Dag 116-120 (20-24 dec.): Kerst aan het strand (deel 1)

Ik had gehoopt om vandaag, dag 116, te kunnen vertrekken, maar bij gebrek aan een dieselpomp kan dat nog niet. En dus werk ik in de ochtend op de laptop (ik ben bijna bij met mijn achterstand!) tot ik Peter en Albrecht tegen kom. Met Peter ga ik even later te voet naar een winkelcentrum in de buurt. Nou ja, in de buurt, het ligt op bijna 6 km lopen, maar het is mooi weer, we hebben niet erg veel te doen en het is lekker om weer eens wat beweging te krijgen. Onderweg praten we over van alles en nog wat en komt Peter er door mij achter dat je aan de grens met Ethiopië geen visum kunt krijgen en hier in Nairobi waarschijnlijk ook niet. Aangezien hij daar over een paar dagen naartoe wil, is dat een groot probleem voor hem. Aangekomen bij het winkelcentrum pleegt hij derhalve wat telefoontjes met zijn aanstaande reisgenoten (die over een paar dagen arriveren), terwijl ik de supermarkt bezoek. Ik heb zoveel boodschappen (waaronder een fles water van 10 liter) dat we hiermee niet naar JJ terug gaan lopen. Stom toevallig zie ik echter de auto van Dennis op de parkeerplaats staan met Dennis er nog in. Hij vind het geen punt om de boodschappen te vervoeren, maar omdat hij voorlopig nog niet terug gaat naar JJ gaan Peter en ik zelf alsnog te voet terug.

Eenmaal terug informeer ik bij Chris naar de pomp, maar die is nog altijd niet gevonden, dus geef ik aan dat hij kan stoppen met zoeken en dat ik de 12V uitvoering wel neem. Ik open het dashboard van mijn kanarie, verleg een draadje en voila: de pomp krijgt nu 12V i.pv. 24V! Nadeeltjes zijn wel dat mijn sigarettenaansteker niet meer werkt nu (maar die gebruikte ik toch al nooit) en dat er maar liefst 3 schakelaars aan moeten staan voordat de pomp stroom krijgt. Maar goed, dit is Afrika, dus dat hoort erbij. Misschien dat ik hier later nog een nettere oplossing voor bedenk. Peter biedt aan om me te helpen de pomp te installeren. Dat zou namelijk heel makkelijk zijn geweest als de in- en uitgang aan dezelfde kant zouden hebben gezeten, net als de oude pomp. Maar helaas heeft deze pomp de ingang aan de ene kant en de uitgang aan de andere kant, waardoor 1 van de slangen te kort is om de pomp op de oude plek te monteren. Samen vinden we een geschikte nieuwe plek en met enige moeite zetten we de pomp vast en sluiten hem aan. Het valt niet mee om het ding te monteren, omdat je onder de auto continue bestookt wordt met zand dat aan de bodem plakte en er bij het aansluiten van de slangen diesel naar beneden komt zeilen, maar zowaar: hij doet het! Ik zet de draden en slangen zo goed mogelijk vast en ruim de rommel op. De pomp maakt wel meer geluid dan de oude, maar dat vind ik geen nadeel, omdat ik nu tenminste goed kan horen dat hij het ook echt doet. Bovendien gebruik ik hem over het algemeen alleen als ik rij.

Het is inmiddels al een uur of 17 dus nadat ik alles opgeruimd heb ga ik douchen en warm voor het diner het restje spaghetti van gisteravond op. Intussen arriveren 2 busjes met elk een Duitser achter het stuur; vader en zoon. Zij reizen ook naar het zuiden. Het is hier echt een komen en gaan van overlanders!

In de avond heb ik interessante discussies met Peter en Albrecht over politiek, media, overbevolking, Afrika, en rockbands uit de jaren ‘90.

Nu de nieuwe dieselpomp geïnstalleerd is kan ik vandaag (dag 117) weer door reizen. Nadat ik alles weer ingepakt heb en mijn dakpijp bijgevuld heb raak ik een tijdje aan de praat met de Duitse vader en zoon. Zij doen de rit niet alleen in 2-wielaangedreven en laagliggende busjes (Volkswagen en Ford) maar willen het ook nog eens in 6 maanden doen. Dat betekent flink doorrijden! Daarna neem ik afscheid van Peter, die zelf ook op het punt staat te vertrekken, maar dan naar de Ethiopische ambassade in de hoop een visum te kunnen bemachtigen. Ook neem ik afscheid van Albrecht, Dennis en Chris (de eigenaar). Intussen zijn er weer heel wat nieuwe mensen bij gekomen, waaronder een stuk of 4 Nederlanders en een stel Ieren.

De rekening voor de werkzaamheden aan de auto is niet misselijk, maar ook zeker niet onredelijk: 280 euro. Gelukkig heb ik genoeg cash geld op zak, want ook hier kan ik niet met credit card terecht.

Het duurt een tijdje voor ik Nairobi en haar buitensteden achter me heb gelaten. Ik ben blij als dat eenmaal zover is, want daarna nemen de politiecontroles behoorlijk af. Na het voorval eergisteren ben ik daar extra alert op geworden en rijd ik voorbeeldig! De weg tussen Nairobi en Mombasa, die ik vandaag de hele dag zal volgen, is berucht om het drukke en gevaarlijke (vracht)verkeer. Het is een 2-baans weg die grotendeels in goede staat verkeerd, maar omdat er slechts 1 baan in elke richting is, ben je effectief de hele dag bezig met het inhalen van de eindeloze stroom vrachtwagens. Mombasa is nu eenmaal een hele belangrijke havenstad en Nairobi nu eenmaal de grootste stad van Kenya (tevens uiteraard de hoofdstad), dus het is niet vreemd dat er zoveel vrachtverkeer is op deze weg. Vreemd is dus juist weer wel dat de weg maar 2 banen heeft. De nieuwe spoorlijn tussen deze 2 steden, die zo te zien bijna klaar is, zal waarschijnlijk wel wat druk van de ketel halen, mits de bedrijven natuurlijk voor het spoor kiezen in plaats van de weg. Ik zie onderweg vooral ontzettend veel vrachtwagens van cementbedrijven. Het zou dus al enorm veel schelen als die straks hun goederen over het spoor vervoeren.

Soms duurt het wel een half uur voor ik eindelijk in staat ben om een vrachtwagen in te halen. Het helpt bepaalt niet dat mijn stuur aan de linkerkant zit, want daardoor moet ik een heel eind naar rechts uitwijken om te zien of ik kan inhalen. Regelmatig pas ik een tactiek toe waarbij ik een auto achter mij laat inhalen, zodat ik daar achter aan kan rijden. Die andere auto heeft het stuur immers rechts zitten en is doorgaans een stuk sneller. Zodra die mij gepasseerd is kan ik er mooi achter kruipen, omdat ik op dat moment (nagenoeg) zeker weet dat er geen verkeer uit de andere richting komt. Uiteraard is er niet altijd genoeg tijd en ruimte voor mij om tegelijkertijd met de genoemde achterligger in te halen, maar soms werkt het.

Tussen al het autoverkeer en vrachtverkeer door zijn er nog de grote passagiersbussen. Ik had al gehoord over de kamikazepraktijken van deze chauffeurs en die verhalen blijken niet overdreven. Ze grijpen elke gelegenheid aan om in te halen, zelfs als dat betekent dat tegemoetkomend verkeer uit moet wijken naar de berm. Het is al met al een behoorlijk vermoeiende rit. Maar desalniettemin kan ik absoluut niet zeggen dat deze weg bijzonder is vanwege deze verkeersperikelen, want ik ben de laatste 16.000 km al vaker van dit soort verkeer tegen gekomen. En soms ook nog op slechtere wegen dan deze. Bijvoorbeeld de weg tussen Shendi en Khartoum in Sudan.

Ik stop even kort voor een boterham en rijd de rest van de dag in 1 ruk door. De campsite die ik op het oog heb ligt iets ten zuiden van het plaatsje Voi en volgens de GPS kom ik daar zelfs als ik door zou kunnen rijden pas rond 17:00 aan en ik wil deze weg niet in het donker rijden.

De weg loopt tussen East Tsavo NP en West Tsavo NP door en dus is er een heel stuk weg waarbij je – als je goed oplet – wild kunt spotten. En dat doe ik dan ook, want ik zie mijn eerste olifanten! Sterker nog: ik zie 3 olifanten, een kilometer of 50 uit elkaar. De laatste 2 staan zelfs heel dicht bij de weg.

De lodge – waar je ook kan kamperen – ligt aan het einde van een 2 km lange zandweg, dat achter een grote poort ligt die wordt open gedaan zodra ik aan kom rijden. Onderweg zie ik nog enkele gazelles de bosjes in duiken. De lodge is behoorlijk groot, getuige het grote restaurant onder het enorme rieten afdak. Na wat onderhandelen kan ik voor 900 ksh overnachten. Een man stapt bij me in de auto om me de weg naar de campsite te laten zien. Die is vlakbij het restaurant, maar met de auto alleen bereikbaar via een hele leuke, kronkelige omweg door de dichte begroeiing. Ik kies een mooi plaatsje uit onder een boom. Als ik even later naast de auto zit te whatsappen hoor ik een flink geritsel en gekraak in de bosjes naast me. Het is duidelijk: ik moet bedacht zijn op bezoek van dieren. Er zit hier van alles: olifanten, hyena’s (ik zag onderweg een doodgereden exemplaar liggen), reeën, gazelles en mogelijk zelfs leeuwen.

Het diner gebruik ik in het restaurant, omdat ik geen zin meer heb om te koken. De Franse uiensoep smaakt heerlijk en ook de kip curry mag er zijn. Ik bestel een glas sinaasappelsap, maar krijg een heel pak, waar ze me achteraf maar liefst 600 ksh (6 euro) voor willen laten betalen. En het pak is niet eens gekoeld! Vooraf was me verteld dat het pak 400 ksh kost, wat nog steeds duur is, maar acceptabel. Ik leg de situatie uit en krijg het pak alsnog voor 400 ksh.

‘s Avonds ga ik onder een lamp zitten om aan mijn verslag te werken, maar keer op keer valt het licht uit, tot het helemaal niet meer aan gaat, dus verplaats ik naar de auto en gebruik mijn eigen lamp. De vele insecten (met name flinke torren) maken het niet makkelijk om te typen, maar in elk geval krijg ik geen hyena op bezoek! Helaas blijkt er nog wel stroom te zijn voro de geluidsinstallatie, want de hele avond klinkt er luide muziek uit het restaurant. Bij het slapen gaan zie ik op de thermometer dat het 33gr C is en de luchtvochtigheid is hoog. Het is dan ook een erg warme, klamme nacht.

In de ochtend van dag 118 blijkt het geregend te hebben want de stoel die ik buiten had laten staan is kletsnat. De luide muziek begint weer om een uur of 8, maar niet veel later ben ik weer op weg. De kwaliteit van het wegdek wordt – naarmate ik Mombasa nader – steeds slechter en het verkeer steeds drukker. Op zo’n 10 km van de stad kom ik in een vreselijke file terecht; een eindeloze rij vrachtwagens waar ik gedwongen ben achter aan te sluiten. Hoewel, gedwongen? De meeste auto’s en zelfs kleinere vrachtauto’s passeren de grote trucks via de bermen. Ik overweeg vaak om hetzelfde te doen, maar sinds mijn aanvaring met de politie in Nairobi heb ik me voorgenomen om me strikt aan de verkeersregels te houden. Ik wil de politie geen excuus geven om deze mzungu (blanke) aan te houden, en bovendien heb ik tijd zat. Maar de vochtige hitte maakt het me niet makkelijk. Zelfs met de ramen open en de ventilator aan is het erg warm. Gelukkig heb ik vanmorgen een lunchpakketje gemaakt, zodat ik achter het stuur kan eten. De 10 km leg ik in 2 uur af… In het centrum van Mombasa is het verkeer al niet beter. Er is een stukje waar ik even door kan rijden, maar verder is het vreselijk druk en chaotisch. Ik probeer het te vergelijken met Cairo, maar dat valt niet mee, want er is een groot verschil: ik moet me hier aan de verkeersregels proberen te houden, terwijl de anderen dat niet doen. Uiteraard lukt dat niet altijd.

Vlak voor de Likoni ferry sla ik af om nog wat boodschappen te halen bij de Nakumatt. Nadat ik mijn auto geparkeerd heb en uitstap, zie ik een grote winkel voor auto-onderdelen en -accessoires. Helaas hebben ze niet de 12V verlengsnoer die ik zoek, maar ze hebben wel banden. Ik informeer of ze mijn merk en maat hebben en die blijken ze wel te verkopen, maar helaas niet op voorraad te hebben. Wel hebben ze Pirelli’s met een vergelijkbaar profiel en vergelijkbare prijs op voorraad. Daar ga ik dan ook voor. Terwijl ze de banden ophalen uit het magazijn, de oude, kapotte band van mijn tweede reservewiel af halen en vervangen voor een nieuwe, doe ik mijn boodschappen. Bij terugkomst is alles klaar en bevestigen ze het reservewiel met de nieuwe band netjes terug op het dak van de kanarie. De tweede, losse band gooi ik achterin de auto. Die laat ik pas op een velg zetten als een oude band zodanig kapot is dat hij vervangen moet worden.

Met alle boodschappen en de nieuwe banden op zak begeef ik me naar de ferry. Daar is het een drukte van belang. Honderden voetgangers en fietsers dringen voor een plekje en ook ik moet 2 ferry’s laten gaan voordat ik aan de beurt ben. Gelukkig varen er 2 of 3 tegelijk, dus hoef ik niet lang te wachten, maar stilstaand is het wel erg heet in de auto. Op het water zorgt de zeewind voor heerlijke verkoeling. De overtocht duurt niet lang en is niet duur: ik betaal slechts 220 ksh.

De op- en afrit is erg hoekig, dus de trekhaakbeugel schuurt in beide gevallen over de grond bij het trotseren van de knik. Aan de overkant sjok ik nog 17 km achter een trage vrachtwagen voor ik bij mijn afslag kom. Ik acht het te gevaarlijk om de vrachtwagen op deze smalle weg te passeren en heb nog altijd geen haast; het is pas halverwege de middag en heb niet ver meer te gaan. De afslag is over een onverhard pad door de palmbomen en struiken. Aan het einde ervan kom ik dan eindelijk bij de Twiga Beach Lodge & Camping, waar ik al aardig wat tenten en auto’s zie staan. De meeste staan tussen de palmbomen, aan de rand van het witte strand. Het is een plaatje zoals je alleen in vakantiebrochures ziet. (Totdat je de sigarettenpeuken in het zand ziet, de toiletten en douches bekijkt, de apen moet trotseren en wegdrijft in je eigen zweet door de hitte, maar dat alles mag de pret niet drukken!)

De kinderen van de familie Vosseberg komen me enthousiast tegemoet rennen. Het is erg leuk om de familie weer te zien! We praten een hele tijd en vlak voor het donker wordt parkeer ik mijn auto op een mooie, schaduwrijke plek en zet mijn bustent op. Verschillende andere gasten komen een praatje maken, waaronder een Keniaans echtpaar dat hier al 20 jaar elk jaar komt en een Nederlands stel dat in Uganda woont. Ook maak ik kennis met Amanda, een Britse vrouw die al enkele jaren door Azië en Afrika reist, en Richard (Brits) en Elisabeth (Nederlands) die samen sinds april door Afrika heen reizen, in een niet-specifieke richting. Het diner eet ik gezamenlijk met de familie Vosseberg, hoewel ik mijn eigen eten bereid: rauwe peensalade.

In de avond praten we over onze belevenissen van de afgelopen weken. De wind maakt de hitte dragelijk, maar in de auto is het erg warm (36gr C). Badend in het zweet val ik desalniettemin in slaap.

Dag 119 begint ook weer erg warm. Elke dag om een uur of 3 is de stevige wind verdwenen en die komt pas weer om een uur of 10 weer terug. Dat betekent vroeg wakker worden van de hitte en dus ook vroeg opstaan. De beloning is echter een mooie zonsopkomst. Na het ontbijt werk ik aan mijn verslag en hang voor het eerst deze reis mijn hangmat op, tussen 2 palmen. Ik had gedacht dat ding nooit te zullen gebruiken, maar zowaar! En wat ligt hij lekker!

Gedurende de ochtend komt het tij op en als het eenmaal vloed is kan je zwemmen. Bij Eb is dat nauwelijks mogelijk, omdat de waterlijn dan erg ver weg is en je over koraal en zee-egels moet lopen. Bovendien staat er een gevaarlijke stroming. Bij vloed is er een heel brede strook strand overspoeld met een laag water van maximaal 1 meter diepte. Dat maakt mede dat het water heerlijk warm is (ca. 25gr) en dus heerlijk vertoeven. Het parelwitte strand en het heldere, smaragdgroene water maken het plaatje compleet. Ik zwem zowel voor als na de lunch uitgebreid en doe de rest van de dag eigenlijk niet zo heel veel, op wat kleine klusjes na. Het is net vakantie!

De vervet-apen die hier leven zijn wel wat ondeugend, maar lang niet zo erg als op de camping in Awasa (Ethiopië). En dankzij de katapult die ik (speciaal om deze reden) heb meegenomen van huis blijven ze op afstand. Zodra ze de katapult zien (liggen), wagen ze zich niet naderbij. De katapult wordt dus regelmatig gebruikt door ons, zonder er daadwerkelijk mee te schieten. Daarnaast zijn er nog de zogenaamde beach boys, hoewel ze zichzelf liever beach vendors noemen. De mannen (soms ook vrouwen) verkopen voornamelijk vers gevangen vis, octopussen, garnalen, samosa’s (een soort loempia’s), kettingen, kleden en houtsnijwerk. Zeker op deze eerste dag weten ze me bijna allemaal te vinden, maar ze zijn allemaal vriendelijk en absoluut niet opdringerig. Ik koop een kokosnoot die eerst nog geplukt moet worden. Het is een groene kokosnoot met nauwelijks kokos en veel vocht, dat een erg flauwe smaak heeft. Niettemin leuk om eens te proberen!

Gedurende dag arriveren steeds meer mensen en wordt de camping dus helaas steeds drukker, maar gezien het feit dat dit het Kerstweekend is, valt het nog wel mee.

‘s Avonds kook ik een – al zeg ik het zelf – heerlijk potje van sperziebonen (die hier erg klein, maar verrassend goedkoop zijn), aardappelen en gehakt met chilisaus. Om iets over 22 uur volg ik Amanda naar de waterlijn, waar honderden witte krabben heen en weer rennen tot ze allemaal stoppen en naar het licht van onze zaklamp staren. Wat een bizar gezicht! Vlakbij de auto van Richard en Elisabeth kruipt een heremietkreeft door het zand.

Nu ik de auto goed heb kunnen luchten is het klimaat ‘s nachts iets aangenamer. Het zijn vooral de luide stemmen van mensen die me al om 6 uur wekken op dag 120. Het ontbijt gaat gezamenlijk met de Vossebergen en Amanda.

Ook vandaag komen er steeds meer mensen bij, waaronder maar liefst 3 enorme overlandtrucks met in totaal 60 mensen… Gelukkig zetten ze hun kamp een eindje van ons vandaan op. Ik krijg ook nieuwe buren die hun spullen rondom de boom leggen die op nog geen meter naast mijn auto staat, waardoor ik continue over hun spullen struikel.

In de ochtend doe ik weer wat klusjes, zoals het op het dak vastbinden van de losse reserveband en en plakken van plakletters op de achterkant van de auto met de tekst ‘LEFT HAND DRIVE’ zodat mijn achterliggers weten dat ik het stuur aan de verkeerde kant heb zitten. Verder zwem ik uiteraard weer en praat een tijdje met een rijke Keniaan die hier gisteren met een enorme, zwaar gemodificeerde Landcruiser is aan komen rijden. Hij weigert te geloven dat mijn Landcruiser maar 5 cilinders heeft, totdat ik het hem laat zien.

Gedurende de dag wordt een grote mangroveboom tussen de voertuigen van de Vossebergen en Richard en Elisabeth versierd door Amanda en de kinderen met schelpenkettingen en opengeknipte waterflesjes met aluminiumfolie en stukken van bierblikjes. Ik hang er een aantal klompensleutelhangers in. Amanda maakt van een 10 liter waterfles een zeer effectieve lampion.

‘s Middags ga ik opnieuw zwemmen (zwaar leven, nietwaar?), doe een dutje in mijn hangmat en rommel wat aan, terwijl Judith, Elisabeth, Richard en Amanda met de auto van Richard boodschappen gaan doen. Tegen de avond gaat de familie Vosseberg uit eten in het restaurant (dat ze niet erg goed bevallen is) en warm ik mijn bonenmaaltijd van gisteren op, terwijl Amanda pasta kookt op haar houtvuurtje. Ze backpackt en heeft heel erg weinig spullen bij zich, waaronder zelfs geen kookpit!

Rond 19:30 verzamelen we ons rond onze ‘kerstboom’ en nadat de kinderen kerstliedjes gezongen hebben (waaronder ‘Oh, mangroveboom’ in het Duits) pakken ze elk hun cadeautje uit. De kinderen op hun beurt verrassen hun ouders met een doosje dure bonbons die ik stiekem voor ze gekocht heb in Nairobi op verzoek van Hannah, de oudste dochter. Tussen de cadeautjes naast de boom scharrelen een aantal heremietkreeften. Daarna is het tijd voor ons gezamenlijke kampvuur in een grote kuil in het zand tussen de palmbomen. Judith trakteert op chocolade en froufrou en ik trakteer op Hollandse kaas. Bij onze half-Zweedse buren komt de Kerstman langs – die een verdacht Zweeds accent heeft – en hij loopt ook nog even bij ons langs. Het is een mooie en gezellige kerstavond!

8 gedachtes aan “Dag 116-120 (20-24 dec.): Kerst aan het strand (deel 1)

  1. J. Koopmans

    Wat een idylische taferelen en ervaringen Bjorn. Niet alleen de warmte van het klimaat maar ook van de mensen om je heen maken de kerstviering daar tot een onvergetelijk gebeuren.! Leuke filmpjes vooral die met de kinderen. Ieders plezier spettert eraf!

  2. Margreet Arts

    Mooi verhaal weer Bjorn en schitterende foto’s! Ik wens je veel geluk en een hele goede reis in 2017.

    Gelukkig nieuwjaar!

    groetjes,
    Margreet

  3. Sander

    Wow, wat een fantastische plek zo aan het strand zeg ! Daar is het vast wel eventjes uit te houden. 😉 En erg leuk dat je de feestdagen met de Vossebergjes kunt vieren. In elk geval de beste wensen voor het nieuwe jaar en ik kijk alweer uit naar je volgende verslag.

    1. Bjorn Bericht auteur

      Het was zeker goed uit te houden daar! Maar na een tijdje voel je toch weer die drang om verder te trekken. 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.