een echt bed! Geen lawaaierige koelkast naast mijn hoofd, geen harde plank als bedbodem en alle ruimte van de wereld; dat is lang geleden! Ik heb zelfs mijn eigen badkamer! ‘s Avond hebben Matthias en ik nog lange en boeiende conversaties over politiek, Afrika en de vele fantastische reizen die zij gemaakt hebben in hun leven. Ook kijken we nog een half uurtje (Duitse) tv, waarna ik mijn bed opzoek.

Dag 274. Heerlijk uitgerust word ik wakker. Een zacht en comfortabel bed, en als enige geluid het rustgevende getik van een ouderwetse wekker. Zalig.

Ontbijten doen ze niet echt, maar de kop thee en de rusk (soort harde biscuit) gaan er ook prima in. Terwijl Matthias probeert om een bevriende tandarts te pakken te krijgen los ik wat computerprobleempjes voor hen op. Uiteindelijk krijgt Matthias de tandarts aan de lijn en minder dan een uur later staan we in de wachtkamer! Op een zaterdag! Dr. Ahmad is niet erg goed te verstaan, maar werkt snel en effectief en in no time heb ik een gloednieuwe vulling in mijn kies zitten. De rekening valt ook nog wel mee. Tijd voor een babbel is er niet, want ik ben tussen 2 afspraken in gepropt, dus hij heeft door mij al een flinke uitloop. Ik geneer me dan ook wel als ik terug kom in de wachtkamer, maar stiekem vind ik het ook wel leuk om eens zo’n voorkeursbehandeling te krijgen.

Als we thuis komen hangt mijn wasgoed al te drogen en even later wordt er een fantastische brunch geserveerd door Alexandra. Gebakken ei, bacon, een overheerlijke fruitmix met aardbeien(!!!) en frambozen(!!!), geroosterd brood, maar liefst 5 soorten kaas, eigen gemaakte jam en nog veel meer. Na de lunch blijk ik van harte welkom te zijn om ook komende nacht hier nog te blijven slapen. Dus doe ik in de middag wat kleine klusjes en werk aan mijn verslag en blog, terwijl Matthias met een collega (een neurochirurg; hij is zelf ook chirurg) gaat golfen en Alexandra administratie doet.

Matthias is pas laat terug, dus ik heb al behoorlijke trek wanneer hij thuis komt, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de overvloedige maaltijd die ik geserveerd krijg in het Portugese restaurant waar we ‘s avonds gaan dineren. Als voorgerecht een flinke Portugese worst die vlammend geserveerd wordt en daarna een enorme kip cordon bleu. Het is opnieuw een gezellige avond. Eenmaal thuis laat Alexandra me haar collectie mineralen, stenen werktuigen en antiquiteiten zien, waaronder een aantal Egyptische beeldjes en mooie scarabee van Amenhotep III, maar ook vondsten uit Jemen, Marokko, Syrië en China. Het is een waar museum!

Dag 275. Na opnieuw een erg comfortabele nacht in het megazachte bed neem ik plaats in de tuin met een kop thee en een goed gesprek. Om een uur of 9 vind ik het toch echt tijd om te vertrekken, dus laad ik mijn spulletjes in, geef mijn zeer genereuze gastheer en -vrouw een symbolisch cadeautje en neem afscheid van het bijzonder gastvrije stel.

Botswana is een schitterend en zeer toegankelijk land waar ik intens van genoten heb, maar helaas zit mijn beschikbare tijd in dit land er zo ongeveer wel op. Daarbij lonkt Namibië en is hier in het zuiden van Botswana niet erg veel meer te doen. Vandaag rijd ik dus richting de Namibische grens. Die ligt een kleine 800 km van Gaborone, dus ik heb nog een aardig ritje te gaan. Dat ga ik vandaag niet redden, dus zet ik mijn zinnen op een camping op 25 km van het plaatsje Kang, dat ongeveer halverwege ligt. De hoofdstad ben ik al snel uit; Gaborone is voor een hoofdstad erg klein. Niet ver verderop rijd ik door een heuvelachtig landschap. Ook al was dit min of meer al het geval sinds ik Francistown naderde, toch voelt het nog steeds wat vreemd, want de rest van Botswana is net zo plat als Nederland! Op dit stuk van de weg moet de kanarie zelfs weer eens klimmen. Dat is lang geleden! Maar het aantrekkelijke heuvellandschap laat ik nochtans snel achter me en daarna volgt in feite een aaneenschakeling van lange, rechte wegen. Eén keer moet ik een omleidingsroute volgen die mijn GPS niet eens kent, maar de omleiding staat duidelijk aangegeven, dus dat is geen probleem.

De lunch langs de weg, een tankbeurt in Kang en een eenzame politiecontrole zijn het vermelden nauwelijks waard, en zo belanden we aan het einde van de middag, na een kleine 400 km rijden op de Kalahari Rest, een lodge en camping. Erg prijzig, zo blijkt, zeker gezien het gebodene, maar goed, ik heb de afgelopen dagen veel geld kunnen besparen, dus vooruit. Het is er redelijk druk. Een aantal toeristen, een Zuid Afrikaans rugby team dat enthousiast gymnastiekoefeningen doet bij opzwepende muziek, een gnoe die over het terrein wandelt en het niet aflatende gebrul van impala’s in de omgeving. Een geelsnaveltok krijgt het in zijn kop om mijn kanarie aan te vallen terwijl ik er naast zit te typen. Hij vliegt tegen een raampje van de auto en begint er tegenaan te tikken. Als dat raampje niet meegeeft probeert hij het raampje ernaast, maar dat wordt al evenmin een succes, dus blijft hij maar een tijdje zitten piepen op de rand van het portier.

2 gedachtes aan “Dag 271-275 (24-28 mei): Door de Moremi Gorge met Batswana en Duitse gastvrijheid in Gaborone

  1. Piet en Ans

    Dag Bjorn,

    Heb weer genoten van je belevenissen en kan mij voorstellen dat, zo als je schrijft, wil blijven reizen! Ontmoetingen met mensen, dieren en de natuur, geweldig allemaal, ook een poesje wat je kopjes geeft uit blijdschap van een lekker hapje te krijgen.

    Wens je een mooie reis verder en wie weet komt er een mogelijkheid om te blijven reizen!

    Groet van Piet en Ans, Poortmolen 122

    1. Bjorn Bericht auteur

      Dag Piet en Ans,
      Bedankt! Ik hoop echt dat die mogelijk er komt, maar alleen een wonder kan dit nog bewerkstelligen, ben ik bang. 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.